logo

Zoeken:

BEDEVAARTREIS NAAR HONGARIJE
3 - 17 OKTOBER 2008
Kijk hier voor een verslag van de deelnemers
Een schitterende bedevaartrondreis van ruim twee weken hebben we gehad, een rijke en bewogen historie van Hongarije en Tsjechië gezien en gehoord en geproefd onder een stralende zon. Hoe brengen we die ervaring over? We kunnen een poging wagen door het vertonen van de vele foto’s en door de verhalen erbij te vertellen. Hadden we maar eerder geweten van deze bedevaartsreizen, zeiden een paar ‘nieuwelingen’.
Het is ook mooi om een land van binnenuit te leren kennen, cultuur en religie, gebruiken en traditie, taal en eetgewoonten. Heerlijk toch als je het leven op een poesta meemaakt, als je geniet van hun boerenleven, van een schitterende paardenshow en van een Hongaarse maaltijd, van een rit met paard en kar. Of een bezoek aan een wijnproeverij, een tochtje met een rondvaartboot of rondleiding door Boedapest. En daarbij ook nog elke dag de eucharistieviering op een belangrijke plek: een klooster, kathedraal of bedevaartplaats. Je komt op plaatsen waar je normaal gesproken absoluut niet zou komen. Hier kun je als christen echt geraakt worden, of opnieuw begeesterd door de blijde boodschap. Dit evangelie heeft ook in Hongarije geschiedenis gemaakt: in een heel volk, maar ook in concrete personen. Mooi om in het verleden te duiken en de betekenis daarvan in het hier en nu te vieren, heel bijzonder in gebed en eucharistie op deze speciale plekken. Het kan een verrijking en verdieping zijn voor mijn persoonlijke gebedsleven. Fijn ook om dit met elkaar te kunnen beleven, om elkaar hierin mee te nemen. Dit kan een stimulans zijn om ook thuis meer te leven vanuit de bron, zeker als je degenen die eraan hebben deelgenomen, nog regelmatig ziet, omdat ze bij je in de buurt wonen. Een gedeelde ervaring is zo kostbaar. Bedankt voor jullie deelname en voor alle hulp.
Hopelijk zien we elkaar allemaal weer terug op de reünie op zondag 8 februari 2009 van 14.00-16.30 uur in de sacristie van de kerk van Molenhoek.

Hartelijke groet,
Rudo Franken, pastoor

Geschiedenis Hongarije
Hongarije was in de Romeinse tijd een deel van de provincie Pannonia. Aan het einde van de 9e eeuw vestigden zich daar de Magyaren, een volk uit de Oeral. Hun koning Istvan (H. Stephanus) voerde het christendom in. Hij werd in het jaar 1000 door paus Silvester II gekroond tot Apostolisch Koning. In de tweede helft van de 15e eeuw was Hongarije een van de machtigste landen van Oost-Europa. Het was de tijd van vorst Mátyás. Hij breidde zijn rijk uit van Zuid-Polen tot aan de Zwarte Zee en hield het Turkse gevaar op afstand. Althans voorlopig: in 1526 versloegen de Turken de Hongaren verpletterend en zij heersten tot aan het einde van de 17e eeuw. Na de Turken kwam het land in 1690 onder de Oostenrijkse Habsburgers. In 1867 kreeg Hongarije een eigen regering en werd het land een gelijkwaardig deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Deze viel na de Eerste Wereldoorlog uiteen en Hongarije werd korte tijd een communistische volksrepubliek. Bij het Verdrag van Trianon (1920) werden grote delen van Hongarije toegewezen aan omringende landen. Na de val van de communistische leider Kun werd Hongarije opnieuw een koninkrijk, maar zonder koning. Admiraal Horthy werd aangesteld als regent. Hongarije verzette zich tegen het gebiedsverlies en zocht aansluiting bij Duitsland. In 1939 mocht het land van de Duitsers Slowakije annexeren. Tijdens de Tweede -Wereldoorlog stond Hongarije dan ook aan de kant van Hitler-Duitsland. In 1945 werd het bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie en dat luidde ruim 40 jaar communisme in. Overigens voer Hongarije binnen het communistische Oostblok altijd een eigenzinnige koers. De verkiezingen van 1947 leverden een overwinning op voor de communisten. Die begonnen daarop het land te reorganiseren. Lang niet alle Hongaren legden zich daarbij neer. Dit leidde tot een periode van zuiveringen en schijnprocessen, waarbij vooral de rooms-katholieke Kerk het moest ontgelden. De nieuwe grondwet was een getrouwe kopie van de grondwet van de Sovjet-Unie. Het gevolg was een massale volksopstand in oktober 1956. Het leger steunde het volk, en premier Nagy beloofde vrije verkiezingen. Hij verzocht de Sovjettroepen het land te verlaten. Hongarije trad zelfs uit het Warschaupact. De Russen lieten het er niet bij zitten. In november 1956 vielen Russische tanks Boedapest binnen en na vier dagen verbeten strijd werd de Hongaarse hoofdstad ingenomen. De Hongaarse droom leek in de kiem gesmoord. De nieuwe regering onder Kádár liep in de eerste jaren keurig aan de leiband van Moskou. Maar Kádár verdiepte zich ook in de oorzaak van de ontevredenheid en trad niet al te hard op tegen mensen die aan de volksopstand hadden deelgenomen. In 1988 werden de scheuren in het Oostblok het eerst duidelijk in Hongarije. Kádár werd afgezet. Daarna gingen de politieke ontwikkelingen razendsnel. Een jaar later werd het IJzeren Gordijn opgeheven en veranderde de Volksrepubliek Hongarije in Republiek Hongarije.
De eerste vrije verkiezingen sinds 45 jaar volgden in 1990. Hongarije ontwikkelde zich in de jaren daarna tot een politiek tweestromenland: de sociaal-democraten en conservatief-liberalen regeren er om beurten. In 1991 had Hongarije al het Warschaupact verlaten. In 1999 traden ze toe tot de NAVO. Op 1 mei 2004 werd het land bovendien toegelaten tot de Europese Unie.

