logo

Zoeken:

Teksten gebedsviering dodenherdenking 4 mei 2009 Mook

Overdenking bij dodenherdenking  

Paul Oosterhoff, diaconaal predikant in Nijmegen

We zijn hier bij elkaar om stil te staan bij de mensen die in de tweede wereldoorlog het leven hebben gelaten. De gevallenen, de gedeporteerden, de verhongerden. Onder hen waren er die bewust in het verzet tegen wat zij als groot onrecht hebben ervaren hun leven hebben gegeven. Onvoorstelbaar is het als je erbij stil staat. Je leven geven voor de goede zaak. Zou u dat doen, zou ik dat doen? Wij willen wel een girootje uitschrijven voor het goede doel, of vooruit ook iets van onze kostbare tijd, maar je leven geven? Onvoorstelbaar!
We lazen de tekst uit Johannes 15. In een gedeelte waarin jezus ons oproept om elkaar lief te hebben, geeft hij aan dat er geen grotere liefde is dan je leven te geven voor je vrienden. Wie zou durven te stellen dat hij dat zou kunnen, bewust zijn leven te geven voor vrienden, voor de goede zaak. Denkt u dat één van die verzetsstrijders in de tijd voor de oorlog daar bevestigend op had geantwoord, op die vraag of hij zijn leven zou willen geven voor de goede zaak? Ik denk het niet. Misschien waren onder hen die al jaren voor de oorlog angstig waren over de ontwikkelingen in die jaren, hoe politieke partijen die vooral er op uit waren om zich af te zetten tegen anderen, vooral probeerden om bevolkingsgroepen zwart te maken, uit te sluiten, hoe die steeds meer sympathie wisten te verwerven onder de bevolking. Sympathie door in te spelen op de onderbuik gevoelens van de massa. Misschien waren ze verontwaardigd toen de eerste synagogen in brand werden gestoken, misschien maakten ze zich toen al kwaad, maar of ze toen dachten dat hun boosheid hun verontwaardiging uiteindelijk zover zou gaan dat het echt verzet werd, waar ze uiteindelijke hun leven voor moesten geven. Ik denk niet dat ze dat zich voor die oorlog al realiseerden.
Volgens mij raak je er in zult verzet verzeild. Je kunt je van te voren niet beseffen, hoe ver dat kan gaan. Alle verzet begint klein, begint met een kleine eerste stap. Begint met niet de andere kant opkijken als je iets van onrecht ziet. Begint met je mond open doen als je ziet dat iemand monddood wordt gemaakt. En als het van kwaad tot erger gaat, als medemensen echt dood worden gemaakt in plaats van alleen nog maar monddood, dan kom je misschien in je verzet wel tot grotere daden. Misschien, maar op het droge kun je je niet voorstellen hoe ver je zwemmen kunt als de nood aan de man is.
Maar wanneer begint het. Ook vandaag de dag zijn er allerlei tekenen aan de wand, dat opnieuw bepaalde groepen worden geïsoleerd, dat vooroordelen over groepen met een beroep op de vrijheid van meningsuiting ongezouten worden uitgeroepen.
Wanneer begint het verzet tegen onrecht, al als je een begin van onrecht meent te zien? Een begin van uitsluiting van medemensen. Of zwijgen we voorlopig nog maar even, durven we niet nu al tegen de publieke opinie in te gaan als we menen iets van onrecht in onze maatschappij te bespeuren.
Als we op 4 mei stil staan bij wie zijn of haar leven heeft gegeven voor een rechtvaardige maatschappij, waarin ieder, van welke huidskleur, religie of overtuiging dan ook, er mag zijn dan vragen zij ons postuum om heel zorgvuldig om te gaan met die zwaar bevochte vrijheid, die niet opnieuw verloren te laten gaan. Dan pas kunnen we ook oprecht op 5 mei die bevrijding vieren.
Als we op 4 mei de doden herdenken, dan moeten we op 5 mei en de dagen daarna proberen zo te handelen dat het ‘dit nooit meer’ geen lege woorden blijven. Dit is mijn gebod, zegt Jezus, dat jullie elkaar liefhebben, dat jullie de taak op je neemt op weg te gaan en daarbij goede vruchten voort te brengen. Zo te handelen dat de offers van de doden die we nu gedenken niet tevergeefs zijn geweest.

