FILIPPIJNENREIS pastoor Rudo Franken - 11 tot 21 januari 2012
Nadat het Filipijnse Sinul
ogfeest reeds een paar jaren in Molenhoek was gehouden, werd ik door hen uitgenodigd om het ook eens mee te maken in de plaats waar het z’n oorsprong vindt en al jaren wordt gevierd, Cebu. Die uitnodiging heb ik graag aangenomen, maar meteen heb ik aangegeven dat ik de viering van dit feest dan zou willen combineren met een bezoek aan de Mangyan op het eiland Mindoro, waar we afgelopen jaar (2011) ons vastenactieproject hadden. En zo is geschied. Ik had niet kunnen denken dat het zo’n fantastische ervaring zou worden. Ik zag er best wel tegenop, had er tot het laatst nog niet echt zin in. Ruim tien dagen weg uit de parochies, terwijl er veel werk aan de winkel is. En toch is het goed om van tijd tot tijd mijn blik te verruimen, niet vast te roesten. De ervaringen die ik met deze reis heb opgedaan, zullen daar zeker toe bijdragen.
Gedurende deze reis heb ik een dagboek bijgehouden; ik heb mijn indrukken en gevoelens bij wat ik in de Filippijnen heb beleefd, zo goed mogelijk proberen te verwoorden om zo iets te kunnen delen met mensen alhier. Wie weet, kan een en ander ons op weg helpen om meer SAMEN te LEVEN.
Donderdag 12 januari 2012 6.00 uur Chinese tijd
Over een uurtje zullen we landen in Hongkong. Het ontbijt wordt zo meteen geserveerd. Gisteren/vandaag 7 uur korter vanwege het tijdsverschil met Hongkong en Filippijnen. Hier in het vliegtuig heb ik wel een uurtje gerust, in de late middag Nederlandse tijd. Daarna verder gelezen in een door Communio samengestelde collectie beschouwingen over het Tweede Vaticaanse Concilie b.g.v. de 50e verjaardag. Helemaal uitgelezen. Zeer boeiend. Op grote hoogte heb ik deze stof tot me genomen. Deze zal ik goed kunnen meenemen in de retraite die ik van 27-29 maart ga geven aan de leden van de pater Pio gebedsgroep en parochianen.
Zojuist heb ik de lezingendienst en het morgengebed gebeden, terwijl mijn computer nu 11-1-2012 23.11 uur aangeeft. Ik ga dus echt een nacht overslaan, terwijl afgelopen nacht al niet langer dan vijf uur duurde. Er was nog het een en ander voor de parochie te doen. Nog niet echt zin in de Filippijnenreis. Het geeft wel een goed gevoel dat ik zojuist genoemd boek al uit heb kunnen lezen.
Donderdag 12 januari 2012 15.25 uur (8.25 uur Nl)
Geweldige ontvangst in Cebu, waar we om 12.00 uur zijn geland. In Nederland was het toen 5.00 uur. Dus alles in diepe rust. Hier bruist het van leven. En een weldadig aandoende warmte. 29 graden. Meteen m’n pullover uit. Op het met vlaggetjes versierde vliegveld zijn al zingende en musicerende mensen vanwege het Sinulogfeest. Wat een blijheid stralen ze uit. Mij werd door een jonge Filipijnse vrouw een kralensnoer omgehangen met de naam Cebu en een gitaar erop. Ik maakte een foto van het groepje. We rijden naar het logeeradres met de mensen die ons ontvangen. Ik kijk m’n ogen uit. Allereerst in de auto zelf. Wat er hangt en staat en ligt. Naar buiten kijkend zie ik allerlei voertuigen die ik nog nooit heb gezien. ‘t Rijdt allemaal, met twee, drie of vier of nog meer wielen. Er rijden ook jeepnies, open taxibusjes waar ik niet in pas vanwege m’n lengte. Het krioelt er van winkeltjes, mensen jong en oud, palmbomen. We stoppen bij een huis. We zijn er. Airconditioning. Want mensen vinden het heet. Ik geniet ervan. Hoe warm het in Nederland is? Warm voor de tijd van het jaar, 10 graden. Normaal vriest het er. We drinken koffie. Ik eet een mango. Heerlijk.
Gelukkig is hier internet, zodat ik het thuisfront wat kan laten weten. Dan even rusten. Op de 1e etage krijg ik een mooie kamer met terras. Alles zit goed in de verf. Oogt nieuw. Veel geraas door de straat. Veel bedrijvigheid. Na een kwartier sta ik weer op. Ik voel me niet echt moe. Mooie tijd voor de Mis. Uit dankbaarheid voor behouden aankomst, gastvrije ontvangst en nog een aantal intenties. De eerste lezing gaat over de Filistijnen, door wie de Israëlieten in de pan gehakt worden, een ramp voor het uitverkoren volk, moet je maar niet naar de Filistijnen gaan of beter op God vertrouwen. Dat vertrouwen klinkt door in het evangelie bij de melaatse die gereinigd wordt. “Ik wil, word rein”, zegt Jezus dan. En het gebeurt.
M’n Filippijnenreis, een heel avontuur. Ik weet alleen dat ik het Sinulogfeest ga meemaken en het eiland Mindoro ga bezoeken. Tien dagen in een heel ander land. In elk geval een goed begin. Ik ben benieuwd. Ik zal nu maar weer een malariatablet innemen, want het is 9.00 uur Nederlandse tijd, een dag geleden dat ik het vorige innam bij het ontbijt.
Donderdag 12 januari 2012 23.55 uur (Fil.tijd)
Het regent dat het giet. We zijn net op tijd terug van een middag-avond Cebu, m’n eerste dag in de Filippijnen. Echt een belevenis. De jeepny, de ‘open, kleine vrachtwagentaxi’. Men zei dat ik daar niet in paste. Maar het bleek wél te gaan. Langzaam zag ik de jeepny volstromen. Ik dacht: ‘Nu zal hij wel vol zijn’. Maar er konden er nog meer bij. Op twee banken tegenover elkaar in het overdekte ‘laadruim’ – ik schat 5 meter lang – was plaats voor zo’n twee elftallen. Je stapt van achteren in – ik hoefde net niet kruipend binnen te gaan – en gaat zitten waar plaats is. Achter op de jeepny staat een jongen die de ritten afrekent en kijkt of er nog plaats is. Als er nog plaats is en hij ziet iemand die mee wil, tikt hij op een buis waar je je aan vast kunt houden of op de wand van de wagen. Dan weet de chauffeur dat hij moet stoppen. Zelf kun je ook op de buis tikken, als je eruit wil. Heel simpel. Het afrekenen gaat wel heel bijzonder. Met één hand houdt de jongen die afrekent, zich vast; de andere heeft hij vrij om de ritten af te rekenen. Het geld wordt in beide richtingen van hand tot hand gegeven, want zijn arm is geen 5 meter lang. Zo kan iedereen afrekenen en het wisselgeld terugkrijgen. Wat rijden er veel van die jeepnies, de rozenkrans om de achteruitkijkspiegel, allerlei devotionalia zie je waar dan ook. Maar onze rit begon in een tricycle, een driewieler, een bromfiets met overdekt zijspan. Ook daar bleek ik in te passen. Sjongejongejonge, wat een verkeer! Maar nergens hoor ik het knallen of kraken; wel onafgebroken getoeter. Vanwege het hoge roetgehalte zie ik een aantal mensen met zakdoek of iets anders voor hun mond. In de jeepny heb je daar minder last van. In het centrum van Cebu is het een drukte van jewelste: een voorbereidende noveen voor het Sinulogfeest. Morgen is de laatste van die negen dagen. Zaterdag begint dan het tweedaagse Sinulogfeest. Vanavond om 19.00 uur begint er in een behoorlijk grote hal-stadion voor de basiliek van Santo Nino een Eucharistieviering. Indrukwekkend hoe aandachtig onze Filippijnen zijn. Er gaat iets van uit. Zij beleven dit als deelnemers. Ik sta er nog als toerist bij met m’n fototoestel. Dit wil ik toch graag vastleggen voor het thuisfront. Vanaf de trappen van deze hal lopen we de basiliek binnen. De deuren staan wijd open. Ook in de basiliek staan de mensen allen aandachtig gekeerd naar het altaar in de hal. Als we vanuit de basiliek naar buiten het heiligdom lopen, blijken de mensen ook buiten het hek met heel hun aandacht bij de Eucharistie te zijn. Er is plaats om dichterbij te komen. Wij Nederlanders zouden daar gebruik van maken en zo ver mogelijk naar voren proberen te komen. Zij, de Filippijnen gaan niet dringen. Wat gaat er een rust van uit. Zelfs de preek wordt met aandacht gevolgd. Ik hoor een enthousiaste predikant en de nodige lachsalvo’s die de ingetogenheid niet verstoren.