Geschiedenis Slowakije
Eeuwenlang heeft Slowakije bij het land Hongarije gehoord. In 1918 vormde het samen met Tsjechië de republiek Tsjecho-Slowakije. In de Tweede Wereldoorlog waren deze landen bezet door Duitsland. In 1945 bevrijdden de Russen hen. Sinds 1 januari 1993 is Slowakije een zelfstandige republiek met Bratislava als hoofdstad. Op 29 maart 2004 trad Slowakije toe tot de NAVO en op 1 mei 2004 tot de Europese Unie.

Geschiedenis Tsjechië
Tot in de 20ste eeuw is het keizerrijk Oostenrijk de baas geweest in het land. Na de Eerste Wereldoorlog  werd de republiek Tsjecho-Slowakije gesticht. In 1939 werd het land door Hitler bezet. Na de Tweede Wereldoorlog was de Sovjet-Unie de baas in Tsjecho-Slowakije. Het aan de macht komen in 1968 van partijleider Dubcek luidde een periode in van liberalisering, de 'Praagse Lente'. In hetzelfde jaar maakten de tanks van het Warschaupact een einde aan deze vrijheden. In de jaren zeventig stelde een groep dissidenten een manifest op, Charta 77, waarin werd opgeroepen tot het respecteren van de mensenrechten. Tot de opstellers behoorde Havel. Vanaf augustus 1988 vonden er regelmatig demonstraties plaats in Praag. In januari 1989 werd Havel met een aantal andere dissidenten gearresteerd. Hierop ontstonden massabetogingen in Praag. Ondertussen ging er in het land een petitie rond met de eis voor democratische hervormingen. In november 1989 begon de 'Fluwelen Revolutie' met massale demonstraties in Praag en andere steden. De oppositie verenigde zich in het 'Burgerforum' dat onderhandelingen aanknoopte met de regering. Delegatieleider van dat Burgerforum was de vrijgelaten Havel. Het Politburo trad in november 1989 af. Het Burgerforum eiste het aftreden van president Husak en de vrijlating van alle politieke gevangenen. Het richtte een nieuwe regering op met Havel als president en Dubcek als parlementsvoorzitter in afwachting van vrije verkiezingen. Deze verkiezingen werden op 10 juni 1990 gehouden. Het Burgerforum kreeg 45% van de stemmen en verwierf hiermee de absolute meerderheid in het parlement. De Fluwelen Revolutie leek hiermee voltooid. Op 21 februari 1991 werd de inmiddels Tsjechoslowaakse Federale Republiek als 25ste lid opgenomen in de Raad van Europa. Op 1 januari 1993 viel Tsjecho-Slowakije uiteen in twee staten: Tsjechië en Slowakije. In 1999 trad Tsjechië toe tot de NAVO en op 1 mei 2004 tot de Europese Unie.

Vrijdag 3 oktober 2008: Utrecht -Velburg

Van Utrecht 7.30 uur, Molenhoek 9.15 uur, Roggel 10.15 uur, Heerlen 11.00 uur naar Velburg (790 km vanaf Utrecht); H. Mis in Wittem om 11.30 uur.

In Wittem worden de Moeder van Altijddurende Bijstand en de H. Gerardus Majella vereerd. De H. Gerardus Majella is in 1726 als zoon van eenvoudige ouders in het kleine bergstadje Muro Lucano in Zuid-Italie geboren. In 1749 kwamen de Redemptoristen in zijn geboorteplaats een volksmissie preken. Drie weken lang verbleef hij bij de paters om hun leven te leren kennen. Al vanaf zijn jeugd had hij in echte godsverbondenheid geleefd. Ofschoon hij aanvankelijk gedacht had aan een leven in stilte in de eenzaamheid van een klooster, trad hij in 1752 als lekenbroeder toch in bij de toen nog jonge Congregatie van de Redemptoristen. Hier leefde hij voor God en de mensen door zijn daadwerkelijke liefde en hulp bij ziekte en leed. Gerardus stierf in 1755 in de leeftijd van 29 jaar in het klooster van Materdomini bij Caposele. In 1904 werd hij door Paus Pius X heilig verklaard.

