logo

Zoeken:

Van Mook aan de Maas naar Santiago de Compostella
 
Mijn voettocht naar Santiago de Compostella vanuit Mook aan de Maas,
vanaf 19 februari 2009 in verschillende etappes en jaren.
Rudo Franken, pastoor als pelgrim.
 
Op weg naar Santiago: van Chateauroux naar Lourdes 
Van 29 augustus - 14 september 2011  -  Zie route Chateauroux-Lourdes
 
Maandag 29 augustus 2011 22.00 uur: Chateauroux – Arthon:  16 km (+ 4 km)
Mijn volgende etappe naar Santiago: Chateauroux-Lourdes, 630 km. Lang heb ik er naar uitgekeken. Eindelijk is het zo ver.  Een zee van tijd, 3½ week: 18 dagen wandelen, hopelijk ook te voet aankomen in Lourdes en vervolgens in Lourdes een bedevaart van zes dagen met de Limburgse. Heerlijk vooruitzicht. Op het wandelen heb ik me beter kunnen voorbereiden dan andere jaren, en wel tijdens de schoolvakantie. Viermaal heb ik 40 km gewandeld, tien dagen geleden met m’n rugzak van 17 kg, het feitelijke gewicht waar ik nu mee wandel. Dat is zomaar 5 kg lichter dan vorig jaar. Loopt wel wat prettiger.
Gisteren werd ik uitgezwaaid op het station van Molenhoek. Eerst had ik me op de Mookse kermis onder prachtige muzikale klanken van harmonie en drum- en showband nog een oliebol laten smaken. De avond en nacht heb ik doorgebracht in Maastricht om vanmorgen om 9.09 uur de trein te kunnen nemen naar Chateauroux (via Luik, Brussel en Parijs). Goed om Maastricht weer eens te proeven en hier de tocht te beginnen met een eucharistieviering bij een kleine, religieuze gemeenschap.
Het was een voorspoedige treinreis van Maastricht tot bijna een uur na Parijs. Toen stonden we stil, want de remmen deden het niet. Probeer de logica maar te begrijpen! Even logisch klinkt het dat de remmen werden gemaakt en we weer konden rijden. Dat was drie kwartier later. Met die vertraging kwamen we aan in Chateauroux. Het was wel prettig dat de remmen het deden. In een stralende zon zocht ik m’n weg naar Poinconnet. Op dat traject scoorde ik een paar kilometers extra. Nergens stond wat aangegeven. Ik heb wel 25 keer de weg gevraagd vanmiddag, zodat ik toch nog op een redelijke tijd kon aankomen in Arthon waar ik werd verwacht, 19.00 uur i.p.v. 17.30 uur welke tijd ik had doorgegeven. Maar het was wel een mooie weg door het bos. Achterna gezeten door de wilde beesten (steekvliegen) ging ik vanzelf wat sneller lopen.
Tegen 19.00 uur werd ik hartelijk verwelkomd in Huize ‘Le Casson’ door mensen van wie ik de oudste dochter via een collega heb leren kennen per mail. Zeer betrokken mensen. En een boeiend gesprek bij een heerlijke maaltijd die gelukkig wat meer gangen telt dan bij ons in Nederland. Dat kwam goed uit, want mijn maag was helemaal leeg. Ik had me een beetje verrekend. Fijn ook als je elkaar verstaat en met elkaar kunt bidden. Ik ga nu lekker slapen, want mijn bedje is gespreid.
 
Dinsdag 30 augustus 2011 19.00 uur: Arthon-Crozan: 48 km (+ 4 km)
Vandaag was het alweer wandelen onder een stralende zon, vanaf ’s middags zo’n 25 graden, echt genieten. Om 7.55 uur was ik vertrokken, nadat we eerst samen eucharistie hadden gevierd om 6.30 uur en daarna een stevig ontbijt. In Arthon was het een geweldige ontvangst, een goed begin van mijn pelgrimstocht. Gisteren heb ik in Poinconnet overigens nog een aanbod gehad van een lift naar La Chatre. Echt niet te geloven. Vorig jaar ben ik daar geëindigd. Nu ben ik wat westelijker begonnen, op het station in Chateauroux om van daaruit via Arthon door te steken naar Le Cluis, waar ik weer op de Camino kom.
Om 11.05 uur was ik in Le Cluis. Bij de kerk heb ik een half uurtje gepauzeerd, natuurlijk even naar de bakker voor een puddingbroodje. Daar zag ik ook m’n eerste medepelgrim, Jurgen uit Leuven die samen met iemand anders liep, al een maand, maar nu was hij hem even kwijt. Dat is het risico als je met meerderen loopt en je niet bij elkaar blijft. Je kunt per ongeluk een verkeerde weg nemen. Dat gevaar is niet denkbeeldig. Het is mij vandaag ook weer gelukt, slechts één kilometer. Ja, op die kruising stond niemand om het te vragen, 500 meter verder wel. En langs deze kleine wegen wil het vaker gebeuren dat er helemaal niets staat aangegeven. In St. Plantaire gebeurde het me zelfs dat ik iemand moest overtuigen dat ik op de goede weg zat. Ik vroeg haar de weg en ze wees me al een andere weg. Maar ik wilde precies weten waar ik op de kaart zat, want het kon bijna niet anders dat dan ik deze weg moest hebben, maar zelfs het wegnummer D91a stond niet aangegeven, wel 500 meter verder, maar zover kan ik niet kijken. Eindelijk waren we er samen uit. Het was een heerlijke weg, nauwelijks verkeer, altijd rechtdoor.
Een paar kilometer vóór deze plaats, in Orsennes, had ik m’n middagpauze gehouden. Ik dacht: hier zal langs de weg wel iets aangegeven staan van ‘plat du jour’ (dagschotel) of ‘menu pélérin’ (pelgrimsmenu). Voor de zekerheid vroeg ik aan een paar dames, waar ik zoal kon eten. Volgens hen nergens, er was ook geen winkel, alleen een bar, dus naar de bar vragen om eten. Nu weet ik wel dat een glas bier ook een boterham is, maar alleen bier leek mij niet verstandig. Gelukkig wist men daar dat de bakker open was. En daar heb ik de drie laatste hartige broodjes en een puddingbroodje gekocht en het laatste pak melk dat daar eenzaam op de plank stond. Ik denk dat hij nu op vakantie is. Maar ik had in elk geval een stevig middagmaal na deze eerste dertig kilometer en met nog achttien kilometer voor de boeg. Het kwam er zelfs van om een middagdutje te doen, op een bank bij de kerk. Het begin na de middagpauze was even wennen, maar al gauw had ik m’n gewone tempo weer te pakken, tegen de 7 km per uur. Dat lukt goed met dat heerlijk glooiende landschap met af en toe een serieuze beklimming. Ik merk ook goed dat ik heb getraind. Het loopt vlot met de 17 kg op m’n rug; een groot verschil met vorig jaar.
Ik meen zo’n 7 km voor Crozant, het eindpunt voor vandaag, zag ik een bordje met ‘La chapelle de fer’ en even later een kapel. Aan een paar jongedames die net van de oprit ernaast wegreden, vroeg ik of de kapel open was. Ik kon de sleutel vragen bij het huis waar ze net vandaan reden. Een paar loslopende honden verwelkomden mij. Een oude vrouw maakte de kapel voor mij open. Ik vroeg naar de ouderdom van de kapel. Die was heel oud. Eén keer per jaar is er nog een Mis, in juni. Zij schrok hoe de kapel eruit zag, ik niet minder. Daar was zeker sinds die laatste Mis niet meer gepoetst: overal kalk en vogelpoep. Wel stond er een beeld van O.L.Vrouw van Lourdes, hetgeen me herinnerde aan mijn einddoel van deze etappe.
Al twintig keer was ik in Lourdes, 12 keer met de Limburgse bedevaart, één keer met de fiets (1984), nu voor de eerste keer te voet, tenminste als het mij gaat lukken. In 1981 waren we met het hele gezin in Lourdes en namen we deel aan het eucharistisch congres. Een bijzondere ervaring. Lourdes heeft altijd veel betekend voor ons gezin. Het is alsof ik daar thuis kom bij Maria en in de wereldkerk, die ik daar intens ervaar. De stilte aan de grot waar Maria is verschenen aan Bernadette, het contact met mensen, het verhaal achter hen, de zieken, het samen zingen en bidden en eucharistie vieren, de vrede die je met elkaar ervaart, een lach en een traan, maaltijd, terrasje, alles speelt mee in de genade van Lourdes en doet je beseffen dat je één familie bent.
Maar als ik dan in zo’n verwaarloosde kapel ben, dan denk ik: waar gaat dat heen? Hoe zal het gaan met zovele kerken in Frankrijk, waar geen eucharistie meer wordt gevierd?! Vanmorgen begreep ik dat in Arthon nu nog de 1e zondag van de maand een eucharistieviering in de kerk is, maar als binnenkort de 75-jarige priester stopt, zal er geen Mis meer zijn, moet iedereen naar Chateauroux voor een Mis, zo’n 20 km rijden. Maar wat wordt er van zo’n kerk, als er geen eucharistie meer wordt gevierd?! Lijkt me geen goede zaak. Tijdens het lopen denk ik ook wel aan al die dingen, en breng ik ze in gebed bij de Heer, zoals ook de mensen die ik ontmoet.
Ik had gehoopt om om 17.00 uur in Crozant aan te komen. Om 16.35 uur was ik bij het hotel-restaurant du lac – 1 km voor Crozant – waar ik voor koos. Heerlijke douche en  meteen de was. Daarna weer in de wandelschoenen om wat fruitdrank in te slaan en de ruïnes van Crozant te bekijken. Altijd interessant: er blijft wat over van menselijk samenleven, al zijn het maar een paar keien. Ook hier hebben mensen geleefd, al heel lang geleden, nog  vóór de christelijke jaartelling. Wat is hun leven geweest? Welke plaats had de kapel in hun leven? Hoe was hun godsdienstige beleving? Was er iets van spiritualiteit of waren mensen vooral bezig met overleven? Met de wandeling  naar de ruïnes en naar Bourg-centre kwamen er nog vier kilometer bij de 48. Het kon niet anders dan dat de smakelijke maaltijd daarna aan mij een heel goede afnemer had. Dadelijk nog de route doornemen voor morgen, 46 km, en dan na m’n avondgebed lekker dromen.
 