Als we een derde iemand naar wie we op zoek waren, hebben gevonden, gaan we samen wat eten in een restaurant. Het wel zeer goede restaurant is goed beveiligd. Het blijkt niet betaalbaar voor menige Filippijn. Ook hier dus enorme verschillen tussen rijk en arm. Maar wanneer ben je echt rijk? Daar kun je lang over filosoferen…
We namen de tijd om te eten. Af en toe vielen m’n ogen bijna dicht. Hoe laat zou ik m’n bed zien? Bij het uitgaan van het restaurant waren daar bekenden van de ‘derde persoon’ aan het zingen en het spelen. We streken weer neer. Tja, en daarna nog even thuis aangaan bij die ‘derde persoon’. Alle tijd nemen heeft ook wel iets, meer dan de vluchtige contacten van een gehaaste samenleving. M’n ogen zijn daar niet dichtgevallen. Nog voor de nieuwe dag waren we weer thuis, al moest ik over een hek klimmen om de vrouw des huizes, Jocelyn, uit haar slaap te kloppen. Daarna stroomde de hemel leeg en heb ik m’n dagboek nog bijgewerkt. Ik zie wel hoe laat ik morgen – dat al vandaag is – wakker word.
Vrijdag 13 januari 2012 21.00 uur (Fil.tijd)
Rond 6.00 uur kwam het dorp Bayong – waar ik logeer - weer tot leven. De haan schijnt al om 4.00 uur te kraaien. Daar had ik niets van gehoord. Het was een heerlijk tropische nacht. En ik was blijkbaar moe genoeg. Tegen 7.00 uur stond ik op. Twintig minuten later was ik de laatste aan het ontbijt, een warm ontbijt. Mensen hier zijn vroeg. Morgen en overmorgen zal de haan voor mij te laat kraaien. Want dan is het de bedoeling om al om 4.00 uur op pad te gaan. Morgen begint om 6.00 uur de ‘fluvial procession’ (processie op de rivier). Daarmee wordt het tweedaagse Sinulogfeest geopend. Zondag is om 6.00 uur de Hoogmis, waarna om 9.00 uur de kleurrijke parade begint. Maar terug naar vandaag.
Hier is geen klok nodig en ook geen wekker. De haan is dus de wekker, en voor anderen het geraas op straat dat om 6.00 uur begint. Verder oriënteren mensen zich hier op de stand van de zon. En ’s morgens om 6.00 uur wordt het licht en ’s avonds om 18.00 uur donker, vrij plotseling omdat het hier dicht bij de evenaar is. De klok is ook niet nodig, omdat mensen hier meestal wel de tijd nemen. De echte taxichauffeur moet natuurlijk wel de meter laten lopen, al is het heel goedkoop. Bij de jeepny nog veel goedkoper. Vanmorgen dacht ik op een gegeven moment: Nu is de jeepny echt vol. Maar nee hoor, er konden er nog twee of drie bij en nog twee achterop. Een kleine 25 mensen in een jeepny die een maatje kleiner was dan die van gisteren en waar ik dus ook in pas. Het verkeer was nu wel een drukte van jewelste. Spitsuur. Even na 9.00 uur vertrokken en tegen 11.00 uur aangekomen. Ik heb niet het idee dat hier méér is dan één weg. Wel een paar zijstraten. Ik heb ook geen indruk van waar ik zit, ik heb geen plattegrond gezien. Normaal is dat het eerste wat ik opzoek. Hier is het anders. Er staat hier een fiets in de schuur, maar het wordt hier als te gevaarlijk gezien om met de fiets of te voet te gaan. En beter is het bij elkaar te blijven. Van zelf de omgeving verkennen komt dus niets. Voor de zekerheid heb ik het adres maar genoteerd voor als ik zou verdwalen. Wat betreft het programma: dat wordt gaandeweg de dag wel duidelijk en ingevuld. Je komt mensen tegen en kijkt met elkaar wat je dan doet. Het heeft wel wat.
We reden naar het centrum, de basiliek en de mensen die ik nu bij daglicht zag. Wat een feest. Goed 11.00 uur gingen we de hal-stadion bij de basiliek binnen, mooi op tijd voor de Mis die daar om 11.30 uur (en niet om 12.00 uur wat we dachten) zou beginnen. Gisteravond de eucharistieviering van ‘buiten’ gezien, nu echt van binnen meebeleefd. Echt geweldig. Ik was concelebrant met een twintigtal andere priesters. Prachtige versiering, mooie zang, waar iedereen aan meedeed; bezieling zag ik bij de kleinste misdienaars, maar ook bij alle anderen. Indrukwekkend. Ik mocht mee de Communie uitreiken. Bij de voorbede baden we ook een speciaal gebed tot Santo Nino (het heilige Kind Jezus). Na de Mis werden we uitgenodigd voor de lunch met allen die een speciale betrokkenheid hadden bij de Mis. Ik kwam in gesprek met verschillende priesters. Een van hen bleek in Pakistan mariologie te doceren. Hij en een paar anderen waren heel geïnteresseerd in mijn boek over Medjugorje en de kritische brochure over de Vrouwe van alle volkeren. Zij waren blij met deze informatie die ik hun gaf.
Na de lunch was er alle tijd om rustig rond te wandelen en de sfeer te proeven. We bekeken ook de basiliek. Nog steeds vol met mensen. Prachtige basiliek. Tot basiliek verheven door paus Paulus VI. Per jeepny gingen we na een stevig middagmaal – de lunch was vrij licht geweest – met ons vijven naar Talamban om daar een pater Karmeliet te bezoeken die we bij de lunch hadden gezien. Het was echter al 19.00 uur voordat we in Talamban waren, te laat om nog per taxi naar de nabij gelegen Tabor Hill (Karmelietenklooster-seminarie) te gaan. Rond 19.45 uur waren we weer ‘thuis’. De negenjarige dochter, Shane, kwam me enthousiast vertellen dat ze mij op Youtube had gezien; dat was het filmpje van de boekpresentatie in Augsburg in juni afgelopen jaar. Dat had ze heel leuk gevonden. Alleen: Duits kon ze niet verstaan. Ze hing me vanavond het CEBU-versiersel weer om dat mij op het vliegveld was omgehangen … voor de komende dagen.
Zaterdag 14 januari 2012 4.30 uur (Fil.tijd)
Vanmorgen heb ik gewonnen. Om 3.00 uur opgestaan, hoorde ik de hanen pas een kwartier later (misschien dat ik toen pas echt wakker was). Driekwartier later was ik klaar met m’n gebed en douche, klaar om te ontbijten. Ook daar was ik de eerste. Het licht was wel al aan. Langzaam maar zeker kwam alles tot leven, het verkeer nog niet. Tijdens het warme ontbijt liep de hemel weer even leeg. Hemelse voorbereiding voor de fluvial procession. Shane zal met ons meegaan, evenals haar moeder. Niet te geloven dat Shane, 9 jaar oud, na vier of vijf uurtjes slaap al fit is om mee te gaan. Haar moeder moet eerst nog de honden voeren, want we komen pas in de middag terug. Al met al zullen we een uur vertraging hebben. Het is nu 4.45 uur. Ik hoor de eerste gemotoriseerde voertuigen. En het regent niet meer. Zo meteen kunnen we op pad.