Op mijn werkplek bij de diaconie in Nijmegen, wordt ik dagelijks bij de les gehouden door een poster met een prachtig gedicht van Remco Campert. Het gaat als volgt:

Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren met een kleine bron verscholen in het woud
zoals een vuurzee met dezelfde lucifer  die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik een aanraking, iets dat je opvalt in een stem.
Jezelf een vraag stellen daarmee begint verzet en dan die vraag aan een ander stellen.

Herdenken is jezelf een vraag stellen als je iets bespeurt van onrecht in de maatschappij van vandaag de dag en dan die vraag aan een ander stellen.

Gedichten bij de dodenherdenking

Iemand die je niet kunt verdragen is iemand die jou komt leren verdraagzaam te zijn.
 
Eén dag per jaar (Titia Geertman)
Eén dag per jaar,  zijn wij stil in Nederland
en in die paar minuten, smeden wij een band.
Een band met ons verleden, met mensen, die er niet meer zijn,
met mensen, die wij niet kennen, maar die ons dierbaar zijn.
Eén dag per jaar, zijn wij stil in Nederland
en met hen die ons verlieten, smeden wij een band.
Want door hun moedig dragen,
kunnen wij, in vrijheid alles doen.
Twee minuten stilte, is alles wat zij vragen,
twee minuten stilte, voor wat zij hebben verdragen.
Twee minuten stilte, voor de mensen van toen.
 
Ik zal niet geloven

Ik zal niet geloven
in het recht van de sterkste,
in de taal van de wapens,
in de macht van de machtigen.
Maar ik wil geloven in het recht van de mens
in de open hand,
in de macht der geweldloosheid.

Ik zal niet geloven,
dat oorlog en honger onvermijdelijk zijn
en vrede onbereikbaar.
Maar ik wil geloven in de kleine daad,
in de schijnbaar machteloze liefde,
in de vrede op aarde.

Ik durf geloven altijd en ondanks alles
in de nieuwe mens.
Ik durf geloven in Gods eigen droom:
een nieuwe hemel, een nieuwe aarde
waar gerechtigheid zal wonen.

Blijf mij nabij
Blijf mij nabij, wanneer het avond is,
wanneer het licht vergaat in duisternis.
Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet,
bid ik tot U, o Heer, verlaat mij niet.

Abide with me; fast falls the eventide;
The darkness deepens; Lord with me abide.
When other helpers fail and comforts flee,
Help of the helpless, O abide with me.

Swift to its close ebbs out life’s little day;
Earth’s joys grow dim; its glories pass away;
Change and decay in all around I see;
O Thou who changest not, abide with me.

Ik vraag me af (Cobi Maurits)
Zou ik het kunnen, wat zij toen wél konden. Vaak niet gezocht en ook niet heel doordacht.
Zo pal te staan als zij, zó vastberaden, al wisten ze niet wat de toekomst bracht?

Zou ik het kunnen, leven met de dreiging. Dat één verkeerde stap, één enkel woord
betekent dat er slachtoffers gaan vallen, een goede vriend, familie, wordt vermoord?

Zou ik het kunnen, zwijgen bij de vragen. Naar wie en wat, houd ik dan óók mijn mond.
Zou ik mijn beulen óók kunnen trotseren, al had marteling mijn lichaam zwaar verwond?

Zou ik het kunnen, trouw zijn tot het einde. Om zwijgend ook die laatste gang te gaan.
en het hoogste goed, mijn leven, op te geven voor anderen, had ik dat óók gedaan?

Ik weet het niet, maar dankzij deze helden heb ik nooit voor die keuze hoeven staan.
Zij gaven 't hoogste wat ze konden geven: Hun leven, zodat ik in vrijheid kan bestaan.