Woensdag 31 augustus 2011 18.30 uur: Crozan-Bénévent l’Abbaye: 46 km
Vóór de pélérin réfuge in Bénévent l’Abbaye zit ik m’n verslag bij te werken, op een paar meter van de kerk vandaan. Om 17.10 uur kwam ik hier aan na toch nog wel een flinke beklimming. Maar laat ik bij het begin beginnen. Vanmorgen konden we vanaf 7.30 uur ontbijten. Dus was ik er om 7.30 uur, volledig reisvaardig. Aan tafel trof ik vijf dames die ook de Camino lopen: twee uit Duitsland die ook gisteren zijn aangekomen en drie uit Nederland die gisteren in Crozan een rustdag hadden. Ze zouden samen gaan lopen.Voor mij geen optie. Ieder heeft z’n eigen tempo. Zij hoopten vandaag 25 km te wandelen. Daar zat ik net over de helft. Ook met m’n ontbijt was ik sneller. Om 7.50 uur verliet ik het hotel. Heerlijk om te wandelen. Pas om 9.30 uur haalde de fietser mij in met wie ik aan het ontbijt nog had gesproken.
In St. Germain Beaupré heb ik een broodje gegeten. Iets later dan ik had gedacht, was ik in La Souterraine. Het laatste stuk trok zich lang, een heel fabrieksterrein, geen leuke ontvangst voor toch een mooi stadje. Hier hoopte ik m’n maag flink te kunnen verwennen. Maar nee. Ook al had ik eerst de mooie kerk bezocht, het restaurant was dicht. In de broodjesbar heb ik toen maar een paar broodjes besteld met een glas bier erbij, om de motor draaiende te houden. Om 13.30 uur ging ik voor de laatste 21 km. Na 7 km, in St. Priest la Feuille, ben ik nog een café-restaurant binnengelopen. Daar heb ik vooral veel gedronken, water wel te verstaan, heerlijk koud water, en m’n hoofd daar ook mee verkoeld en ontzout. Ongemerkt is het best wel drukkend warm. Men zei daar zelfs, dat het na twee uren zou gaan onweren. Dat is gelukkig niet gebeurd waar ik liep. Het heeft wel wat gedruppeld. Gisteren en vandaag heb ik m’n tropen-hoofdbedekking weer in praktijk gebracht, d.w.z. m’n zak doek op het hoofd en deze vastzetten met m’n pet. Een paar keer heb ik m’n pet vol laten lopen met water en deze toen opgezet. Heerlijk verfrissend.
In Chamborand haalde ik een pelgrim in: Willy uit België net onder Luik. Vandaar loopt hij in één keer naar Santiago. Met 56 jaar is hij net met pensioen (militair) en nu kon hij gaan doen waar hij al langer van droomde. Een vijftal minuten ben ik met hem overgelopen. Toen zei ik: we zien elkaar straks weer. En zo is het: we zijn in hetzelfde onderkomen. Er is plaats voor 4 personen. En er zijn er ook vier. Helemaal vol dus. Gisteren had ik meer ruimte alleen dan nu met vieren samen. Maar het heeft wel iets: pelgrim zijn en zo ook elkaar ontmoeten. We zullen elkaar dadelijk wel treffen in het restaurant, want er is er hier maar één open.

Nog even iets over het vinden van de weg. Vandaag ben ik nergens verkeerd gelopen. Ik heb goede hulp gehad van mijn plattegrond, van mijn gids, van mensen die ik vroeg, en ook voor het eerst dit jaar van de tekens van de Camino. Alhoewel, op één plek zouden die tekens mij de verkeerde weg hebben laten gaan. Op dat moment heb ik de gids gevolgd. Het leek geen pad, maar het was het wel, en het was goed. Soms ontbreken 0de tekens ook. Eigenlijk gaat het dus om de juiste combinatie van al deze gegevens. Al met al is het weer een schitterende dag geweest. Op een paar druppels na bijna de hele dag stralende zon (25 graden) en ’s middags wat bewolking.
Na aankomst hier ben ik eerst naar de kruidenier gegaan om wat eten in te slaan voor morgenvroeg en wat drinken ook al voor nu. Daarna de douche en de was,  een liter ananassap opgedronken en het dagboek bijgewerkt. Internet lukt hier dicht bij en dan … lekker eten.
 
Donderdag 1 september 2011 18.30 uur: Bénévent l’Abbaye – St. Leonard: 47 km (+7)
Ja, heerlijk gegeten, met Jean-Louis en Gilbert, beiden uit de buurt van Bordeaux, en met Willy uit België. Wat hebben we gelachen! Ze konden er niet over uit dat ik zulke lange afstanden afleg. Er was vanmiddag zelfs een chauffeur die stopte om mij te zeggen dat ik niet zo hard moest lopen. Ze lagen krom. De voertaal was natuurlijk Frans. Het meeste kreeg ik wel mee. Leuk om elkaar zo te ontmoeten. Na het eten was het bedtijd: 2 stapelbedden voor 4 personen. Zij snapten niet dat ik al om 5.30 uur zou opstaan. Terwijl zij nog boven lagen te slapen, deed ik beneden m’n gebeden en een stille Mis. De morgenstond heeft goud in de mond…

Om 7.30 uur trok ik de deur achter me dicht. De twee Fransen waren we net voor. Ik heb ze niet meer gezien, wellicht omdat ik al meteen de verkeerde weg nam. Vieilleville stond aangegeven. Daar ging ik naar toe. Ik had niet in de gaten dat er dichtbij nog een Vieilleville lag (Mourioux-Vieilleville). Na 1½ km merkte ik dat ik fout zat. Ik dacht verderop wat te kunnen afsnijden. Dat lukte niet. Ik verkeek me nog een keer op de kaart: in Ceyroux; met als gevolg dat ik om 9.30 uur in Mourioux-Vieilleville was, 5 km van Bénévent. Minstens 7 km omgelopen met een aantal pittige beklimmingen, maar ook met koeien die heel aandachtig naar mijn gezang luisterden. Maar nu stond ik daar. De etappe van vandaag zou al lang zijn. Maar liefst 47 km. Ik had op dat moment niet het idee dat me dat ging lukken. De kerkdeur stond open. Ik liep naar binnen. Even kijken en bidden. En toen verder. Deze weg liep wel veel prettiger. Hier wist ik dat ik goed zat. Op naar Chatelus, waar ik een pelgrimsmenu hoopte te kunnen eten. Om 11.30 uur was ik er. Als ik zin had, kon ik wachten tot 18.00 uur, want dan zou worden geserveerd. Nee dus. Ook in St. Pierre, in St. Martins-Ste. Catherine en in Le Theil was niets te eten. Even verder ben ik maar in het gras neergestreken. In m’n rugzak had ik nog een paar broodjes van gisteren. Na een half uurtje ging ik om 13.15 uur voor de laatste 16 km naar St. Leonard, dat nu ineens binnen handbereik kwam. Ik had ook stevig doorgelopen en dit was m’n eerste pauze geweest. In Le Chatenet hoopte ik een broodje te kunnen eten en een biertje te drinken. Bij het binnenlopen van Le Chatenet zag ik bij de kerk twee pelgrims. In de kerk maakte in kennis met hen. Beiden komen uit Duitsland. Even verder dronken we samen een biertje, en ik at ook wat ananas en een banaan. Nu kon ik er wel tegen voor de laatste 9 km. Zelfs dit laatste stuk liep ik nog 7 km per uur. Toen de zon het laatste half uur brandend heet werd, kreeg ik door dat ik wel heel veel geluk heb gehad met de bewolking vanmiddag. Het laatste half uur heb ik m’n hoofd nog een paar keer natgemaakt. Het werd gewoon te heet. Niet te geloven dat ik om 17.00 uur St. Leonard binnenliep. Op z’n vroegst had ik 17.30 uur verwacht en mogelijk nog een uur later. Vrij vlot vond ik m’n weg naar chambre d’hotes (rue Jean Jaures). Ik waande me in een paleis. Wat een ruimte en wat een mooi oud huis, zo prachtig ingericht, en van alle gemakken voorzien (behalve internet). Een eigen kamer met eigen douche. Weer even mens worden na zo’n koninginnerit van 54 km. Het is allemaal wonderwel goed gegaan, ook de beklimmingen. Ik weet nog dat ik dat niet extra hard moet aanzetten, maar losjes lopen. Anders forceer ik bepaalde spieren in m’n voeten, zoals me vorig jaar is gelukt. Onze Lieve Heer zegent me bovenmate met een goede conditie, iets minder met m’n oriëntatie, maar het is allemaal goed gekomen.
Bij aankomst weer meteen de douche en de was. Even naar de kruidenier voor wat sinaasappelsap en zoute pinda’s en een perzik. En daarna m’n verslag bijwerken op een bankje in het park tegenover relais St. Jacques waar we vanavond gaan eten. ‘We’, dat wil zeggen: een Duitse man en twee Duitse vrouwen die ik net heb ontmoet bij ‘mijn’ chambre d’hotes. Vanavond is Duits dus de voertaal. Leuk dat ik dit jaar zoveel pelgrims tegenkom.

Vrijdag 2 september 2011 17.30 uur: St. Leonard – Limoges: 22 km
Toen ik gisteren na het avondeten naar buiten ging, begon het te weerlichten en wat te druppelen. Anders had ik nog wat rondgelopen in deze Middeleeuwse stad, ook om m’n tafelgenoten te zoeken die ik had gemist. Nu ging ik terug naar mijn chambre d’hotes, waar ik nog net ‘m’n tafelgenoten’ naar binnen zag gaan. Ze zijn zeker ergens anders gaan eten. Toen ik goed en wel binnen was, begon het flink te onweren en te regenen. Het schijnt tot 1.30 uur te hebben geonweerd. Maar ík sliep al gauw als een roos.
’s Morgens aan het ontbijt heb ik nog even met de Duitsers gepraat. Zij hadden een stadswandeling gemaakt en zijn toen naar een andere eetgelegenheid gegaan. Ze lopen vandaag naar Limoges. Volgend jaar gaan zij daar verder. Ze zijn van Karlsruhe.
Na een korte blik en groet in de kerk van St. Leonard vertrok ik tegen 8.30 uur voor mijn halve dag-etappe. Er waren weer tekens van de Camino. Niet alleen asfalt, maar ook veldwegen allerlei. Tegen 10.30 uur was ik in Aureil. De kerk was open, het restaurant iets verder ook. Ik vroeg of ze al wat te eten had. Ze vroeg of een sandwich goed was. Prima. Ze had behoorlijk wat vlees afgesneden en stokbrood en boter erbij en niet te vergeten de rode wijn. Ik wist niet dat ik zoveel honger had. Ik heb alles opgegeten en twee glazen rode wijn erbij. Daar knap je van op. En dat voor 5 euro. Tegen 11.30 uur zette ik m’n tocht voort, de laatste 12 km. De laatste 7 km waren langs een drukke weg. De zon scheen heerlijk warm. Geen onweer, in tegenstelling tot hetgeen de gastheer mij vanmorgen zei. Net na 13.30 uur was ik bij de kathedraal. Gesloten. Daarna naar Office du tourisme. Bij de zusters tegenover de kathedraal zouden slaapplaatsen zijn voor pelgrims. En jawel hoor, daar was plaats. Ik kon er m’n rugzak achterlaten en om 16.30 uur terugkomen, want dan mogen de pelgrims pas binnen. Om 14.30 uur zou de kathedraal opengaan en vanavond om 18.30 uur is er in een kerk (St. Pierre) in de buurt een H. Mis.
In de tussentijd heb ik op een bankje in een park in de schaduw het verslag bijgewerkt, maar eerst wat gegeten en gedronken van wat ik in een plaatselijke supermarkt heb gekocht. Sjongejonge, wat is het vanmiddag heet geworden, misschien wel tegen de 30 graden.
Ja, nu ben ik in Limoges, waar ik vorig jaar geëindigd zou zijn, als ik geen blessure had gehad aan mijn voet. M’n conditie was toen wel minder. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Vanmorgen nog heb ik m’n voet bijna verzwikt. Gelukkig heb ik m’n stok, die me al vaak goed heeft geholpen.
Tegen half vier was ik in de kathedraal, tijd genoeg om rustig te zitten bij het heilig Sacrament. Een vrouw is de kerk aan het schoonmaken. Ik denk aan de kerk van Middelaar die op dit tijdstip ook wordt schoongemaakt. En vanavond is de pater Pio gebedsavond in Molenhoek, als ik hier de Mis ga vieren. In de kathedraal heb ik mijn credential laten afstempelen.
Ik dacht bij het Office du Tourisme nog even te kunnen internetten. Het zou moeten werken, maar het werkte niet. Misschien bij het station. Maar niet nu. Eerst naar de zusters, waar ik m’n kamer kan betrekken en me opknappen. Bij de zusters is een zee van ruimte. Met een wenteltrap omhoog naar de eerste verdieping, waar de eetkamer-keuken is en waar ik word ingeschreven; vervolgens naar de tweede verdieping – met dezelfde wenteltrap – waar ik een kamer krijg. Vanavond kan ik hier zelf m’n eten klaarmaken. Morgenvroeg om 7.00 uur staat hier het petit dejeuner (ontbijt) klaar. Ik ga maar vroeg vertrekken, want het is morgen weer een hele ruk: 48 km.