Zaterdag 14 januari 2012 15.20 uur (Fil.tijd)
Vijf kwartier later dan afgesproken gingen we van huis, goed kwart over vijf. Al gauw hadden we een jeepny, maar deze was nog weer iets kleiner en lager. Geen probleem. Het went heel gauw allemaal. Zo ook het verkeer. Eigenlijk is de enige regel: geen brokken maken. Dan moet je wel overal ogen hebben. Goed kijken en ook niet bang zijn om voortdurend te toeteren. Dan kunnen de oren de ogen helpen. Want alles kan: of je links of rechts rijdt of inhaalt of er een rij bijmaakt totdat het net niet meer gaat. Vanmorgen vroeg was het nog rustig, maar met zonsopgang (6.00 uur) is het een grote drukte, nu met het Sinulogfeest. Tegen half zeven stonden we aan de kade om Santo Nino daar te ontvangen. Ondanks de enorme vertraging waren wij aan de vroege kant. We hebben daar nog tweeëneenhalf uur gewacht. Of ik het niet lang vond duren? Waarom? Ik ben toch op de Filippijnen?! En er is genoeg te beleven. Mensen genoeg om naar te kijken. Geweldig, zoveel blije gezichten en muziek en zang en dans. Een rijst-ontbijt dat daar verorberd wordt. Heel veel rust en blijde verwachting. De zon begon warmer te worden. Paraplu’s kwamen tevoorschijn en waaiers. Ik haalde m’n pet uit m’n rugzak, legde een zakdoek over m’n hoofd en oren en zette die met de pet vast. Zo leek ik wel een Arabier. Maar het werkt wel. Mij werd voorgesteld om niet bij de kade te wachten maar alvast richting basiliek te gaan, omdat het allemaal zo lang duurde. Ik heb m’n horloge afgedaan en deed alsof ik hem in het water gooide. Ik stopte hem in m’n broekzak en zei dat het mij echt niet uitmaakte hoe lang ik moest wachten. Dus bleven we. En daar heb ik geen spijt van. Wat ik vanaf 9.00 uur meemaakte – een half uur lang – is met geen pen te beschrijven. Daar moet je echt midden tussen in staan. Je moet het voelen. Op een bijzondere manier heb je contact met elkaar, al spreek je niet dezelfde taal. We zagen reeds wat versierde schepen. Al fotograferend liep ik alleen steeds verder langs de kade, wel honderd meter, in de richting van waar de schepen vandaan kwamen en ging daar de hoek om. En wat zag ik daar? Prachtig versierde vaartuigen ter begeleiding van Santo Nino dat op een nog mooier vaartuig werd vervoerd. Een schitterend schouwspel. En wat een uitbundigheid bij de mensen! Werkelijk een koninklijke ontvangst. Het herinnerde mij aan de Wereldjongerendagen in Keulen in 2005, hoe daar de paus werd ontvangen door een miljoen jongeren uit de hele wereld. Nee, dit had ik echt niet willen missen.
We volgden de processie met Santo Nino richting basiliek. We kozen ervoor om nu de kathedraal te bezoeken. Heerlijk om daar even neer te strijken en alles in alle rust te laten bezinken, prachtige muziek op de achtergrond en zovele mooie indrukken op het netvlies. M’n hart was vol dankbaarheid.
Tegen 10.00 uur verlieten we de kathedraal en gingen we voor een hapje. Ik had Renna bij het ontbijt om 4.00 uur nog horen beweren dat ze geen lunch nodig had, nu ze een ontbijt had met rijst. Maar uitgerekend zij was het die nu vroeg om te gaan lunchen. Ik sloeg het natuurlijk niet af en was blij met de hap en de cola. Het valt me wel op dat er zoveel grote en kleine bedelaars zijn. Dat blijkt samen te hangen met de Sinulog-drukte, evenals de vele verkopers van even zovele dingen allerlei. Even nee knikken en ze dringen niet verder aan. Dat is wennen: zelf lekker eten en drinken en een paar meter verder lopen mensen die daar alleen maar van kunnen dromen, mogelijk. Veel beveiliging is er. Hun aanwezigheid is blijkbaar al voldoende, want ik zie geen vervelendigheden.
Een verrassing was het dat we na de hap een broer van Renna gingen bezoeken. De taxi vond z’n weg tussen alle drukte. We eindigden in een smalle steeg. Daar bleek haar broer te wonen met daarbij een taxibedrijf ‘Psalm 23’, de Heer is mijn herder. Een hartelijke ontvangst. Een zoon van die broer reist veel vanwege zijn werk. Hij handelt in allerlei hydraulische apparatuur en helpt nu daarmee in Pakistan na een ramp die zich daar in een zeer lang rivierdal heeft voltrokken. Er is een berg ingestort, de rivierbedding is op die plaats tot op grote hoogte gevuld (100 meter), zodat er een veertig kilometer lang meer is ontstaan. Van zeer veel mensen zijn hun grotwoningen onder water komen staan (Osama bin Laden woonde daar ook in de buurt). Nu probeert men met goede apparatuur die ingestorte berg op te ruimen, zodat het meer weer een – honderd meter lagere - rivier wordt. Vóór het regenseizoen dat in februari begint, moet dat klaar zijn, want dan wordt het gebied ontoegankelijk. Anders moeten ze na het regenseizoen weer verder gaan (Attabad, Hunza in Pakistan, gebeurd 4-1-2010). Het was zeer interessant.
Met de ‘Goede Herder’-taxi zijn we weer ‘thuis’ gebracht. 14.45 uur een mooie tijd. Kunnen we even rusten voor de belangrijkste dag van het Sinulogfeest en heb ik ruimte voor m’n dagboek en een stille Mis.
Zondag 15 januari 2012 15.40 uur (Fil.tijd)
Gisteravond werden er speciaal voor mij aardappels gekookt. Of ik kokoswijn wilde proeven. Natuurlijk. Zoete wijn. Ik heb er heerlijk op geslapen van 19.45 uur tot 3.00 uur. Toen was het weer tijd om op te staan, nu voor de eigenlijke dag van het Sinulogfeest. Nog voor 4.30 uur stonden we buiten. We hadden meteen een tricycle die ons naar het centrum van het dorp bracht, vanwaar we in een jeepny klommen. Al gauw zaten we helemaal vol: ± 25 man en allemaal voor het Sinulogfeest. Hij hoefde dus niet meer op elke hoek te laden en te lossen. Sjonge, wat ging dat ding snel. We reden constant wel 60 km per uur. Er was ook nog nauwelijks wat te doen. Rond kwart over vijf konden we uitstappen in een overweldigende mensenmenigte. Hoe komen we hier ooit doorheen (300 meter)? Het was millimeterwerk. Maar ik had een goede wegbereidster, Renna. Ik hoefde maar te volgen. Twintig minuten later was ik al in de sacristie. Ik maakte kennis met twee Filipijnse priesters, één werkzaam in Nepal en één in Polen. Beiden waren geïnteresseerd in een kritische kijk op Medjugorje en de Vrouwe van alle volkeren.
De Hoogmis begon om precies 6.00 uur. Schitterend. Wat een feestelijke omlijsting van een gebeuren dat leeft in de ziel van de Filippijnen! De Filippijnse taal was geen barrière. Eigenlijk sprak iedereen dezelfde taal. Je zag het aan de gezichten. Ik kreeg er kippenvel van, verschillende keren. Ik dacht: Hier moet ik niet teveel over nadenken, want dan word ik echt emotioneel. Als ik hier eens iets van zou kunnen meenemen en importeren! Ook vandaag mocht ik de Communie mee uitreiken. Met wat een eerbied komen de mensen naar voren. Ondanks de drukte is er geen gedrang. Een bijzondere gemeenschappelijke beleving die je in alles kunt proeven. Vanaf het begin was het warm geweest. Tegen het einde van de Mis begon de zon door te komen en begon het warm te worden. Maar voor mij werd het nog op een andere manier erg warm. Toen ik iets later dan de andere priesters – alleen – door het middenpad richting basiliek liep, wilden zeer velen door mij gezegend worden. Dat gaat zo. Iemand geeft je een hand en brengt jouw hand dan tegen zijn of haar voorhoofd. En daarbij wordt dan vaak (Viva) Pit Senyor gezegd, (Leve) het Kind, de Heer. Ik wist alweer niet wat me overkwam. De hemel op aarde. Een paar honderd mensen moet ik – dan links en dan rechts - zo gezegend hebben. En aan het einde van die reeks stonden er voor mij een paar bekenden. Met hen ben ik naar de ontbijttafel gegaan. Een half uurtje ontbeten. Half negen gingen we richting Sinulogfeest. Door de mensenmassa. Het was me gisteren en eergisteren al opgevallen dat er op straat zoveel dingen allerlei te koop worden aangeboden en zoveel gebedeld wordt. Hoe moeten zij allemaal in leven blijven? Ze proberen een graantje mee te pikken van de drukte van het Sinulogfeest, maar van die paar centen kunnen ze toch niet leven?! Zelf zou ik – als ik tot de bedelstaf zou zijn vervallen – denk ik de drukte vermijden, kijken of ik ergens voor iemand iets kon betekenen en net zo lang reizen tot dit het geval was. Wat ik ook vanmorgen voor me zag, was voor mijn gevoel een bodemloze put. Ik heb dan wel moeite om me van mensen in nood af te wenden en nee te zeggen. Ben ik niet geroepen om de hemel op aarde te brengen, waar dit nog niet het geval is? Maar als je eentje wat geeft, heb je zo een file.