Zaterdag 3 september 2011 18.15 uur: Limoges – La Coquille: 50 km
Gisteravond was er heel wat volk in de Mis, waarin ik concelebreerde. Het was goed om zo samen te vieren. In de Mis waren ook de zusters met wie ik ’s avonds nog een praatje heb gemaakt na mijn supermaaltijd (een paar keer naar de super geweest en dan doet een kind de was). Ik heb ook een paar koppen bouillon genomen om m’n zout aan te vullen. Daarna heb ik de weg van vandaag bestudeerd en zag ik dat het geen 48, maar 55 km zouden zijn. Dat leek mij geen goed idee. Ik wilde het even wat rustiger aan doen. Van rusten kwam gisteren niet zoveel, omdat ik pas om 16.30 uur bij de zusters terecht kon en m’n eigen plek had. Wel kon ik er m’n rugzak kwijt. En dan was er die tropische hitte gistermiddag en vannacht. Gelukkig heb ik heel goed geslapen. Omdat ik het was rustiger wilde doen, koos ik voor een route langs de D20, heel simpel, en slechts 43 km.
Op de gebruikelijke tijd (5.30 uur) werd ik vanzelf wakker. Na de ‘geestelijke boterham’ had ik om 7.00 uur m’n ontbijt dat de zusters hadden klaargezet en trok ik om 7.30 uur de kloosterdeur achter me dicht. Voor vandaag was lichte tot zware regen voorspeld. Ik zei: ‘Die laat ik achter me’. Heerlijk rustig was het op straat. Ik was zo Limoges uit, alleen … niet de goede weg. Ik heb het nog zo gevraagd. Maar ik had natuurlijk ook op de kaart moeten kijken. Dat stuk zat toevallig net onder de vouw. Toen ik bijna in Aixe-s-Vienne meende te zijn, was het nog 7 km. Ik was zo verbouwereerd dat ik m’n flesje dat ik op de grond had gezet, vergat mee te nemen. Wel heb ik op de N21 meegemaakt wat ik nog nooit heb beleefd: ik werd geflitst als voetganger. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het de automobilist was die te hard ging. Je mocht er maar 50.
Eindelijk in Aixe-s-Vienne aangekomen via de N21, dacht ik de weg naar de D20 af te kunnen snijden door een prachtig park met recreatie (kano-verhuur). Maar nee hoor: langs steile omwegen kwam ik uiteindelijk op de D20. Zeker 2 km extra. Maar wel mooi.
Gelukkig zat ik nu wel op de goede weg. En deze was nu gemakkelijk te volgen, alleen wel veel verkeer. Tegen 11.30 uur – ik had net een sandwich gegeten (had ik nog in m’n rugzak) – vroeg ik een vrouw die op een stoepje voor de deur aan het bellen was, om water. Al bellende heeft ze mij geholpen en vulde niet alleen m’n lege flesje, maar gaf er bovendien een halve liter fles bij. Alsof ze mijn gedachten kon lezen.
In Les Cars, waar ik om 12.45 uur aankwam, hoopte ik te kunnen eten in een restaurant. Dat was bij binnenkomst in dit dorp al groots aangekondigd. En er stond: vivre la vie (het leven leven). Helaas. Het was gesloten. De kerk en de bakker waren open. Paar broodjes en gebakjes en wat drinken op een bankje bij de kerk, zon, lekker windje. Na drie kwartier op voor de laatste 17 km. Ik had er al 31 gehad.
Bussière-Galant-Gare, een treinstation en ook een restaurant, maar dat was gesloten. Een sanitaire stop was mogelijk in een supermarkt aldaar. Dat is toch super.
Even verder liep ik de Dordogne in. Dit is echt heilige grond. Waarom ik dat zo durf te stellen? Wel, ik was nog geen 100 meter in deze Franse provincie of de hemel zelf gaat open, om ervoor te zorgen dat degene die deze grond betreedt, ook echt gezegend is. Het was een minuut. Niet langer. Even lang ongveer als het ‘Asperges me’, maar daar vang je meestal maar een paar druppels van op, behalve degenen die ook daarvoor nog wegduiken. Ja, je houdt het niet voor mogelijk. Kun je gezegend worden. En dan zie je ze wegduiken. Het is duidelijk. De Dordogne is heilige grond.
Om 16.10 uur was ik in St. Pierre-de-Frugie. Ik dacht de gok maar te wagen. Het stond er zo uitnodigend: restaurant, motel, refugio. Een half uur later liep ik verder, een illusie rijker. 3 km verder – St. Marie-de-Frugie – liet ik links liggen. Hier moet je je normaal van tevoren aanmelden. Dat had ik niet gedaan. Ik kan wel hopen, maar weet niet waar ik uitkom. Dus door naar La Coquille, 2½ km verder. En jawel, in de schelp (La Coquille) is plaats. Hier is een gezin dat een huis voor pelgrims runt. Vanavond Mexicaanse schotel, een eigen kamer en morgen ontbijt. Heerlijk om zo ontvangen te worden.

Zondag 4 september 2011 19.40 uur: La Coquille – Périgueux: 56 km
Gisteravond was het erg gezellig en lekker: Mexicaanse schotel opgediend door een Amerikaan (Ohio) voor een Duitse pelgrim (Volker) en voor mij. Greg is met Heidi en hun zoon Parker uit Amerika geëmigreerd, eerst naar Berlijn en later naar La Coquille. Waarom daar? Hoewel het maar klein is, heeft het de voorzieningen van een kleine stad. Daar bleek de pelgrimsroute langs te gaan. En zo is het gekomen dat zij hun twee lege kamers openstellen voor pelgrims en voor hen koken. Echt geweldig. Een aanrader voor pelgrims.
Vanmorgen om 7.15 uur aan het ontbijt met vers brood. Een paar woorden geschreven in het ‘boek van goud’ in het Engels, want dat was hier gisteren en vanmorgen de voertaal. Duits, Engels en Frans is allemaal geen probleem, maar er werd gekozen voor Engels. Gelukkig geen Chinees. Daar geeft Volker les in. Al met al een boeiende avond en morgen. Een hartelijk afscheid. En… op naar Périgueux. Het was 8.10 uur. Eigenlijk zou ik maar gaan tot Sorges, maar daar zou ik best wel zorgen kunnen hebben over een goede slaapplaats en eten. En ik dacht: mooi om op zondagavond aan te komen in de kathedraal van Périgueux. Heidi wist een goed hotel in de buurt: Ibis. De eerste 21 km tot aan Thiviers heb ik de St. Jacobsroute genomen, erg mooi en ook goed aangegeven. Vanaf ongeveer kwart over negen regende het een uurtje lichte motregen, niet iets om voor weg te duiken. Ik dacht: in hoeveel Franse kerken zal nu op deze zondagmorgen het ‘Asperges me’ worden gezongen en de mensen besprenkeld met wijwater? Misschien was het alles bij elkaar even veel als hier nu viel. Mooie inzegening van de zondag. Daarna een heerlijk zonnetje, niet te fel, wat bewolking, lekker windje, echt voorbeeldig weer.
Op weg naar Thiviers haalde ik nog een oudere Amerikaanse pelgrim in. Hij had veel paden gelopen, maar dit nog niet. Toen ik hem vertelde dat ik naar Lourdes ging, begon hij dit voor zichzelf ook te overwegen. Leuk om zo even van gedachten te wisselen. Om 11.15 uur was ik in Thiviers aan de kerk. In deze kerk is vanmiddag om 15.00 uur de installatie van de nieuwe pastoor (geweest). Natuurlijk ook even bij de bakker geweest. Zoals ik de klok van 11.00 uur hoorde net voor binnenkomst in Thiviers, zo hoorde ik het Angelus luiden, toen ik Thiviers net had verlaten. Nu ging ik niet de route van St. Jacques, maar een wat kortere – ik had me weer wat verrekend, maar deze kortere route was inderdaad korter, maar toch nog goed voor 35 km, dus 56 km in totaal. Rond drie uur begonnen er donkere wolken te verschijnen. En daar viel zomaar regen uit. Tja, de inzegening van de nieuwe pastoor van Thiviers en natuurlijk ook van de nieuwe pastoor van Waalwijk, want dat is ook vanmiddag, dezelfde tijd. Het lijkt wel afgesproken werk.
Bij een bushalte deed ik m’n regenkleding aan – en meteen om de rugzak. Dat lukt met een speciale techniek. Ja, je moet er echt voor gestudeerd hebben. Toen het een uur later zo goed als droog was, had ik al een tijdje water nodig… om te drinken. Al kilometers lang niemand te bekennen. Maar daar zie ik een vrouw in de deuropening. Ze gaat naar binnen. Ik naar het hek. De honden maar blaffen en blaffen. En ik maar roepen en roepen. Maar ons samenspel leverde niets op. Toen nog eens flink aan de bel gerammeld. En jawel, na nog geen vijf minuten was het gelukt. Met m’n drinkwater kon ik verder, de laatste 14 km.
Heel blij was ik dat ik om 17.50 uur de kathedraal kon binnenwandelen. Het voelde als thuiskomen … bij het Allerheiligste … onder de orgelklanken … bij O.L. Vrouw van Lourdes een kaarsje branden … bij St. Jacobus een gebed … en een stempel op m’n credential in de sacristie.
Steeds heb ik m’n tempo goed aan kunnen houden, maar ik voelde wel wat zitten op het laatst. Echt een blaar (aan de zijkant van m’n rechterhiel), m’n eerste sinds Chateauroux. En ik weet wel hoe dat komt. Langs die drukke D-weg – de oude weg naar Périgueux - moest ik steeds in de berm, terwijl een paar kilometer verderop de nationale weg naar Périgueux is aangelegd. En die hebben wíj al 30 jaar geleden ontdekt. Ik denk dat ik dat morgen in de krant zet.
In het hotel krijg ik kamernummer 112. Dat nummer komt mij bekend voor. Even later weet ik het: ik mag zelf eerste hulp toepassen bij m’n blaar en m’n benen en voeten insmeren met zalf. Dat insmeren doe ik steeds na het lopen (m’n voeten ook vóór het lopen). En dat helpt erg goed. Toen ik over de zalf vertelde aan een medepelgrim, zei deze: “Ja, dat weet ik: heilige olie”.
Op m’n kamer gekomen, zag ik dat het raam precies uitkijkt op de kathedraal. Een mooiere locatie kon ik me niet wensen. En nu is het tijd om te eten. Dus ga ik eens afdalen.