Goed 9.00 uur stonden we langs de kant voor de optocht van het Sinulogfeest. Zo’n 50 hele grote groepen trekken langs, zeer kleurrijk uitgedost en vooral met de muziek van Senyor Santo Nino, met zang en dans. We liepen verder voor een beter zicht. Met mijn lengte kon ik daar net over de heg/hek foto’s maken. Voor één van ons gezelschap maakte ik met zijn toestel (waarbij ik twee handen nodig had) een paar foto’s. Na het maken van een foto (paar seconden werk) merkte ik ineens dat de rits van mijn heuptasje open was. Ik had geduw gevoeld. Een ander had drie grieten van tegen de 20 bij mij zien duwen. Ik keek rond, maar het was al gebeurd. Ik miste alleen m’n telefoon, zo’n apparaat waar je ook nog mee kunt bellen. De rest hadden ze laten zitten. Het was 10.10 uur. Een uur later - eerst nog (om van de schrik te bekomen?) kokossap drinken uit een echte kokosnoot, daarna het vruchtvlees uitlepelen – waren we op het politiebureau. Daar schenen ze na een half uur niets te kunnen doen. Dinsdag terug komen. Dat gaat Jocelyn voor mij oplossen. Zonder aangifte zal het moeilijk zijn om aanspraak te kunnen maken op de verzekering. We gingen nog niet meteen naar ‘huis’ (daar kon ik mijn abonnement blokkeren). Eerst nog kip met rijst eten met cola erbij. Een drukke zaak was het. Toen de kip net achter de kiezen was, werd onze tafel al schoongemaakt. Voordat ik het in de gaten had – alweer – was me de cola afgepikt en weggeschud in een afvalbak. Het was duidelijk wat ons te doen stond: meteen vertrekken. Voor mij geen zaak om terug te komen. Nog even langs bij een vriendin van een van ons. Om goed kwart over één konden Renna en ik op zoek gaan naar een taxi. Maar maar maar maar maar. Wat een drukte! Moeten we daar doorheen? Vanmorgen had ik het net niet benauwd gekregen, nu wel. Bij een zijstraat kon ik gelukkig ontsnappen. Renna volgde. Nu waren we echt aan het dwalen. Maar het kwam goed, zonder kompas. Onderweg nog een paar mooie foto’s gemaakt. En wat bijzonder dat ergens een paar kleine kinderen naar mij toekwamen om zich te laten zegenen. De twee werelden die hier zo dicht bij elkaar liggen. Gelukkigerwijze vonden we om 14.40 uur – na 1½ uur - een taxi die ons een half uur later thuis afleverde. Het eerste wat ik deed, was m’n vodafone-abonnement van de HTC blokkeren en iets van het plezier van de dieven afnemen.
Maandag 16 januari 2012 8.00 uur (Fil.tijd)
Gisteravond ging ik op tijd slapen, rond 21.00 uur. Want om 4.00 uur zou ik al opstaan. In Bayong is elke dag om 6.00 uur de Mis. Toen we gistermiddag tegen half zes gingen afspreken om de Mis vandaag mee te kunnen celebreren, zei de pastoor dat ik de Mis wel alleen kon doen. Hij had nog wat anders. Het was geen probleem als ik de Mis in het Engels zou lezen. Vanmorgen om 5.00 uur zat ik al aan de koffie. Goed half zes gingen we te voet naar de kerk. De pastoor had gezegd dat er twintig mensen zouden zijn. Het waren er zeker vijftig. Dat weet ik vanwege het aantal rozenkransringen dat ik heb uitgedeeld na de Mis vanwege mijn verjaardag. Ik zei: “Zo kunnen we nog meer met elkaar verbonden blijven in gebed”. Ik heb gesproken over hun rijkdom en de armoede in Nederland. Onze schat ligt in het geloof en in de liefde in Christus. Het kleinood werd zeer op prijs gesteld. Met nog een 7-tal rozenkransringen in m’n broekzak (naast de ruim 40 afgetelde) kwam ik precies uit. Ze zongen ook nog ‘Happy Birthday’. In de Mis heb ik een paar woorden Cebuaans gesproken: ma-ayong buntag sa tanan (Goede morgen allemaal); salamat (dank u); viva Senyor Santo Nino (leve de Heer, het heilig Kind). Van de Mis gistermorgen in Cebu weet ik hoe zulke directe woorden werken. Ze worden met nog meer enthousiasme herhaald door de mensen.
Zo vroeg als het was, was het al heet. In de sacristie werd ik al nat van het transpireren. Maar in de kerk was een ventilator die steeds mijn kant werd opgezet door een ‘ventilator-bedienaar’. Dat werkte goed. Er was een lector, een cantor, een gitarist, een paar misdienaars, nog een paar acolieten, en dat allemaal op de vroege maandagmorgen.
Na de Mis en een praatje liepen we naar huis. Ik zei: “Over een kwartier is het 16 januari in Nederland, 0.00 uur midden in de nacht. Ik heb nog nooit zo vroeg m’n verjaardag gevierd”.
Vanavond trakteer ik op eten en taart. Vanmiddag hebben we wellicht nog een wandeling naar de zee. Een rustige dag. Morgenvroeg vertrekt het vliegtuig om 6.00 uur van Cebu naar Manila, waar ik word afgehaald en meegenomen naar het eiland Mindoro. Daar zal ik mensen ontmoeten die we hebben gesteund met een vastenactieproject in 2011. Wie weet, kunnen we dit project een paar jaar aanhouden.
Maandag 16 januari 2012 12.30 uur (Fil.tijd)
Vanmorgen heb ik met Shane naar het strand gewandeld. Tja. Het was de bedoeling om dit vanmiddag te doen. Maar toen men mij duidelijk probeerde te maken – na het eerdere voorstel van een wandeling in de middag – dat je ofwel heel vroeg moet wandelen ofwel vanaf 17.00 uur (wanneer we samen gaan eten b.g.v. mijn verjaardag), hakte ik – na een om 9.30 uur spontaan aangeboden ontbijt met rijst, vlees en een soort grapefruit - pardoes de knoop door: “Dan ga ik nu”. “Alleen”? “Ja, alleen”. Maar Shane ging mee met de ‘tall man’. Ik had haar zojuist een oranje opblaasbare grote hamer cadeau gedaan (met HUP HOLLAND). Met die hamer ging zij tijdens onze wandeling verschillende mensen te lijf. Om 10.10 uur vertrokken we. Om de 50 meter stonden we stil voor een foto. Na een kwartier was ze moe of wilde ze afkoelen. Een deuntje van vroeger kwam goed van pas (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, al weer een kilometer; afgewisseld met een scheve vertaling in het Engels). Zo hebben we 3 of 4 km gewandeld. Het was altijd rechtdoor, had Renna mij verzekerd. Na een kleine 2 km eindigde de weg. We konden ofwel rechts ofwel links. Shane liet ik de weg vragen. Naar links. Uiteindelijk zijn we er gekomen. Een drukke weg was het, maar er was veel te beleven: mensen, huizen en bedrijfjes allerlei. Tot mijn schrik merkte ik dat ik m’n portemonnee niet bij me had. Die had ik uitgeleend om inkopen te doen voor het avondeten. We konden dus geen tricycle vragen om ons thuis te brengen, totdat … ik me herinnerde dat ik vanmorgen een stipendium had gekregen dat ik in mijn broekzak had gestoken. Ik maakte de enveloppe open: 1000 pesos (20 euro). Daar zou ik niet mee kunnen betalen. Veel te groot geld. Ik liet Shane vragen of ik met dat geld kon betalen. Toen de man ons met de tricycle thuis gebracht had, bleek dit niet te kunnen. Ik vroeg Shane om binnen klein geld te halen. Dat was de oplossing. Zo heb ik op m’n 51e verjaardag toch alleen (zonder volwassen begeleiding) een wandeling mogen maken, en zal Shane zich deze wandeling nog heel lang heugen als eindeloos, eeuwig maar ook bijzonder…met die tall man die wel naar het strand ging maar niet ging zwemmen. Tegen twaalf uur thuis genoot ik van het plaatselijke bier: San Miguel.
Dinsdag 17 januari 2012 6.30 uur (Fil.tijd)
Op grote hoogte halverwege Cebu-Manila heb ik zojuist de metten en de lauden van St. Antonius Abt gebeden. We zijn 10 minuten voor tijd vertrokken, om 6.00 uur i.p.v. 6.10 uur. Niet echt Filipijns. Het vertrek vanmorgen uit Bayong was wel Filipijns. We zouden om 4.00 uur vertrekken, maar dronken eerst nog koffie (of ik thee wilde drinken? Ja) en aten nog een stuk van de verjaardagstaart van gisteren. Ja, het was gisteren gezellig. Er was lekker gekookt. Ik kreeg natuurlijk niet alles mee van wat er werd gezegd, want het meeste wordt gecommuniceerd in het Cebuano. Het lijkt een beetje op Limburgers onder elkaar. Maar om de zoveel tijd wordt overgeschakeld naar het Engels. Ze spreken wel allemaal Engels, maar praten toch liever hun eigen taal. Twee schoonzussen uit Australië waren er ook bij. Ze horen door hun huwelijk bij de familie en wonen ook daar. Een van hen heeft met haar man een tijdje in Australië gewoond, maar ze zijn teruggekeerd naar de Filippijnen, juist vanwege de heel andere manier van leven, veel meer verbondenheid en geloof, hetgeen naar mijn mening veel meer waarde geeft aan het leven dan welke materie dan ook. Mensen hier hebben tijd voor elkaar.