Maandag 5 september 2011 21.00 uur: Périgueux – Douzillac: 37 km
Gisteravond bij het eten een interessant gesprek gehad met mensen uit Rotterdam. Vanmorgen- in de schaduw van de kathedraal - werd ik op de gewone tijd wakker. Tijdens het getijdengebed en vooral de Mis werd ik diep geraakt. In het evangelie geneest Jezus iemand, ook al haalt Hij zich daarmee de vijandschap van de Farizeeën op de hals. Het gaat natuurlijk om die genezing, om die ontmoeting met Jezus van hart tot hart, maar die roept dan bij verschillende mensen een negatieve reactie op. Hen kan Jezus op dat moment niet bereiken. Ik besefte op dat moment dat het mij ook lukt om mensen te bereiken met wat mij bezielt en dat ik dat met hen kan delen, maar ik stoot daarbij ook wel eens op een muur en dat kan dan best lastig zijn, voor mezelf en voor anderen. Wie kent dat gevoel niet? Die pijn heb ik vanmorgen uitdrukkelijk bij Hem gebracht en ook het verlangen naar genezing. En dat ik verder ga op de weg die ik erken als de Zijne.
Op de camino is dat heel concreet. Ik sta steeds voor keuzes: vertrouw ik op de tekens, of op de gids of op m’n gevoel of op wat mensen zeggen? Neem ik de tijd om een en ander goed te bekijken? Waar neem ik een pauze? Hoeveel water neem ik mee? Is een noodrantsoen echt noodzakelijk? Welk gewicht kan ik achterlaten? Kan ik op tijd stoppen? En nog veel meer vragen en situaties. Pasklare antwoorden bestaan niet. Al gaande leer ik, ook door verkeerde keuzes. Ook vandaag weer veel geleerd.
Om 8.10 uur vertrok ik na een stevig ontbijt. Périgueux was al best bedrijvig. Na een half uurtje kwam ik in de rust van de mooie steile beklimmingen. Ik ging sowieso al langzamer na de koninginnerit van gisteren en de behandeling van mijn blaar, maar vanmorgen heb ik m’n record echt verbroken: 20 km in 4½ uur, 4 km per uur. Ik zocht de abdij Chancelade: de gids stuurde mij de hoogte in, maar daar ontbraken de tekens, wel andere tekens, maar die waren zeker goed voor zo’n 2 à 3 km extra. Ik begon al te denken dat ik de abdij niet zou vinden. Uiteindelijk vond ik hem. Een schitterend complex. Och, zo moet je in het leven ook wel eens omwegen maken om er te komen. Je denkt dan: waarom? Achteraf kan ik meestal wel een reden bedenken. Na Andrivaux – er was geen weg terug – kwamen er weer mooie steile bospaden, nu bovendien bezaaid met vele keien. Ik ging eens wat onderzoek doen. Het leken mij wel heel bijzondere keien, met afdrukken, en er leken versteende ruggenwervels van prehistorische dieren te liggen. Ik snap wel dat ze er nog liggen. Hier komen alleen pelgrims, en die laten liever wat achter dan dat ze wat meenemen. Een paradijs lijkt het me te zijn voor archeologen. Fantasie of werkelijkheid, de tijd zal het misschien leren.
Net was ik het steile bos uit, toen ik dacht dat het wel verstandig was om eens naar m’n linkervoet te kijken. Ik voelde daar wat irriteren. En jawel, een nagel van een teen in een andere teen. Alles binnen handbereik: water om schoon te maken, homeopathische zalf voor schaafwonden, een pleister en een schone sok. Ik heb er verder geen last meer van gehad. Rond 13.30 uur lag er warempel een boom over de camino. Met acrobatische toeren lukte het me om er met rugzak over- en onderdoor te komen. Even later, na zo’n 20 km dus, kwam ik in Gravelle. Gelukkig dat ik nu wist waar ik was, al was het vanhier nog zo’n 20 km naar Douzillac, waar ik dacht een goede slaapplaats te kunnen vinden. In Gravelle zag ik een zeer typische kruidenier, de winkel van tralies voorzien en enkele broden in de etalage. Het gaf me een negatieve indruk van de plaats. Net over het kruispunt zag ik een restaurant met een bord voor de deur: een menu voor 11 euro. Ik was al voorbij, maar dacht toen: waarom niet? Het is een goede tijd om te eten. En ik draaide me om. Wat me daar overkwam, is me nergens gebeurd: de kom met soep kwam op de tafel – ik kon zoveel soep eten als ik wilde (de eerste soep na een week!) -, een karaf met wijn, een fles water, na de soep nóg een heerlijke salade, toen het hoofdgerecht: rundvlees met spaghetti en als toetje caramelpudding. Het was echt feest. Gravelle kan ik iedereen aanbevelen. Welke route je neemt, moet je zelf weten.
Een uurtje later vervolgde ik m’n tocht op een prachtige laan met bomen langs het water, de zon gaf glans aan het landschap met allerlei idyllische huisjes. Op een gegeven moment stond ik voor de keuze: het bospad of langs de D3. Ik koos voor de kortere route langs de D3. Wel veel auto’s. In de kerk van St. Astier hoorde ik de klok vier uur slaan. Nergens een hotel of chambre d’hotes. Ik wilde hier eigenlijk al stoppen, vond het genoeg. Ik liep verder. In Neuvic Gare zou een hotel zijn. Hoe ik er gekomen ben? Lange weg langs het spoor, het bos in, doorns, waar is het pad? Ja, daar. Stuk grote weg (D3). Eindelijk in Neuvic Gare. Hotel staat aangekondigd, maar … je kunt er niet slapen. Er zijn wel chambre d’hotes … 3½ km verder … in Douzillac. Ik besluit niet verder te lopen. Op een kruispunt dichtbij vraag ik aan een automobiliste die haar rechter knipperlicht (richting Douzillac) aanzet, of zij mij naar Douzillac wil brengen. En jawel, tot voor de deur van chambre d’hotes. Het lijkt een sprookje, maar het is echt. Prachtig hoe dit Vlaamse echtpaar hun huis in Frankrijk heeft opgebouwd en gastvrijheid geeft aan pelgrims en vakantiegangers. Na een douche kan ik zo bij hen aanschuiven aan tafel. Geweldig. Als je in de buurt bent…
P.S. Zoals jullie nu misschien zien, lig ik een dag voor op schema. Ik zie wel van dag tot dag hoe het loopt. Elke dag heeft zo z’n verrassingen.

Dinsdag 6 september 2011 18.30 uur: Douzillac – La Cabane: 31 km
Om 8.00 uur was het ontbijt, uitslapen dus. Een hartelijk afscheid van Liliane en René. Weer op pad (8.50 uur). Ze hebben me goed de weg gewezen, langs de spoorlijn, een stuk langs een rustige D3. Wat liep het heerlijk onder een stralend zonnetje. Dat had ik ook wel nodig. Want het was maar afwachten hoe het ging met mijn behandelde blaren, nu ook één onder mijn linkervoet. Langzaam maar zeker kwam ik over een dood punt heen. Rond 10.00 uur ontmoette ik Agnès van Malmedy (B). Van haar kreeg ik druiven. Ze gaf me ook het adres van chambre d’hotes in Cabane: mr. Drillon. Daar zou zij wellicht overnachten.

Buiten verwachting vroeg was ik in Mussidan (10.30 uur). Daar heb ik warme chocolademelk gedronken en een sanitaire stop gemaakt. Helaas was daar geen taart of iets dergelijks. Daar wilde ik mezelf op trakteren. Vandaag zou mijn vader 89 geworden zijn. 17 jaar geleden heb ik hem voor het laatst kunnen feliciteren. Dat heb ik toen gedaan vanuit Lourdes.

Vanuit Mussidan was het een tien minuten zoeken naar de weg. Niemand van degenen die ik vroeg, bleek de weg naar Compostella te kennen, terwijl ze er wel zelf een eind op lopen. Is het zo niet ook in het geloof? De Weg ken je pas, als je deze gaat, misschien zelfs zonder deze te kennen.
Tijdens het lopen dacht ik natuurlijk ook aan m’n vader en hoe hij is gestorven. Zijn laatste woorden zeki hij tegen m’n moeder op de vooravond van zijn sterven: ‘Ik denk dat ik zo de hemel inslaap’. Wonderlijke woorden voor dat moment, omdat hij juist een opleving had. De volgende morgen – zaterdagmorgen – is hij gevonden, zoals hij de avond tevoren ging slapen. De laatste tijd was hij nog veel meer met de hemel bezig dan daarvoor, ook met zijn gevoel. Een mooi testament.
Een paar kilometer voorbij St. Géry, bij Ferme ‘La Cathy’, hoopte ik weer eens lekker te kunnen eten. In m’n gids stond dit aangegeven als restaurant. Vanaf St. Géry was ik in de beste stemming. Ik was helemaal over m’n dode punt heen. Het liep goed met m’n voeten. In volle vaart en met een stralende zon naar de tafel. Net daarvoor maakte ik kennis met een Vlaams echtpaar dat bij een Lourdeskapelletje op een bankje aan het picknicken was. Zij zouden ook gaan overnachten in La Cabane. Kijk, daar was nu de Ferme ´La Cathy´. Maar wat is dat? Het restaurant is gesloten. Ik loop achterom om te zien of er iemand thuis is. Ik heb toch wel honger, en voorlopig zal ik niets meer tegenkomen. Een man komt naar buiten. Het restaurant is gesloten, zegt hij. Ik kan wel water krijgen. Ik geef hem mijn lege flesje mee. Binnen hoor ik een vrouwenstem. De man komt naar buiten en vraagt of ik bood met paté lust. Ja graag, zeg ik.

Ik neem de dubbele boterham met paté dankbaar aan en eet het op. Als ik wil gaan, komt de vrouw naar buiten en vraagt of ik nog wat wil eten. Ja graag. Kaas? Graag. Ze brengt drie sneeën brood met drie stukken kaas. Heerlijk. Dat is nog niet alles. Ongevraagd brengt ze me nog een ijs en een kop koffie. Natuurlijk laat ik wat achter. Ik kan er weer tegen. Na een pauze van een goed half uur loop ik nu (14.10 uur) de laatste acht kilometer naar La Cabane, waar ik om 15.30 uur aankom. Mr. Drillon is niet thuis. Onder zijn afdak werk ik m’n verslag bij in de hoop dat hij straks voor mij plaats heeft. Ik wilde vandaag wat vroeger stoppen om wat meer te kunnen rusten. Gisteren kwam ik pas om 18.15 uur aan in Douzillac. Om goed half vijf kwam mr. Drillon thuis. Ik werd welkom geheten, maar het was even afwachten of het echtpaar dat heeft gereserveerd de kamer – die daarvoor groot genoeg is - met mij wil delen. Even later komt het echtpaar dat ik onderweg al heb ontmoet. Geen probleem. Zo gaat dat met pelgrims onder elkaar. De volgende slaapplaats is immers nog 12 km verder. Geen optie op dit uur. Misschien dat er nog iemand aanklopt. Ook dan zal het geen probleem zijn. Het echtpaar is van Gent. Ze heten Peter en Annemarie. Even later komt de vrouw des huizes – Noël - thuis van Secours Catholique (o.a. hulp aan minder bedeelden). Met André (Mr. Drillon) ga ik even de wijngaard in om druiven te plukken voor vanavond. Vanavond zal er ook weer soep zijn. Heerlijk om eens wat vroeger aan te komen en te genieten van de rust. Met m’n voeten gaat het prima. Tot zover het verslag van vandaag.
 
Woensdag 7 september 2011 18.00 uur: La Cabane – Pellegrue: 32 km
Gisteravond hebben we met ons vijven genoten van een heerlijke warme maaltijd naar Périgordse traditie, de streek rond Périgueux. Daar staat altijd soep op het menu. Voor mij geen straf. Maar twee volle borden was ook voor mij wel genoeg. Hoe je het bord dan schoonmaakt? Schenk er wat rode wijn in en drink dat dan op. Ik liet de gastvrouw maar voorgaan. Vervolgens gebraden eend en gebakken aardappeltjes, daarna allerlei kazen om af te sluiten met een bord zo vol met druiven als ik nog nooit heb gehad. Ook interessante tafelgesprekken. Vroeg begonnen met de maaltijd (19.30 uur) was het goed negen uur dat we afsloten. Deze vakantie heb ik nog nooit zo vroeg in bed gelegen, 21.35 uur. Heerlijk geslapen, ruim acht uur lang.
Vanmorgen om 7.30 uur was het ontbijt, met Franse kaas. Zijn eigen stempel zette André op onze credentials. Klaar voor de volgende etappe. 8.10 uur was voor mij het afscheid. Ik begon langzaam, kon ook niet anders, ik voelde het gewicht van m’n rugzak (zoals elke dag in het begin), ik voelde vooral m’n blaren, nog niet zo gevoeld, gewoon doorlopen, de voeten – met blaren – moeten wennen in de schoenen. Een half uurtje later had ik er nog nauwelijks last van.
André had me een iets kortere en zeker gemakkelijkere weg gewezen naar Ste Foy-la-Grande, via Le Fleix en vervolgens over de brug en langs de rivier de Dordogne naar Ste Foy. Ik heb de weg goed gevonden. En zo kwam ik van de Dordogne in de streek Bordeaux. Bordeaux doet niet onder voor Dordogne: zoals het een minuutje heeft geregend toen ik de Dordogne binnenliep, zo heeft het vandaag de hele dag zo voor en na gemiezerd. Lijkt mij uitstekend voor de druiven. Ik vond het ook wel lekker. Wat ik niet zo prettig vond, was het geraas van de auto’s op de D672 (na Ste Foy, waar ik de bakker bezocht en de kerk en een korte pauze hield na de eerste 13 km, 10.45-11.15 uur). Het geraas. Op zo’n tweebaansweg ‘moet’ je natuurlijk in de berm lopen. Af en toe ga ik wel eens in de berm. Maar dat loopt helemaal niet. En ik moet ook aan m’n voeten denken. Bovendien maakt deze weg gedeeltelijk deel uit van de Camino. Graag ben ik van deze weg afgegaan, zo gauw het kon, gaf de gids ook aan. Maar waar zijn die tekens gebleven? Niet of nauwelijks wordt de Camino aangegeven. Ik houd auto’s aan om de weg te vragen. Als ik op een driesprong sta, komt er zelfs iemand naar me toe om de weg te wijzen. Zo vind ik Petit Montet … na een echte speurtocht en flinke beklimmingen. Was de D672 toch nog niet zo slecht?! Ik had Petit Montet niet willen missen.
In Les Lèves-et-Thoumeyragues hoop ik wat te kunnen eten. In de kerk hoor ik het 13.00 uur slaan. Ik ga naar de bakker tegenover. Net gesloten, en wel tot 16.00 uur. Wat nu? Verder lopen. Maar niet getreurd. Als ik hoek om ben, zie ik warempel een benzinepomp met kleine winkel, en tafel en stoel voor de deur. Hier houd ik een goede lunch. Een half uur later bestijg ik een berg naar Caplong, ga door de wijnvelden, zie af en toe een teken, vraag hier en daar. Het lijkt mij een enorme omweg te zijn, maar het schijnt de goede weg te zijn. Ik besluit in Pellegru te stoppen (15.30 uur), waar een refugio is. Voor 5 euro ben ik binnen. Er is al een Duits-Nederlands echtpaar (Jurgen en Wilma). Leuk om vanavond weer samen te eten met andere pelgrims. We hebben onze eigen inkopen gedaan bij de supermarkt en delen de tafel en de verhalen.
Helaas is hier geen internet beschikbaar, ook niet in de mediatheek. Het internet is daar uitgevallen. Pellegru is wel een leuk stadje, 900 inwoners zoals Middelaar, maar met voorzieningen zoals in een kleine stad. Naar Pellegru komt natuurlijk heel het platteland eromheen.

Donderdag 8 september 2011 20.30 uur: Pellegrue – Grignols: 23+30 km
Gisteravond was de voertaal Nederlands. Jurgen en Wilma bleken ook moeite te hebben gehad met het vinden van de weg. Gedeelde smart is halve smart. Gedeelde vreugd is dubbele vreugd. Het was goed om samen te zijn. Ik zou hen vandaag niet terugzien, want zij zouden niet verder gaan dan La Reole – ik hoopte toch wat verder te komen – en zij zouden nog slapen als ik vertrok. Dat klopte wel. Niet alleen slapen, ook snurken (maar daar heb ik absoluut geen last van gehad). Om 7.10 uur trok ik de deur zachtjes achter me dicht. Het geestelijke en lichamelijke voedsel had ik al tot me genomen op deze bijzondere dag, feest van de geboorte van Maria. Wonderlijk hoe God heeft ingegrepen in onze mensengeschiedenis! Maar ook wonderlijk hoe Hij kan ingrijpen in het leven van ieder van ons. Als we ons voor Hem openen, Hem ruimte geven in onze agenda – wat hebben we het soms toch druk! – dan kunnen we Hem zomaar ontdekken in ons eigen leven. Dat was een gedachte die door me heel speelde tijdens de Mis vanmorgen in alle vroegte.
Bij de nachtelijke verlichting van het leuke stadje Pellegrue maakte ik met de zelfontspanner een foto van mezelf. U kunt het geloven of niet. De flits van mijn camera ging, en een seconde later was de nachtverlichting uit. Van Pellegrue naar La Reole het laatste stukje Compostella-route – want vanaf La Reole zou ik in een rechte lijn naar Lourdes afzakken, terwijl de Camino wat westelijker gaat. Na korte tijd begon dezelfde teen weer te irriteren. Ik realiseerde me dat de pleister er met het douchen van af was gegaan. Ter plekke heb ik er een nieuwe omgedaan. En het was verholpen. De blaren heb ik de hele dag niet of nauwelijks gevoeld. Die zijn dus wel weer in zoverre hersteld. Met de bagage gaat het ook steeds beter. Zo voor en na miezerde het vandaag weer. Echt niet bezwaarlijk. Heerlijk verfrissend. Dat merkte ik toen de zon vanmiddag zo nu en dan echt door de bewolking heenkwam. Dan werd het echt heet en as het prettig om in de schaduw van bomen te lopen. Het nadeel van bossen en vochtigheid is de werkzaamheid van muggen. Ik heb er wel een paar de kop in kunnen drukken. Maar dat haalt toch niets uit. Want zij zijn met een heel leger.
Het liep vlot. Om 8.45 uur was ik doorheen bossen en wijnvelden in St. Ferme (5 km), een uur later in Coutures (11km), waar ik dankbaar gebruik maakte van de WC bij de kerk/gemeentehuis en mijn dank overbracht aan de vermoedelijke burgemeester die een onderhoud leek te hebben met zijn secretaresse (de deur stond open, ik kon zo binnenlopen). Richting La Reole liep ik nu – zoals de Camino aangaf - een stuk over de D668. Omdat er niet al te veel verkeer over ging, besloot ik om deze iets kortere en voor mij ook snellere weg te nemen. Zo hoopte ik La Reole rond 12.00 uur te bereiken, daar een goed middagmaal te gebruiken en vervolgens een poging te doen om het dertig km verder gelegen Grignols te bereiken. Want ik heb toch graag een dag speling. Je weet nooit wat er kan gebeuren.
Om 1 minuut voor twaalf liep ik de kerk van La Reole binnen. Kort tevoren had ik al een ‘chinees’ gezien. Daar heb ik lekker gegeten en tussendoor met internet geklungeld. Uiteindelijk is het gelukt om het verslag van gisteren te versturen, via een omweg: ik opende mijn mailbox en kreeg prompt meer dan 100 mailtjes binnen. Ik wist niet dat dit mogelijk was – ik heb een ‘vakantie-mailadres’ voor o.a. het versturen van het verslag. Ineens dus die mailtjes, maar ineens kon ik ook het verslag versturen, op de valreep. Gelukkig en met een goed en heerlijk gevulde maag verliet ik om 13.15 uur de goed bezochte ‘chinees’ en zocht ik naar de brug over de Garonne. De brug maakt nog onderdeel uit van de Camino, daarna splitsten onze wegen. Wel opmerkelijk dat direct bij het begin van die splitsing een groot beeld stond van Maria met kind. Mooi dat ik deze weg met Maria mag gaan. De donkere wolken die zich rond het middaguur boven La Reole samentrokken, werden lichter. Schitterend dat wolkenspel. Zo nu en dan nog wat miezer.
Ik nam een stukje van de drukke D9 om daarna op nauwelijks bereden wegen te wandelen. Het leek wel of deze wegen speciaal voor wandelaars zijn aangelegd, al was ik helaas de enige. Prachtige wegen heb ik bewandeld – ook al is het nu geen Camino meer. Hetgeen mij al een aantal dagen is opgevallen, maar nu meer, is dat boerderijen over het algemeen niet omheind zijn (daar zijn dus loslopende honden), terwijl de moderne, dure woningen met veelal twee garages wél omheind zijn. Wat een zielige honden die niet verder kunnen dan de omheining! Ze moeten het huis bewaken. Maar is het ook een thuis? Heb je als volledige tweeverdieners nog wel de puf om er ook samen wat gezelligs van te maken en om te investeren in relatie met elkaar, met anderen, met de samenleving, met God misschien? Wat is het doel in ons leven: vergaren of delen? Waar ik al niet aan denk tijdens het wandelen!
De wegen na La Reole heb ik goed kunnen vinden via een redelijk gedetailleerde kaart. Wel steeds opletten en goed bestuderen. Op de D9 een beetje verder dan Loupiac nam ik de D116E5, dan met een brug over de A62, vervolgens geasfalteerde, bijna privé-wandelwegen, zo klein dat zelfs geen wegnummer hebben, in de vallei van het stroompje de Lisos. Ik zag dat daar nieuwe bomen worden aangeplant. Ook daar had ik er nog behoorlijk de pas in. Er zijn zeer weinig woningen, helemaal geen chambre d’hotes. Ik ‘moest’ dus ook wel doorlopen (in noodgeval heb ik wel een oplossing). Grignols leek wel bereikbaar. Een moeder met dochter dacht dat het nog 5 km was. Dat was te doen. Ik liep in een vallei. Grignols ligt hoog. De laatste 2 km nog flink stijgen (met bochten). Heerlijk vond ik het om toen nog zo’n 6 km per uur te kunnen lopen. Ik dacht: dat is de slagroom op de taart.
Klokslag half zeven was ik bij de kerk. Die was dicht. Op zoek naar een hotel. Er bleek een hotel te zijn. Dat was dicht. Ik naar de buren. Hun lukte het in korte tijd om de eigenaresse die in het hotel was, te bereiken. Het hotel ging open. Gelukkig. Wat had ik anders gemoeten? Bij anderen aanbellen, b.v. bij de burgemeester.
Volgens mij ben ik in het hotel de enige gast (sinds? Zo ruikt het in elk geval wel!) en ben ik vannacht helemaal alleen in het hotel. De eigenaresse heeft mij geleerd hoe ik de deur van het hotel kan openen. Niets bijzonders. Maar wat ze me vergeten was te zeggen was dat het slot van de algemene douche wel op slot kon, maar dan bijna nooit meer open. Sjongejonge, wat heb ik gezweet en wat heb ik een kracht moeten zetten om de deur weer open te krijgen. Zoveel kracht had ik vandaag nog niet gebruikt!
Om weer op kracht te komen ben ik bij de spar gaan winkelen, nog mooi op tijd voor 20.00 uur en daarna op m’n hotelkamer met magnetron gaan eten en het verslag bijwerken. Hier is helaas geen internet-verbinding (ook mijn GSM heeft hier in het hotel nauwelijks of geen bereik, heb wel een SMS ontvangen). Ik denk dat ik de komende dagen voor internet en voor slapen m’n toevlucht zal moeten nemen tot particulieren, want zo’n ‘grote stad’ als Grignols zal ik nauwelijks meer zien tot aan Lourdes. Maar de hulp die ik tot nog toe van Hierboven heb ondervonden, zal hierna niet ineens verdwenen zijn. Ook veel steun heb ik van het thuisfront dat zo meeleeft, waarvoor mijn hartelijke dank. Het is ook ONZE tocht.