We vertrokken dus bijna een half uur later naar het vliegveld, met de taxi. Twintig minuten later waren we er al, terwijl we niet harder konden rijden dan 50 km per uur. Het is altijd maar raden wie op een kruising of zo doorrijdt of niet. Beetje aftasten. En er zitten zomaar flinke gaten in de weg die je beter kunt vermijden. Op het vliegveld konden we meteen in de rij gaan staan. De balie waar we stonden, was even defect. Kalmte kan je redden. Daartoe heb ik dus ook aangespoord. Alles kwam goed. Bij de bagagecontrole moesten we allemaal de schoenen uitdoen. Nog nooit meegemaakt.
Drie kwartier na het opstijgen (6.45 uur) werd het sein gegeven voor de seatsbelts vanwege de naderende landing. M’n netbook weer in de tas, verder schrijven op papier. Vanmorgen vroeg heb ik thuis de Mis gelezen, want vandaag zullen we zeker tot 16.00 uur reizen om aan te komen in Roxas op het eiland Mindoro. Dat is dan dicht bij de plaats van het vastenactieproject waar we morgen naar toe zullen gaan. Om 6.56 uur landden we op Manila. Hoe we Ruth zouden vinden? Dat zul je wel zien, zei ik, je hoeft niet te bellen. Uit m’n rugzak haalde ik een handdoek met daarop de naam Ruth. Die hield ik apart bij me bij het lopen naar de uitgang. Daar zag ik mensen staan. Ik hield de handdoek met de naam voor me. Er was meteen herkenning en we liepen naar haar toe. Hoe weet je dat zij het is, vroeg Renna, kende je haar al? Toen liet ik haar de handdoek zien. Die was natuurlijk voor Ruth, die tot donderdag mijn gids zal zijn. Op het vliegveld heb ik afscheid genomen van Renna die haar eigen programma heeft in Manila en die ik donderdag op het vliegveld van Manila terug hoop te zien, zodat we samen terug kunnen vliegen naar Cebu. Ruth en ik stonden in de rij voor een taxi. Na een kwartier was er een taxi voor ons. Het was een half uur rijden naar het busstation, waar we in de bus naar Batangas zijn gestapt. Tien minuten later vertrok de bus, om 8.33 uur. Hier rijden veel meer auto’s dan in Cebu, er is minder getoeter. Na een halfuurtje zitten we op de snelweg. In de bus heb ik m’n verhaal afgemaakt dat ik in het vliegtuig moest staken vanwege de landing.
Dinsdag 17 januari 2012 17.50 uur (Fil.tijd)
Na twee uur rijden waren we al in Batangas (via Lipa). We kochten een kaartje voor de overtocht per boot naar Calapan. 11.45 uur zou de boot vertrekken. Hij vertrok 4 minuten eerder. Onderweg wat golven en schommelingen. Ook in Calapan, waar we om 12.50 uur aankwamen, prachtig weer. We werden opgevangen door een man van de organisatie en reden met ons drieën in een tricycle (nog lager dan alle andere die ik had gehad!) naar een plek om wat te eten, vanwaar ook het busje zou vertrekken naar Roxas. Aldaar kennismaking met Berni, die ons ook zou begeleiden. Na verorbering van de vis en de ‘noodles’ stapten we alvast in het busje. Het gaat één keer per dag. Het zou vertrekken tussen 13.30 uur en 14.00 uur, en wel zo gauw als het vol zou zijn. Om 13.55 uur vertrokken we. Om 14.40 uur waren we bij het meer bij Victoria en was het nog 92 km naar Roxas. Een halfuurtje later, net voor Socorro, kregen we een lekke band. Ik had niet meteen in de gaten waarom we uitstapten. Een baby werd verschoond. Was dat de reden? Nee hoor. Daar zag ik de lekke band. Binnen twintig minuten waren we weer aan het rijden. Nu was er een ander obstakel: werk in uitvoering. De chauffeur koos een secundaire weg naar Gloria, de volgende halteplaats. Tja, mensen kunnen natuurlijk overal in- en uitstappen. Verschillende keren heb ik gedacht dat het busje nu echt vol was. Dat bleek niet het geval te zijn. Iedereen kon mee, behalve één vrouw. Blijkbaar zaten we nu echt vol. Vier rijen van drie die werden uitgebreid tot vier en zelfs vijf, en twee (waaronder ik) voorin, de chauffeur niet meegerekend.
Na Gloria waren er nog regelmatig stukken van de grote weg opgebroken vanwege groot onderhoud. Tien minuten later dan voorzien waren we in Roxas. Viel niet tegen na alle oponthoud. Maar de chauffeur had ook vaker een snelheid van 90 km per uur. Wel opletten geblazen met zoveel mensen langs de weg, en zoveel tricycles die niet harder gaan dan 30 km per uur. In Roxas zitten we nu in een hotel dicht bij Batangan, waar we morgen om 8.00 uur naar toe gaan per motor. Morgen gaan we ook weer terug naar Calapan. Vanavond om 19.00 uur diner. Van tevoren kijk ik nog even of ik ergens internet kan vinden. Daar krijg ik hulp bij.
Woensdag 18 januari 2012 3.30 uur (Fil.tijd)
Ik was nog wat spulletjes aan het pakken – twee zakken vol – die ik vandaag aan de Mangyan ga geven in Batangan (alles in de kleine rugzak, want dat is gemakkelijk als ik achter op de motor zit), toen plotseling het licht uitviel. Binnen een minuut had ik m’n zaklampje in de hand en kon ik verder uitzoeken. Het licht ging weer aan. Later bleek dat de elektriciteit was uitgevallen en dat er overgegaan was op een noodaggregaat. In een donker dorp – met hier en daar een noodaggregaat of een kaars – gingen we naar de enige plaats in het dorp waar internet was, niet ver van het hotel. Helaas, internet was uitgevallen. Gelukkig zal er vanavond in het hotel in Calapan wel internet zijn.
Gisteravond hebben we met ons drieën gegeten, heel smakelijk en gezellig. Uiteraard hebben we het project bij de Mangyan in Batangan besproken en de organisatie die hiervoor opgericht is, evenals mogelijkheden om vanuit de parochies Molenhoek, Mook en/of Middelaar een wederzijdse communicatie op gang te brengen. Van belang is dat er vooral jonge mensen bij betrokken worden, die eventueel ter plekke kennismaken met de Mangyan en de uitwisseling ondersteunen. Het kan een wederzijdse verrijking betekenen. Dan is het niet zomaar een vastenactieproject voor een paar maanden, maar iets wat echt kan gaan leven voor meerdere jaren. Dat is ook heel welkom, nu een aantal Europese landen zich met hun steun uit de Filippijnen terugtrekken, mogelijk vanwege de ‘euro-crisis’. Juist nu Europa nog meer dan anders gefixeerd wordt op het geld, zou het wenselijk zijn om ruimte te scheppen voor waarden die er toe doen en die je b.v. op de Filippijnen kunt ervaren. Niets is onmogelijk. Dat zullen we straks ook meekrijgen in de Eucharistieviering om 6.00 uur, hier in de kerk van Roxas (gisteravond na ons eten hebben we de pastoor hier bezocht; er zou vandaag geen ochtendmis zijn, maar ik zou zelf wel om 6.00 uur de Mis mogen opdragen in de kerk). David die het opneemt tegen de reus Goliat en de Filistijnen. Goliat komt met zijn eigen kracht, David vertrouwt op God en wordt gered uit een menselijk gezien onmogelijke situatie. Het geloof heeft hem gered. Geloof kan mensen redden. Zoals ongeloof mensen volledig kan blokkeren: de Farizeeën in het evangelie van vandaag die stekeblind zijn voor de Emmanuel die vóór hun neus leven geeft en geneest, uitgerekend op de dag van de Heer en dus daarmee ondertekent. Het wordt ook zijn dood. Maar daarin – in zijn zelfgave tot het uiterste – en daar doorheen, geeft Hij ons die geloven, nu al deel aan zijn verrijzenis, bijzonder in het vieren van de Eucharistie.
Na m’n ochtendgebed om 3.00 uur (de morgenstond…) heb ik m’n dagboek weer bijgewerkt.