Vrijdag 9 september 2011 18.00 uur: Grignols – Estampon: 45 km
De kerkklok sloeg acht uur. Klaar voor de start. Alleen een liter chocolademelk heb ik in het hotel achtergelaten. Al het andere dat ik gisteren bij de supermarkt heb gekocht, is opgegaan of heb ik in m’n rugzak, b.v. een appeltaart zonder slagroom. M’n kleren waren vanmorgen nog lang niet droog. Op de hotelkamer was het niet echt warm en de droogtijd was veel korter dan gewoonlijk. Als ik de natte kleding aan heb, is die zo droog. Heerlijk om gesterkt naar geest en lichaam weer te kunnen wandelen. Het is erg mistig. Ik neem kleine wegen die ik goed kan vinden en waar nauwelijks verkeer is, via Heulies, Biret, La Fille en Lartigue naar Allons. Ik heb het vermoeden dat in de paar huizen van Biret helemaal geen mensen meer wonen. La Fille ben ik voorbij voordat ik het in de gaten heb. De kerkklok van Lartigue slaat elf uur, als ik het dorp nader. Op een driesprong aldaar sta ik te kijken hoe ik een foto kan nemen. Een dame in een auto stopt en vraagt: ‘Compostella?’ Oui. Ze gaat verder in het Engels, omdat ze merkt dat ik geen Fransman ben. Ze vraagt hoe ver ik vandaag denk te komen. Losse, 40 km. Ze heeft familie in een dorp 5 km verder, Estampon. Als ik in Losse niets vind, kan ik wel in Estampon terecht, zegt zij: voir Antoine. Antonius heb ik wel vaker aangeroepen om wat te vinden.
De zon is net doorgebroken. De hemel heeft zich geopend en een engel daalde neer. Bij mijn planning had ik bij Losse een vraagteken gezet bij slaapplaats, omdat ik die in dat kleine dorp wel eens niet zou kunnen vinden. Toeval? Deze ontmoeting met deze vrouw op dit kruispunt? Nee. Ik geloof in de Goede Herder.
Eerst wilde ik in Lartigue een pauze houden, maar toen dacht ik: loop nog maar een uurtje door naar Allons (7 km). Dan kan ik daar in een restaurant gaan eten. Om 12.15 uur was ik blij het restaurant open te zien. Of ik kon eten? Nou nee, dit is geen restaurant. Ja maar, dat staat buiten toch wel aangegeven. Tja, het heet wel een restaurant, maar het is het niet. Ik vroeg of ze voor mij een eenvoudige soep kon klaarmaken. Geen probleem. Ze gaf er ook nog brood bij. Zelf had ik nog Franse kaas en … niet te vergeten de appeltaart. Het was een complete maaltijd.
Een uurtje later ging ik de hitte in met m’n tropische hoofdbedekking en de tropische formule, d.w.z. natte zakdoek over het hoofd en deze vastzetten met m’n pet waarin ik eerst wat water liet lopen. Dat heb ik gaandeweg verschillende keren herhaald, was ook nodig bij die tropische hitte van 30 graden op het asfalt zonder enige schaduw, omdat de zon pal boven je staat. 12 km nog naar Losse, het eindpunt. 15.15 uur was ik er. In gedachten stond ik al onder de douche van de herberg die stond aangegeven. Eerst even naar het gemeentehuis om te vragen hoe ver de herberg was en of die ook open was en om een stempel te laten zetten. Ja, de herberg is open en het is maar 100 meter lopen. Jammer dat het wel herberg heet, maar het niet is, want je kunt er niet slapen. Daar heb ik m’n flesjes wel met water laten vullen. Nu op voor Estampon, het adres dat de engel mij heeft gegeven. Weer de hitte in, maar het gaat. Na vijf kilometer ben ik er (16.15 uur). Heel erg rustig, niemand te bekennen. Uiteindelijk (16.50 uur) vind ik Antoine en doe m’n verhaal. Geen probleem. Ik ben van harte welkom. Ik heb wel geluk, want vrijdag werkt hij niet (normaal is hij niet voor 19.00 uur thuis) en morgen gaat hij op vakantie. Antoine vertelt mij dat het morgen en overmorgen hier ook 30 graden zal zijn, goed dus om op tijd te vertrekken en op tijd binnen te zijn, want vanaf drie-vier uur in de middag is het op z’n heetst. Ik heb vandaag wel weer een blaar gelopen. Dat komt wel goed.
 
Zaterdag 10 september 2011 15.45 uur: Estampon – Estang: 30 km
‘Antoine’, zo riep ik vanmorgen. Het was al 7.50 uur, we zouden om 8.00 uur petit dejeuner hebben en ik hoorde nog niets. Al gauw verscheen Antoine. Hij was vroeg wakker geworden en toen weer in slaap gevallen. Hij had last gehad van een mug. Ik heb het raam vannacht niet open gehad. Ik heb voldoende aan het gevecht met de muggen overdag. Heerlijk geslapen. Gisteravond ook lekker en gezellig gegeten met Antoine, een vrijgezel van rond de 40, schat ik, die daar alleen woont, een suikeroom die vaker neefjes en nichtjes uit de stad ontvangt die daar dan lekker kunnen ravotten. Hij was agrariër, tien jaar lang. Maar dat bracht niets op. Integendeel. Nu hij boswachter is, gaat het hem zeer goed. Les Landes leeft voor een groot deel van de bosbouw. Onderweg heb ik daar veel van gezien. Als ik de kettingzaag hoor, denk ik steeds aan de spokentocht van de schoolverlaters.
Vanmorgen was de zon er al vroeg bij. We hebben buiten ontbeten, zoals gisteren het avondeten. Echt zomer. Om 8.30 uur ben ik vertrokken. Het zou vandaag weer het worden. Ik wilde graag op tijd aankomen, zodat ik nog een halve rustdag zou hebben in Estang. De blaar heb ik goed kunnen verzorgen. Eerst doorprikken, dan ontsmetten met Betadine en vervolgens insmeren met homeopathische zalf voor schaafwonden. Dat hielp al en nu weer.
Maar waar ik wel last van kreeg, was mijn rugzak. Sjonge, wat leek die zwaar! Hoe kan dat nu? Hij is toch niet zwaarder geworden?! Ik dacht: Maar dit houd ik zo niet vol. Was het uitputting van zoveel dagen sjouwen? Opeens kreeg ik in de gaten dat er speling zat om m’n heupen. Het waren dus niet m’n heupen die het gewicht droegen, maar mijn schouders. De riemen flink aangetrokken, en het was verholpen. En even later ging het weer op z’n janboerenfluitjes, zoals gisteren toen ik met m’n vlotte pas ook nog erg veel deuntjes heb gefloten.
Ook vandaag mooie binnenwegen, soms zelfs geen wegnummer. Ergens kwam ik een wielrenner tegen die ik vriendelijk groette. Er kwam niets terug. Later zag ik weer een wielrenner aankomen. Met het fototoestel in de aanslag groette ik weer. Het bleek dezelfde te zijn. Weer zei hij niets, maar er verscheen wel een glimlach om z’n mond.
Via Lapeyrade (lijkt wel Limburg met al die ‘rade’s’), Herré en Chicot (de naam stond zelfs niet aangegeven) naar Cazaubon. Je zult het wel niet geloven, maar ook hier luidden de kerkklokken mij naar binnen: het Angelus luidde om 12.00 uur. Even ben ik binnen geweest, maar ineens had ik erg hoge nood, dus naar de openbare toiletten die ik zojuist had gezien. Wat een bevrijding! Nu kon ik rustig gaan uitkijken naar een restaurant. Het werd weer de bakker: drie broodjes, waaronder natuurlijk een puddingbroodje, en een blikje cola voor de suikers.
Tegen 13.00 uur vertrok ik voor de laatste negen km naar Estang. Ik had wel nog even nagevraagd of er in Estang een hotel is en of dat ook open is. Jawel. De schoenveters en de riemen aangespannen, en daar ging ik. Ik koos voor de D32 in plaats van binnenwegen. Ik wilde zo snel mogelijk in Estang zijn en daar m’n rust nemen. Dat was een goede keuze. Er was weinig verkeer en veel schaduw. Wel prettig met deze tropische warmte (meer dan 30 graden?). Met een flinke pas naderde ik tegen 14.15 uur Estang. Maar wat zag ik daar? Was de weg geblokkeerd, de D32? Jawel. Er lag zomaar een boom overheen, over de hele breedte, ook nog precies bij het bordje ‘Estang’. Was net gebeurd, vertelde men. Er waren al mensen met een kettingzaag en er kwam een camion aan om wat hout te kunnen verplaatsen. Van beide kanten was men bezig. Van beide kanten werden auto’s teruggestuurd, zelfs fietsers zouden er niet door kunnen, alleen ik. Ik zei: ‘Het is wel goed, dat ik te voet ben’. Wel voorzichtig er overheen geklommen … met de ervaring van de Camino, want één misstap en het kan het einde zijn van de tocht. Van de andere kant ook nog een foto gemaakt. Nu was deze weg mijn wandelweg. Maar goed, ik was er. Op zoek naar het hotel dat was beloofd. Ik was de koning te rijk, toen ik nog vóór 14.30 uur op mijn kamer 7 was en het water over me heen kon laten stromen. Wat een genot! Meteen de was gedaan en te drogen gehangen. Een wandeling door het dorp. Helaas is er vanavond en morgenvroeg geen Mis in de prachtige kerk hier, die helaas ook op slot is. Er staat wel een Mis aangegeven die meer dan 50 km verder wordt gehouden morgen om 11.00 uur. Bij ons is 5 km al veel.
Vanavond ook de vooravond van sinds tien jaar wel een zeer beladen dag. Misschien dat we allemaal iets kunnen bijdragen op onze eigen plek in onze eigen situatie aan een stukje verzoening en vrede en onze aandacht kunnen geven aan Onze Lieve Heer die tot het uiterste is gegaan in zijn liefde voor ons. Allen een gezegende zondag gewenst.
 
Zondag 11 september 2011 17.30 uur: Estang – Viella (Portet): 40 km
Gistermiddag tegen 17.00 uur ging ik geld pinnen en naar de kruidenier. Er blijken twee kruideniers te zijn in dit rustige dorp, twee bakkers en twee slagers. Er is ook een voetbalveld, waar ik al jongens had zien trainen. Ik dacht: Loop eens die kant op met m’n zoute chips, pinda’s, banaan, perzik, wortels, drinken; wie weet, spelen ze daar nu een wedstrijd. Ik zag een bus staan ‘Lourdais’. Ik dacht: Het zal toch niet waar zijn! Maar het was wél waar: het voetbalteam van Lourdes was aan het spelen tegen Estang. Lourdes was in het donkerblauw. Ik had een lichtblauw shirt aan. Nog bijna de goede kleur. Ik ging naar de hoofdtribune en zette me daar neer. Mooi overzicht. Niet echt druk, maar wel leuk dat ik dit net moet treffen. Eén keer per jaar speelt Lourdes hier en dat is precies vanmiddag. En… volgens mijn planning was ik nu niet hier geweest, want ik lig een dag vóór op schema. Echt niet te geloven. Ik at m’n chips op om m’n zout aan te vullen. Ik heb nog ongeveer een half uur gezien. Lourdes speelde goed, maar ze verloren met 2-1. Eén persoon had het moeilijk met het verlies. Toen we zo aan de praat raakten over mijn voettocht naar Lourdes, wat dat zo over. Even later knoopte ik een gesprek aan met de buschauffeur. Ik kon zo mee naar Lourdes. Er was nog plaats in de bus met spelers en supporters. Toen ik hem vertelde van de bedoeling van mijn pelgrimstocht, snapte hij wel dat ik niet instap. Maar toch mooi aangeboden. Ik heb wel overwogen om wat bagage mee te geven die ik nog niet heb gebruikt. Maar ja, het is nog maar drie dagen, en 111 km.
Aangezien ik hoopte gisteravond hier te kunnen concelebreren in de avondmis van de parochie, had ik ’s morgens nog niet de Mis gevierd. Ik besloot het nu op hetzelfde tijdstip te doen als de zaterdagavondvieringen in Molenhoek en Middelaar, waar een Taizéviering, resp. Eucharistieviering (b.g.v. 40 jaar Allegria) wordt gehouden. In de geest dus verbonden.
Daarna was het etenstijd. Buiten heerlijk gegeten en de weg voor de komende drie dagen bekeken. Ik ging vroeg naar bed. Om 21.15 uur lag ik al te slapen, om vanmorgen weer lekker fit op te staan. Tijd genoeg, want om 8.00 uur zou het ontbijt pas zijn. Mooi begin met gebed en Eucharistieviering: vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, is de kern van deze zondag. Geen wrok, haat of verbittering, maar vergeving, verzoening en vrede, in het klein en ook in het groot. Ik herinner me dat ik op 11 september 2001 net afscheid had genomen van Onze Lieve Vrouw aan de grot in Lourdes en van het heiligdom afliep, toen door de luidsprekers werd afgeroepen dat er zich in Amerika een ramp had voltrokken. Ik denk dat we de polarisatie alleen maar kunnen overwinnen door echt met elkaar te delen en elkaar van harte te vergeven. Met geweld bewerken we juist het tegendeel van wat we hopen te bereiken. Respect voor de waardigheid van de menselijke persoon – van iedereen! – is daarvan de basis.
Tegen half negen – de directie was iets verlaat voor het ontbijt – vertrok ik met een koele bries. Heerlijk na zo’n broeiende dag. De D32 was grotendeels weer ‘mijn’ weg. Er was nauwelijks verkeer op de zondagmorgen, zoals ook gistermiddag. Om 10.40 uur was ik bij de kerk in Le Houga. Het zal toch niet waar wezen! Hier is warempel om 11.00 uur een Eucharistieviering. Ik besluit om wel even naar binnen te gaan, maar niet te blijven. Het is nog een lange weg vandaag, 38 km. En zal ik wel in Viella een slaapplaats vinden? Na Le Houga bewandelde ik kleinere wegen, bijna geen verkeer, heerlijk rustig, echt genieten, mensen die groeten, honden die blaffen, bomen die wuiven, een zonnetje dat bleekjes schijnt maar niet echt door de wolken heen komt. Het zal wel 25 graden zijn. Ik vind het wel fijn om ergens eens wat te eten. Maar waar? Ik kijk uit naar een restaurant of wat dan ook. De D169 biedt niets van dat alles. Of toch? Daar komt een wandelaarster. Ze gaat richting Compostella. En ze vertelt me dat ik hier bij de kerk (Lelin) kan eten en dat er WC’s zijn. Weer zo’n engel. Als ik haar niet was tegengekomen, was ik hier aan voorbijgelopen, want het ligt toch een 100 meter van de weg af. En daar ontmoet ik andere wandelaars en fietsers die allemaal genieten van hun zelf meegebrachte middagmaal. Ik duik in de rugzak en haal mijn noodrantsoen voor de dag. Voedzame koekjes met als beleg camembert en appelstroop. Ofwel de appelstroop ofwel de camembert is ontsnapt uit de doosjes, want het witte servet dat ernaast ligt in de doos, is niet meer wit. De camembert – voordat je verder leest, waarschuw ik even dat het niet al te smakelijk is – was tamelijk zacht en zelfs deels vloeibaar geworden, na twee weken te zijn meegesjouwd in mijn rugzak. De reuk was niet zo best, maar de smaak viel wel mee. Alles natuurlijk netjes opgegeten, nog wat druiven van de buren aan tafel, en een driekwartier later – tegen 13.00 uur – kon ik er weer tegen voor hopelijk de laatste 14 km (ik had er al 24 gehad). Even had ik het idee dat ik aan het slaapwandelen was, maar een SMSje – ik had de telefoon toevallig aanstaan – gaf mij een goede injectie. Via St. Germé en St. Mont kom ik in Viella, ga naar de kerk, en vraag aan mensen daar of hier een hotel is of herberg of chambre d’hotes. Niets van dat alles. Het enige wat ik zoek is een douche en een bed. Maar ze begrijpen het niet. Het eerste hotel zal ik pas vinden in Lembeye, maar dat is nog 20 km. Om 15.45 uur nog 20 km gaan lopen? Van deze mensen krijg ik nog twee liter water extra, dus twee kilo in de rugzak – die ik er uithaal als ik de hoek om ben. Ik houd het wel in m’n handen. Mij schiet een lied te binnen: ‘je cherche le visage, le visage du Seigneur. Je cherche som image tout au fond de mon coeur’. Maar ik heb er meteen andere woorden op: ‘je cherche un douche, à manger et un lit (2x).’ Ik dacht: ik ga ervoor, op naar Lembeye, en ik zie wel of ik onderweg wat vind. Ik zing dit lied en ik merk het wel. Ik had het pas één keer gezongen – en je gelooft het of je gelooft het niet – er stopte een man met een auto, even verderop. Hij wilde me wat vragen. Of ik op weg was naar Compostella. Jazeker, maar nu eerst naar Lourdes, en dat ik nu op zoek was naar een goede douche en een bed, want Lembeye is nog erg ver. Hij vertelde dat hij in een dorp (Portet) verderop woont en dat er bij hem voor mij plaats was. Heel erg dankbaar ben ik bij hem ingestapt. Ik had al gezien dat ik de kilometers die ik nu per auto afleg, morgen te voet vanuit Portet naar de weg naar Lembeye inhaal. Perfect. Alweer zo’n engel.. Toen we bij zijn huis gekomen waren, zei hij mij: ‘Als mijn vrouw maar niet schrikt’. ‘Dan zal het niet de eerste keer zijn’, zei ik voor de vuist weg. Haar reactie was uiterst beminnelijk: ‘Vous etes sympathique’. Aardig detail: hun dochter Francoise loopt op dit moment acht dagen de Camino vanaf Leon in Noord-Spanje.
Goed half vijf stond ik onder de douche en deed de was. Toen een echte Leffe (Belgisch abdijbier). Onverwacht bezoek van een zus van de heer des huizes met een vriendin. Leuke ontmoeting. Goed om hier te zijn.
 