Woensdag 18 januari 2012 13.45 uur (Fil.tijd)
We zijn net met het busje vertrokken uit Roxas. Wat een geweldige ervaring zojuist! Vanmorgen op bezoek geweest bij de Mangyan in Batangan. Na de Mis van 6.00 uur een ontbijt met rijst en varkensvlees en koffie. En om 7.42 uur, iets eerder dan gepland, omdat de tijd vrij kort zou zijn, zaten we al in een tricycle op weg naar Batangan. Na een goed half uur stapten we over op de motor. Nu ging het verder over bergpaden omhoog en omlaag. Schitterend mooi. Wel even wennen om me goed vast te houden (de terugweg voelde het al veel gemakkelijker). Met een kwartiertje waren we daar. Ik genoot van alles wat ik zag. Een fantastisch mooi geheel: de huizen, de mensen, de kinderen, alles en iedereen scheen me welkom te heten. En daarbij een stralende zon. We werden door de chief welkom geheten in zijn huis. Door Ruth, die vertaalde, kon ik me met hem onderhouden. Ik kreeg meteen een bord rijst die ik met groente en vlees en ei kon aanvullen. Batangan heeft nu meer dan 2000 inwoners. De mensen die hier wonen behoren voor 95% bij de stam (tribe) Buhid. De Buhid is een van de zeven stammen van de Mangyan die op het eiland Mindoro wonen. In het oosten wonen 14.000 Mangyan, in het Westen 17.000. Dan zijn niet degenen meegerekend die niet in de samenleving zijn geïntegreerd. Al deze stammen samen (Mangyan) bezitten 98000 hectare grond. Het is domein van de voorvaderen. De Mangyan hopen dit jaar de eigendomsrechten definitief te kunnen regelen met de staat en eveneens dat zij stukken heilige grond die in het verleden verkocht zijn aan boeren, weer in hun bezit krijgen. Bij hun gezamenlijke inspanning hiervoor worden de Mangyan geholpen door verschillende organisaties.
De Buhid die ik nu dus bezoek, leven het grootste deel van het jaar van rijst. Alleen van juli tot oktober kunnen zij geen rijst oogsten. Dan kopen ze b.v. aardappels of rootcrabs (bondo, lijkt op cassabe). Verder hebben ze geld nodig als ze hun kinderen willen laten studeren (na de lagere school die in het dorp is). En dat willen ze heel graag. Zo komen ze verder. Elke maand komen in het dorp een paar Duitse dokters waar mensen gratis naar toe kunnen (vrije gift).
Tegen kwart voor tien gingen we naar de ontmoetingsplaats van het dorp. Een twintigtal mensen verzamelde zich. Ik mocht een speech houden, vertellen waarom ik was gekomen. Ik vertelde, Ruth vertaalde. Over de geestelijke armoede in Nederland, maar ook de lichtpuntjes; over m’n indrukken van de Filippijnen in Cebu en nu Mindoro, over het geloof dat zij uitstralen, hun verbondenheid met elkaar, iets wat in Nederland allemaal niet zo vanzelfsprekend is, waar geloof ook wel als privé-zaak wordt gezien. Hoe we hen, de Mangyan, materieel vanuit Nederland kunnen helpen; hoe zij ons spiritueel-geestelijk kunnen ondersteunen door hun manier van leven en geloven.
Ik begreep dat het processing centre dat door de steun van de vastenactie is opgezet, al vier maanden stop ligt, nadat het vier maanden had gedraaid. Voor een doorstart is een werkkapitaal nodig. Ik deed een geste. Die werd gewaardeerd. Het gesprek ging verder. Men evalueerde waarom het fout was gegaan. Probleem was dat het werk in het processing centre vrijwilligerswerk was en naast het eigen werk moest worden gedaan. Eigenlijk dus tijdgebrek. Op een of andere manier zal het werk in het processing centre beloond moeten worden en kan ook gekeken worden naar marketing om de producten aan de man of vrouw te brengen. Want ze hebben heel wat te bieden.
Toen was er tijd voor allerlei cadeautjes die ik voor hen had meegebracht. Ze waren er heel blij mee. Verdeling liet ik via Ruth lopen: beeldjes, kaarten, rozenkransen, rozenkransringen, lepeltjes, medailles, pennen, schrijfboekjes, een knuffel.
We aten en dronken samen. We sloten met een lied: het Ave van Lourdes, waarvan ik de eerste twee strofen zong n waarvan het refrein door menigeen werd meegezongen, en daarna de zegen. Nog even een bezoek aan school. Kort stukje op de motor. En nu? Over het water of door het water? Ik ging er doorheen, schoenen en sokken uit, broekspijpen omhoog. Want de school ligt aan de overkant. Zes klassen van ongeveer veertig kinderen. Leuk om even in de klassen te komen. Kinderen waren natuurlijk blij met een pen. Ze spreken Engels: Yes en Thank you en Thanks en veel lachen.
Na het oversteken van de stroom stapten we weer achter op de motors, een kwartiertje verder weer in de tricycle terug naar Roxas, alwaar we 12.45 uur aankwamen. Tijd voor lunch. Het busje van 13.30/14.00 uur haalde ons om 13.35 uur op bij het restaurant waar we net hadden geluncht. Het zat al bijna vol. Rond tien voor twee vertrokken we echt. Het gaat allemaal zo gemoedelijk. Kost evenveel. Ook in Pinamalayan (15.15 uur) waar flink aan de weg wordt gewerkt en veel oponthoud is, blijft iedereen rustig en ontspannen. Ons gedrag in Nederland in dergelijke omstandigheden?
Woensdag 18 januari 2012 21.30 uur (Fil.tijd)
Bij aankomst in Calapan (17.10 uur) lieten we ons afzetten bij het Mangyan Missie Centrum, oorspronkelijk van de paters SVD (van het goddelijk Woord) van Arnold Janssen. Hier heb ik verschillende Mangyan-producten gekocht: een pijp, armband, etuitje voor kauwgom of tabak, een doosje voor kruiden, een geweven kleed, een blouse voor een man, een briefopener en boeken over Mangyan-taal en gebruiken, vooral in kaart gebracht door Antoon Postma, die hier vele jaren als pater van SVD heeft gewerkt. Later is hij getrouwd en kreeg hij kinderen, werkte toen niet meer als priester. Een dochter van hem –Anja - ontmoette ik hier. Hij heeft ook drie zonen.
Rond 18.00 uur gingen we met een tricycle naar de bisschop. We waren twee uur later dan afgesproken, zo bleek mij later. Maar we waren van harte welkom. De bisschop was in bijzonder gezelschap: Couples for Christ. Iedereen werd aan ons voorgesteld en wat hij of zij voor Couples for Christ doet. Overal in de wereld zijn Couples for Christ. Mij zullen ze doorgeven waar zij in Nederland huizen. Ik had er nog niet van gehoord. Hun katholieke geloof proberen ze handen en voeten te geven in concrete zorg voor gezondheid, armoede, huisvesting, enz. en evangelisatie. Mensen worden b.v. bij een maaltijd uitgenodigd samen met anderen. Langzaam kan er vriendschap groeien en kunnen mensen gaandeweg ontdekken hoe het is om met elkaar te delen. Spelenderwijs kan er ook een band met Christus en de Kerk ontstaan en kunnen deze mensen op hun beurt anderen uitnodigen bij een maaltijd bij hen thuis. Er is ook een link met de jeugd: Youth for Christ. Via school proberen ze jongeren attent te maken op activiteiten die zij organiseren, b.v. een concert. ’s Nachts vinden er dan gesprekken plaats met jongeren.
M.b.t. de situatie in Nederland en West-Europa vertelde ik over de neergang van het geloof, de scheiding van geloof en leven, maar ook over de lichtpuntjes en hopelijk een mogelijke link met Mindoro vanuit Molenhoek e.o.
Een paar dagen eerder was mgr. Wiertz hier nog zijn gast vanwege een paar Filipijnse priesters in zijn bisdom. Hij heeft hier een dorp in de buurt bezocht, maar heeft niet in een tricycle gezeten. De bisschop van Calapan heb ik verschillende exemplaren van mijn boek over Medjugorje gegeven, evenals verschillende exemplaren van de brochure over de Vrouwe van alle volkeren. Hij was er in geïnteresseerd en wilde ze ook verdelen.
Iemand bracht naar voren dat de Couples for Christ ook missioneren naar andere landen. Ik zei, dat ze dan ook wel naar Nederland mochten komen. Dat wilde hij wel, maar hij had geen ticket. Ik zei: “U kunt het mijne hebben. Dat gaat u naar Nederland en ik blijf hier”. Dat ging niet door, want hij wilde alleen maar een retour-ticket. Humor en geloof liggen toch wel heel dicht bij elkaar.
Het liep tegen 19.00 uur en ik begon wel trek te krijgen. En ik dacht: “Het zou best wel eens kunnen zijn dat wij voor het eten worden uitgenodigd”. En jawel, niet alleen gedachten delen, maar ook de tafel. We werden zelfs uitgenodigd om er de nacht door te brengen. Maar er was al gereserveerd in een hotel. Zo bijzonder, de gastvrijheid hier, alles kan, ook dat wij zomaar ‘inbraken’ in een overleg. Toch een wat ruimere blik dan in ons Nederlandje.