Maandag 12 september 2011 23.00 uur: Viella – Lourdes: 68 km
Na een heerlijk, ontspannen avondeten, een rustige nacht en een goed begin van de nieuwe dag heb ik tegen 7.30 uur afscheid genomen van het echtpaar dat mij zo gastvrij heeft ontvangen. De zon was vroeg op, ik ook. Het zou een hete dag worden. Het liefst ben ik vroeg in de middag binnen, want vanaf een uur of vier wordt het nog veel heter. Gistermiddag legde de heer des huizes uit, dat ik vandaag de pauselijke weg naar Lourdes zou lopen. Ik vroeg: ’Heeft de paus die dan ook gelopen?’ Nee, dat was niet het geval: jongeren hebben die weg gelopen vanuit Air sur l’Adour. Dat was in 1981, toen paus Johannes Paulus II Lourdes zou bezoeken bij gelegenheid van het eucharistisch congres. Daar kon hij toen niet bij zijn, aangezien hij nog herstellende was van de aanslag van 13 mei 1981, toen hij op het St. Pietersplein in Rome bijna dodelijk werd getroffen. Zijn redding heeft hij toegeschreven aan Onze Lieve Vrouw van Fatima – 13 mei is een van de feestdagen van OLV van Fatima – en precies een jaar later is hij Maria gaan bedanken in Fatima. Bij het eucharistisch congres in Lourdes heeft kardinaal Gantin hem toen vervangen, dat weet ik nog. Wij waren als gezin toen ook in Lourdes. Een geweldig mooie ervaring.
Ik ging vandaag dus de pauselijke weg. In het begin viel het niet echt mee met m’n rugzak en een blaar, maar gaandeweg wende alles weer, ik begon weer te fluiten en ging als een speer. Op ‘onze’ weg. Met de nadruk op onze. Dus de weg is niet alleen van automobilisten. Maar die vergeten wel eens rekening te houden met een wandelaar. Waren de wegen vroeger niet vrijwel geheel van de wandelaars? Er zijn nog wel wegen waar je rustig kunt wandelen. Maar als je echt een heel stuk wilt afleggen, kun je regelmatig in conflict komen met razende en jagende automobilisten. Afstand is een heel ander begrip geworden. Als je wandelt, weet je wat het zeggen wil, als je een dorp of stadje binnenwandelt. Dat betekent leven. Daarbuiten is vaker niets te krijgen. En juist daardoor ga je de dingen meer waarderen: het water dat ze je in de flesjes meegeven, de broodjes en al het andere dat je kunt kopen, de slaapplaats die je vindt, de schaduw in de hitte. Het is allemaal zo veel meer waard, als je wandelt en als je medewandelaars treft met wie je kunt delen.
Na drie uur wandelen (20 km) was het geweldig dat er op maandagmorgen – in Lembeye - toch nog één bakker open was. De minipizza, de broodjes en de cola gingen er in als koek.
Tegen half twee was het water op. Het is nog een driekwartier lopen naar Séron, de plaats die ik heb voorzien als eindbestemming van deze dag. 38 km is toch aardig. Ik vraag aan de vrouw die mij het water geeft of er in Séron een restaurant en een hotel is. Zeker een restaurant, maar van een hotel is ze niet zo zeker. Ik kom in Séron. Ja, gezien de afstand moet het wel zo zijn dat deze paar huizen Séron vormen, maar er is geen plaatsnaam te bekennen – wellicht is die in een of ander museum te bewonderen – en het relais/restaurant zit potdicht en ziet er gewoon ook leeg uit.
Ik heb geen andere keuze dan te besluiten om verder te lopen, totdat ik een chambre d’hotes vind of een hotel. Het is 14.15 uur en volgens mij nog 35 km naar Lourdes. Het is wel prettig om te weten dat de kilometers die ik vandaag nog loop, van die 35 km van morgen afgaan, een relaxte binnenkomst in Lourdes dus. Mooi. Ik loop 4,5 km verder naar Gardères, alwaar ik me door mensen laat overtuigen dat het beter is om via Pontacq te gaan, omdat ik daar zeker een hotel vind. Dat is nog 12 km. Nou vooruit. Zo’n 8 km voor Pontacq – in het dorp waar ik net doorheen ben, Luquet, is geen bakker – is bij mij ineens een dubbele hoge nood. Ik zoek een struik en een schaduwplek op. Voor de tweede keer maak ik gebruik van het noodrantsoen. Ik kan er weer tegen, alhoewel … het is snikheet. Maar mijn tropenformule werkt goed (water op hoofd middels pet en zakdoek). Nog 3 km voor Pontacq kom ik weer een engel tegen: hij geeft mij niet alleen water maar ook een echte Leffe, en hij wijst mij een iets kortere weg met wat meer schaduw. Zo’n steile afdaling had ik nog niet gehad.
Pontacq is groot en heeft een echt hotel. Ik kijk naar de menu’s. Die spreken me wel aan, al staat er geen soep bij. Dan blijkt het hotel ‘complet’ te zijn. Drie km verder naar Lourdes blijkt nog een hotel te zijn. Langs een zeer drukke weg kom ik er. Goed nieuws: ouvert, staat er met grote letters, d.w.z. open. Ik ga naar de deur, maar die blijkt dicht te zijn. Dan lees ik in de bekende kleine letters ‘op maandag gesloten’. Ik weet echt niet wat me overkomt. Het is tegen half zeven en nog 10 km naar Lourdes en ik heb nog niet echt gegeten. Maar ik begrijp uit dit alles, dat Maria mij vanavond nog in Lourdes wil hebben. Ik besluit om verder geen tijd te verliezen met zoeken naar slaapgelegenheid, maar direct naar Lourdes door te lopen, waar hotels in overvloed zijn. Dan ben ik om 20.00 uur in Lourdes.
Toen ik om 19.45 uur het bordje ‘Lourdes’ voorbijliep, heb ik gebeld met het thuisfront – gisteren was er voor mij geen internet beschikbaar en had mijn telefoon geen bereik – dat ik Lourdes binnenliep, dat dit alvast op de website kon, dat morgen het verslag zou komen en dat ik vanavond nog met de lichtprocessie zou meelopen. Groot feest voor mij. Genieten van de binnenkomst. Of beter gezegd: thuiskomst bij Maria. Maria, die het zo heeft geregeld dat ik vanavond – op de feestdag van haar naam, 12 september – deelneem aan de lichtprocessie. Op Maria’s naam staat dus deze koninginnerit, of ik denk wel mijn hele pelgrimstocht. De hoofdintentie van deze tocht van mij is ‘meer helderheid en passende pastorale zorg inzake Megjugorje’, maar er zijn natuurlijk vele, vele intenties vanuit het thuisfront en van mensen onderweg die ik hier graag aan Maria toevertrouw, hier in Lourdes, waar de hemel de aarde raakt. Dat merkte ik vanavond wel heel intens, toen ik kort na 20.00 uur het heiligdom opliep, me met het Lourdeswater waste en het dronk, bij de grot heb gebeden en door de grot gelopen.
En toen ging ik kijken of er plaats was in het hotel waar de bedevaartgroep vanuit Limburg en ook het VOMMMM gaat logeren: hotel Notre Dame de Lourdes. Jawel. Ik heb meteen m’n rugzak achtergelaten op de kamer en ben naar de lichtprocessie gegaan. Ik had nog even tijd om m’n broodje dat ik bij binnenkomstin Lourdes bij de bakker had gekocht, op te eten, terwijl ik van over de Gave uitkeek op de grot. En toen de lichtprocessie. Er zijn geen woorden voor om te beschrijven wat er toen door me heen ging. Ik kwam echt bij Maria thuis. Ik huilde als een klein kind. Zoveel ging er door me heen. Vaak had ik onderweg het Ave Maria gezongen en gefloten – en zovele andere deuntjes – heel gewoon. Maar nu deze emoties. Dergelijke emoties had ik bij het overlijden van mijn ouders en nog wel een aantal gelegenheden. Maar dit overviel me.
Een heel bijzondere avond. Maar ik was ook blij dat ik daarna kon gaan douchen en een poging kon gaan doen om de dag van vandaag te gaan beschrijven. Een echte koninginnedag.
 

Tot besluit
Te voet 636 km in 14½ dag met 17 kg op de rug met beklimmingen en wegen allerlei, menselijk gezien een hele prestatie. Maar ik heb het heel anders beleefd, als een pelgrimstocht. Zonder het meeleven van het thuisfront, zonder de mensen die ik onderweg heb ontmoet, met wie ik kon delen en die mij hebben geholpen, zonder de hulp van Hierboven had ik het absoluut niet gered. Van tevoren, maar ook nog na de 1e week heb ik gedacht: zal ik Lourdes te voet bereiken binnen 18 dagen? Als iemand mij voorspeld had, dat ik het in 14½ dag zou lopen, had ik hem zeker voor gek verklaard. Ook als iemand mij op 12 september ’s morgens had gezegd, dat ik ’s avonds in Lourdes zou zijn. Binnen 12½ uur 68 km met 17 kg en ook nog beklimmingen, is toch onmogelijk?! Ik kan niet anders dan geloven dat Maria mij in Lourdes wilde hebben op 12 september, de gedachtenis van haar naam, en dat ik daar uitgerekend op deze dag de lichtprocessie mee zou lopen. Op het eind moest ik wel gaan zitten, want ik kon niet meer op m’n benen staan. Ik ben gebleven tot het laatst: het Credo, de zegen en het Salve Regina. Wees gegroet, Koningin. Ja, zij is de koningin. Het volbrengen van deze rit heb ik voor mijn gevoel helemaal aan haar te danken. Op Maria’s naam staat dus deze koninginnerit, of ik denk wel mijn hele pelgrimstocht.
De hoofdintentie van deze tocht van mij is ‘meer helderheid en passende pastorale zorg inzake Medjugorje’, maar er zijn natuurlijk vele, vele intenties vanuit het thuisfront en van mensen onderweg die ik hier graag aan Maria toevertrouw, hier in Lourdes, waar de hemel de aarde raakt.
Voor mij is het wel heel bijzonder dat ik op 12 september in Lourdes ben aangekomen en dat alles gegaan is, zoals het is gegaan, niet mijn planning.
Hoe bijzonder is het als Hij mag binnenkomen in ons leven. Dat is misschien wel het grootste wonder dat in Lourdes gebeurt. En Maria helpt daar graag bij. Als een moeder roept zij al haar kinderen samen rond Hem die zij aan de wereld mocht schenken. Schitterend als we ook thuis durven geloven in de kracht van de eucharistie ondanks alles. Want zo komt Hij toch in ons leven en bouwt Hij ons op tot zijn Lichaam, de Kerk. Het woord ontmoeten, is dat niet een fantastisch woord?! Er moet niets, het is niet verplicht, je mag, je bent uitgenodigd. Juist dan kan er iets moois gebeuren: een ervaring die een hele openbaring kan zijn, ervaring van liefde, als je zelf stilvalt, als je zelf sprakeloos wordt. Zo’n ervaring had ik 12 september ’s avonds in Lourdes: thuiskomen.

Lourdes, 15 september 2011
Rudo Franken, pastoor

 

Wie de weg van het hart gaat
houdt altijd contact
met het visioen aan de horizon.
Ik moet de weg ten einde gaan.
Het visioen aan de horizon
is tegelijk al hier in mijn hart aanwezig,
zoals het rijk Gods:
heel de schepping
ziet er reikhalzend naar uit,
en tegelijk is het al in ons
en om ons aanwezig.
Om dat te kunnen zien
moeten we wel kijken
– ademloos –
tot we zien,
zien met de ogen van ons hart.

Hein Stufkens

 

CHATEAUROUX-LOURDES

DE ROUTE IN HET KORT
Ma 29 aug 2011 Chateauroux - Arthon 20 km
Di 30 aug 2011 Arthon – Cluis – Crozant 52 km
Wo 31 aug 2011 Crozant – St-Germain-Beaupré – La Souterraine – Bénévent-l’Abbaye 46 km
Do 1 sept 2011 Bénévent-l’Abbaye - St-Léonard- de-Noblat 54 km
Vr 2 sept 2011 St-Léonard-de-Noblat – Limoges 22 km
Za 3 sept 2011 Limoges – La Coquille 50 km
Zo 4 sept 2011 La Coquille – Perigueux 56 km
Ma 5 sept 2011 Périgueux – Douzillac 37 km
Di 6 sept 2011 Douzillac – La Cabane 31 km
Wo 7 sept 2011 La Cabane - Pellegrue 32 km
Do 8 sept 2011 Pellegrue – Grignols 53 km
Vr 9 sept 2011 Grignols – Estampon 45 km
Za 10 sept 2011 Estampon – Estang 30 km
Zo 11 sept 2011 Estang – Viella (Portet) 40 km
Ma 12 sept 2011 Viella – Lourdes 68 km
Totaal aantal kilometers Chateauroux-Lourdes: 636 km
Gemiddeld per hele dag (29/8 is halve dag): 43,86 km

HET WEER EN WAAR IK VERBLEEF
Ma 29 aug zon, wat bewolking 25 graden particulier adres
Di 30 aug zon, wat bewolking 25 graden hotel
Wo 31 aug zon, bewolking 25 graden refugio
Do 1 sept zon, bewolking 25 graden chambre d’hotes
Vr 2 sept zon, wat bewolking 25 graden zusters
Za 3 sept zon, bewolking, drup 22 graden chambre d’hotes
Zo 4 sept bewolking/zon/regen 22 graden hotel
Ma 5 sept zon, bewolking 25 graden chambre d’hotes
Di 6 sept zon, wat bewolking 25 graden chambre d’hotes
Wo 7 sept miezer 22 graden refugio
Do 8 sept miezer, zon 25 graden hotel
Vr 9 sept mist, zon 30 graden particulier adres
Za 10 sept bewolking, zon 33 graden hotel
Zo 11 sept mist, bewolking 25 graden particulier adres
Ma 12 sept zon, vrijwel onbew. 33 graden hotel