Aan tafel waren er natuurlijk ook interessante gesprekken. Ik vroeg iemand of ze thuis ook als gezin baden. Ja zeker. Steeds mocht iemand anders het gebed doen. De vader had daarin ook een aparte rol. En een vaste zondag in de maand is gezinsdag: eerst samen naar de Mis en daarna gezellig met elkaar iets ondernemen, echt als gezin iets leuks doen. Bij hen werkt dat geweldig. Spelenderwijs zijn ze allemaal op een of andere manier bij de kerk betrokken. De vonk is echt overgeslagen. Zo werkt het bij velen: ongedwongen en authentiek. Heerlijk toch!
Rond half negen namen we afscheid. Even ruim twee uur bij de bisschop geweest. Ons hotel ligt even verderop in de straat. In een gloednieuwe auto werden we er naar toe gebracht. Van alle gemakken voorzien, zelfs internet. Hier krijg ik van de organisatie die mij nu rondleidt verschillende (door het processing centre gemaakte) producten om mee naar huis te nemen zoals honing, thee en bijenwas. Nadat ik een heerlijke douche heb genomen, pak ik ze alvast goed in in m’n rugzak. Dadelijk het avondgebed en dan neus in de veren. Om 22.30 uur nog even naar beneden, want internet weigerde, maar nu is het ok.
Donderdag 19 januari 2012 8.11 uur (Fil.tijd)
Zojuist ingestapt in de Supercat (ferry) die van Calapan naar Batangas vaart, ongeveer 50 km. De gouverneur van Mindoro wil hier graag een brug. Aan tafel bij de bisschop gisteravond werd hier ook over gesproken. Daar was men van mening dat men beter eerst de elektriciteitsvoorziening op Mindoro verbetert, zodat die niet regelmatig uitvalt. Ik kan er al over meepraten.
Ruth en ik liepen vanmorgen om 6.15 uur van het luxe hotel naar de kerk waar om 6.30 uur de Mis zou zijn, direct naast het bisschoppelijk centrum. Het blijkt een Benedictinessenklooster en eucharistisch centrum te zijn en tevens congrescentrum. Het ligt er werkelijk prachtig in het groen met uitzicht op zee. Ik mocht concelebreren en het evangelie lezen. Dertien Benedictinessen telde ik en nog evenzovele zusters in ander habijt. Heel mooie zang, lichte, gemakkelijk mee te zingen melodieën. Vanaf het priesterkoor kijk ik door de deuropening (en de andere openingen) op zee. Een hond ligt er in alle rust te genieten. Aan het eind van de Mis mocht ik mezelf voorstellen en wat vertellen. Ik vertelde dat m’n zus ook Benedictines is en eveneens zoals hier bijzonder verbonden is met de Eucharistie, en wel door de altijddurende aanbidding. Verder vertelde ik over de reden van mijn komst en dat ik binnen enkele jaren hoop terug te komen en een permanent contact hoop te onderhouden met de Mangyan.
Na de Mis werden we uitgenodigd voor het ontbijt – ik had het Ruth voorspeld toen ze mij zei dat ze in het hotel ons ontbijt had besproken. Ja, zo gaat dat hier. Ontzettend gastvrij. Een zuster Benedictines op leeftijd nam mij aan de hand en zei me dat ze zo blij was dat wij contact gaan onderhouden met de Mangyan: “They deserve it” (ze verdienen het), zo zei ze. En als ik weer eens op de Filippijnen zou zijn, kon ik bij hen onderdak krijgen. Hetzelfde zei de bisschop gisteravond tegen mij. Fijn ook om vanmorgen aan tafel van gedachten te wisselen met father Lolo SVD uit het zuiden van de Filippijnen. Hij was natuurlijk al eens in Steijl bij de SVD en Arnold Janssen. We begonnen het ontbijt met pappai, een soort meloen, heerlijk. Dan natuurlijk rijst met kip en vis en varkensvlees en gebakken banaan. Gisteravond was er zelfs bananenbrood, had ik nog nooit gehad, maar was echt goed. Tegen kwart voor acht gingen we terug naar ons hotel om even onze spullen te pakken. Nu wel met de tricycle, want de boot van 8.15 uur zou niet wachten. We konden na het invullen van onze namen op een formulier, het kopen van het kaartje, het betalen van de belasting, de veiligheidscontrole en de controle op drugs (alles binnen vijf minuten) vrijwel meteen de boot op. Langzaam maar zeker gaat de reis nu weer richting Nederland. Erg blij ben ik met mijn ervaring bij de Mangyan.
Donderdag 19 januari 2012 18.40 uur (Fil.tijd)
Om 9.30 uur met de boot aangekomen in Batangas stonden daar de bussen al klaar voor heel wat bestemmingen en die natuurlijk ook meteen vertrokken. In de bus hadden Ruth en ik het over mining, een gespreksonderwerp gisteren bij de bisschop. Dit is het onverantwoorde kappen van bomen voor het winnen van vele mineralen die eronder aanwezig zijn, zoals nikkel. Het gevolg van deze bomenkap is dat bij overstroming de grond wegspoelt en er dus niets meer kan groeien. Het bisdom maakt zich sterk tegen deze praktijk. Van belang is een verantwoorde bomenkap, zodat de grond behouden blijft en er ook van de bomen geoogst kan worden. Dat hoort bij het leven van de Mangyan en is bovendien goed voor het behoud van onze aarde.
Waar de bus aan de rand van Manila stopte, gingen we verder met de taxi die ons – na een half uur – bij het vliegveld afzette. Klokslag 12.00 uur. Hier bleek ik bij geen enkele gelduitgifte geld te kunnen pinnen, ook niet waar het juiste merk werd aangegeven. Ik kon het geld dus niet contant meegeven. Dat zal nu van Nederland uit worden overgemaakt. Tegen half een gingen Ruth en ik lunchen. Het was alweer lekker. Nog steeds geen bericht van mijn Renna die een paar dagen in en rond Manila heeft doorgebracht. Kort na enen ging ik mijn bagage alvast inchecken. Wie ziet mij daar boven alles uitsteken? Renna. Waarom we niet gereageerd hadden op haar berichten? Nou, er is volgens mij geen bericht geweest. Het telefoonnummer bleek niet goed in haar telefoon te staan, net één cijfer te weinig. Gelukkig hadden we elkaar gevonden. We gingen samen koffie drinken. Nog tijd genoeg. Met het afscheid van Ruth nam ik ook afscheid van de Mangyan. Hopelijk kan ik hier over een of twee jaar weer naar toe, en dan met een paar jongeren.
Renna en ik gingen naar de gate. Het was er gezellig druk. Iedereen in rust, zo’n kleine 300 mensen. Ik dacht: ‘Moeten die allemaal in het vliegtuig’? Ik stond al een tijdje. Was wel prettig na zoveel zitten. Vertraging. Ik sta net voor de ingang van de slurf. Er is nog geen rij, want er is nog niets afgeroepen. Gewoon rustig wachten. Met een half uur vertraging kunnen we instappen. Ik sta ineens achteraan. Want er blijkt nóg een ingang met een slurf te zijn, precies aan de andere kant. Daar mogen we instappen. Juist op dat moment zie ik een oudere man en vrouw die er wel erg Nederlands uitzien. Mijn indruk blijkt te kloppen. De eerste Nederlanders die ik tegenkom. Zij komen van Didam. Gezellig om even ervaringen uit te wisselen. Als de file is opgelost, ga ik ook de slurf in. Het lijkt erop dat het vliegtuig gaat vertrekken. Er komt beweging in. Stop. Weer een stukje. Verschillende keren zo. Een half uur later zitten we echt in de lucht. Hier blijf je lachen. Ik zit tussen een Filipijns echtpaar dat in Canada woont. Daar vriest het nu 15 graden, soms ook 40 graden. Bevalt hen daar goed, vooral dat het daar in de zomer niet zo heet is.
Landing in Cebu. Om 17.45 uur stonden we buiten met de bagage. Daar heb ik even geld gepind. Maar goed dat ik het gevraagd heb, want er was in de hele buurt maar één internationale pinautomaat en die hadden we echt niet gevonden, maar was op nog geen 100 meter afstand.
Een taxi. Er stond een hele file te wachten. Ik wilde geduldig in de rij gaan staan, Filippijn met de Filippijnen. Maar Renna liep naar een lege taxi. Ik zei: “Volgens mij is dat niet de bedoeling, want die hele rij gaat voor. We kunnen wel een paar honderd meter verder lopen en kijken of we daar een taxi kunnen krijgen”. Dat lukte warempel. En zo reden we al om 17.55 uur naar Bayong, stapvoets in de spits. Eerder dan verwacht kwamen we al in de buurt. Maar ja. Hier is geen tomtom. En als het donker is, lijkt alles op elkaar. Zijstraat net voorbij gereden, terug. Oh nee, die is het toch niet. Dus twee keer draaien op een drukke weg. Je blijft lachen. Half zeven waren we thuis. Even later kwam de vrouw des huizes met het proces verbaal van mijn HTC. Heeft ze afgelopen dinsdag kunnen regelen. Dit proces verbaal is uiteraard nodig voor mijn verzekering. Morgen nog bijna een hele dag hier. Want tegen 20.00 uur vertrekt het vliegtuig pas vanuit Cebu.
Vrijdag 20 januari 2012 14.50 uur (Fil.tijd)
Na het galgenmaal gisteravond heb ik galgje gespeeld met Shane: woorden raden. Weer een heerlijke nacht (22.00-4.30 uur). Geen enkele nacht heb ik een laken nodig gehad. Wel insmeren met muggenzalf. In Cebu is het iets warmer dan op Mindoro. We komen nu net terug van Cebu, maar ik zweet lekker. Ik denk dat het 35 graden is.
Vanmorgen heb ik geconcelebreerd met de pastoor van Bayong, Erik Pedroesa, om 6.00 uur. Een Mis met de lezingen en overweging in het Cebuano, de rest in het Engels. Uit het evangelie verstond ik Santiago dat twee keer voorkwam. Het evangelie van de roeping van de apostelen. Er zijn twee apostelen die Jacobus heten. Dus de link was gauw gelegd. Van de overweging verstond ik ook wel het een en ander: de Engelse woorden die er doorheen gemengd werden. Het ging over liefde tot de vijand, zoals David Saul respecteerde, ook al stond Saul hem naar het leven. Blijven lachen en liefhebben (laughing, loving) en geen wraak nemen. Blijven lachen. Ik had moeite om m’n tranen te onderdrukken, tranen om het naderend afscheid. Wat voel ik me goed bij deze manier van leven!
Na de Mis bleef ik nog in de kerk. Ik zou hier uren kunnen blijven om alles te laten bezinken, de ervaringen hier, m’n roeping thuis. Ik ben maar kort gebleven. Shane zou naar school gaan en ik had van haar nog geen afscheid genomen. Toen ik naar buiten ging, kwam een vrouw naar me toe. Haar gaf ik m’n laatste rozenkransring. Twee vrouwen, waaronder Renna, stonden buiten op mij te wachten. M’n gezicht was ineens een open boek van wat zich in m’n hart afspeelde: tranen sprongen uit m’n ogen. Pijn om te moeten vertrekken uit deze wereld waar mensen tijd hebben voor elkaar, waar mensen ondanks alle zorgen lachend door het leven gaan, waar mensen elkaar om zegen vragen, de jongeren aan de ouderen, de christengelovigen aan de priesters. Facebook, het gezicht dat boekdelen spreekt, hier in de Filippijnen, maar op een negatieve manier op plaatsen waar men nooit genoeg heeft. In de Filippijnen is geen kredietcrisis, in Europa en Nederland wel. Heeft het niet alles te maken met de manier waarop we met elkaar omgaan?
Thuis werd m’n plaats in het vliegtuig alvast geboekt en de beide instapkaarten (Cebu-Hongkong; Hongkong-Amsterdam) uitgeprint. Daarna nog even naar Cebu. Met vijven gingen we in een tricycle, voor 500 meter. Ik mocht achter op de motor, de andere vier gingen in de tricycle die eigenlijk maar plaats biedt voor twee. In het dorpscentrum stapten we over op een jeepny. Zo’n lage had ik volgens mij nog niet gehad. Een goed half uur later waren we in Cebu bij SM (Sea Market), een groot en bewaakt winkelcentrum zoals er in Cebu wel vier zijn. Ik nam afscheid van drie van ons gezelschap die hun eigen programma in Cebu hadden. Renna en ik gingen eerst op zoek naar Sinulog-shirts voor het jaarlijks Sinulogfeest in Molenhoek. We vonden prachtige exemplaren. Renna wilde graag een priester-stola met een afbeelding van Santo Nino bemachtigen voor Molenhoek (ik wilde die wel cadeau doen aan de parochie). Ik zei: “Moeten we dan niet naar een winkel, b.v. de winkel bij de kathedraal”? Maar ze loodste mij naar de sacristie van de basiliek. Het blijkt dat de priester-stola met Santo Nino niet particulier te koop is, maar wel mee besteld kan worden als er een keer een order is vanuit de basiliek. Zij wist haar woordje heel goed te doen. Tegen 12.00 uur gebeurde het daar in de sacristie. De verantwoordelijke priester was gekomen en vroeg: “Gaat het maar om één stola en mag dat ook een witte zijn (die ouder is en niet bij de nieuwe past)?” “Maar zeker”, zei ik. Meteen gaf ik m’n fototoestel aan Renna, zodat zij dit heuglijke feit van de overhandiging van deze stola kon vastleggen.
Thuis (14.30 uur) bleek er nog genoeg plaats in het koffer te zijn voor de sinulog-shirts, de stola enz. Zij wil graag een koffer van haar dat hier nog stond, in Nederland hebben. Mijn rugzak past erin en daarbij nog het een en ander. Nu ga ik dus op reis met een koffer (28,8 kg; mag op deze reis 30 kg zijn). Ik ben blij dat ik voor mijn excursie naar Mindoro een rugzak had. Een koffer zou onhandig geweest zijn, want die neemt veel te veel plaats in. Inmiddels is het 16.15 uur. Het koffer is gepakt en staat klaar.
Vrijdag 20 januari 2012 23.20 uur (Chinese tijd)
Goed half elf zijn we in Hongkong geland. Over een uur vertrekt het vliegtuig van hieruit naar Schiphol. Ik heb m’n trui aangetrokken. Tien dagen lang heb ik geen trui of jas nodig gehad. Bij de transfer zojuist werd m’n flesje water ingevorderd; het eerste deel van de reis mocht je wel water meenemen in de handbagage, maar nu, naar Europa, mag het niet, met dezelfde maatschappij.
Bij het afscheid in Cebu was Shane ook van de partij. Om 17.00 uur was ze thuis gekomen van school, en wij gingen pas om 17.15 uur weg met de taxi, versterkt door een flinke maaltijd. Na het inchecken van de bagage gingen we nog wat drinken. Ja, het is een goede en fijne tijd geweest. Rond zeven uur een hartelijk afscheid bij een beeld van Santo Nino. En zoals ik met muziek in Cebu was welkom geheten, zo werd ik in Cebu ook met muziek weer uitgezwaaid.
Om 23.45 uur wordt omgeroepen dat ons vliegtuig 1½ uur vertraging heeft, dus pas om 2.00 uur vertrekt. 1½ uur langer in Hongkong. Het lukt me om m’n netbook aan te sluiten op elektriciteit en zo op te laden. Fijn, want de accu was al half leeg door twee uur gebruik in het vliegtuig naar Hongkong. Ik heb hier ook verbinding met internet.
Om goed één uur worden vanwege de vertraging belegde broodjes en frisdrank gebracht voor alle reizigers.
Zaterdag 21 januari 2012 15.30 uur (Nl.tijd)
Vanmorgen om 2.00 uur Filipijns-Chinese tijd – toen het vliegtuig vanuit Hongkong naar Schiphol vertrok - heb ik de tijd op m’n horloge teruggezet naar gisteravond 19.00 uur, ben ik dus overgeschakeld op Nederlandse tijd. M’n horloge stond toen in elk geval al goed.
In het vliegtuig ging de tijd snel. Ik had een interessant gesprek met Ruud en Francien die vanwege hun 25-jarig huwelijk een rondreis hebben gemaakt aan de oostkust van Australië. We begonnen over de Ipad en eindigden bij de goddelijke Voorzienigheid. Misschien is de verwondering nog wel het mooiste in ons leven: ontzag voor Degene die de Liefde is en die we kunnen ervaren in zoveel mooie mensen en gebeurtenissen. En misschien lukt dat net iets beter op de Filippijnen.
Met een halfuurtje vertraging zijn we geland op Schiphol (6.45 uur). We hebben dus een uur ingehaald. Om 7.45 uur zat ik al in de trein naar Utrecht. In Utrecht had ik om 8.23 uur de trein naar Nijmegen. Om 9.38 uur de laatste tien minuten naar Molenhoek. Om 10.40 uur fiets ik door de regen naar huis. De klok luidt voor een uitvaart.
Na het middageten ga ik slapen. Anderhalf uur later word ik wakker. Waar ben ik?