Zaterdag 4 oktober 2008: Velburg - Regensburg - Passau - Melk

Van Velburg naar Regensburg (56 km), H. Mis om 9.00 uur in de St. Johannkirche; van Regensburg naar Passau (120 km): 12.00 uur orgelconcert, 12.30-13.15 rondleiding Dom, 13.15-15.00 uur vrije tijd;  van Passau naar Melk (366 km).
Regensburg
Al sinds de achtste eeuw is Regensburg een bisschopszetel: Bonifatius stichtte het bisdom in 739. De gotische Dom St. Peter behoort tot de belangrijkste van Duitsland en heeft een lengte van 86 meter, een breedte van 34,8 meter en het middenschip heeft een hoogte van 32 meter. De hoogte van de toren is 105 meter. De kerk staat ongeveer 2 tot 2,5 meter hoger dan de bebouwing in haar omgeving. Men is omstreeks 1260 met de bouw begonnen. De laatste grote inwendige restauratie vond van 1985-1988 plaats.
Stiftskirche St. Johann: Het aan Johannes de Doper en Johannes de Evangelist gewijde klooster in de schaduw van de Dom werd in 1127 gesticht. Het huidige gebouw ontstond in 1766.

Passau ligt in de Duitse deelstaat Beieren, heeft ongeveer 50.500 inwoners en ligt niet ver voor de Oostenrijkse grens. In de oude binnenstad komen drie rivieren bijeen: de Donau, de Inn en de Ilz, waardoor de stad ook wel Dreiflüssestadt wordt genoemd. Tot in de 90-er jaren van de vorige eeuw was het Domorgel het grootste kerkorgel ter wereld. Tegenwoordig is het nog slechts het grootste Domorgel en het op twee na grootste kerkorgel ter wereld. Het orgel heeft 5 manualen, 233 registers en 17.974 pijpen.
De Stephansdom is de zetel van de bisschop van Passau. Reeds omstreeks 450 stond er een kerk op deze plaats. Tussen 1280 en 1425 werd deze door een vroeggotische dom vervangen. Het oostelijke deel werd in laatgotische stijl van 1407 tot 1560 aangebouwd. Bij de stadsbrand van 1662 werd de Dom met uitzondering van de buitenmuren van het oostelijke deel volledig verwoest. Van 1668 tot 1693 werd de Dom herbouwd, nu in barokstijl. Van binnen zijn het stucwerk en de schilderingen op de zijaltaren bijzonder het vermelden waard.
Andere bezienswaardigheden in Passau:

De St. Michaelskerk is in 1677 gebouwd. Tegen de kerk aan is de Xaverikapelle gebouwd, toegewijd aan de H. Franciscus Xaverius.
Klooster Niedernburg werd in 739 gesticht en is sedert 1836 een klooster van de Maria Ward-zusters. Zij hebben hier enige scholen en een internaat. Het zich hier bevindende graf van de zalige abdis Gisela, koningin van Hongarije, echtgenote van de H. Stephanus, wordt door vele pelgrims bezocht. De kloosterkerk Zum Heiligen Kreuz is een Romaanse basiliek uit de 12e eeuw. De voorhal is van nog oudere datum. Het gewelf is barok. Links in de kerk is de gotische Erasmuskapel. Naast het klooster bevindt zich de in 1150 gebouwde, maar sinds 1662 een ruïne gebleven Mariakerk.

De St. Pauluskerk  is de oudste parochiekerk van Passau. De eerste kerk stond er reeds omstreeks 1050. Het huidige gebouw ontstond in 1678. Op het hoofdaltaar toont een schilderstuk de onthoofding van de apostel Paulus.

Hoog boven de stad verheft zich het barokke kloostercomplex van de bedevaartskerk Mariahilf. En overdekte ′gebedstrap′ met 321 treden voert naar het klooster.
In 1611 bracht de bisschop van Passau een afbeelding van Maria met kind naar Passau. De deken van Passau liet daarvan twee kopieën maken, waarvan hij er één in een houten kapelletje aan de voet van de tegenwoordige Mariahilfberg ophing. In 1622 besloot hij de kapel met de afbeelding naar boven op de berg te verplaatsen. Wegens de grote toeloop moest hij reeds in 1624 besluiten een kerk te bouwen. Leden van de Paulinerorde bedienen sedert 2002 dit bedevaartsoord.

Zondag 5 oktober 2008: Melk - Pannonhalma - Esztergom

H.Mis in Stift Melk om 8.00 uur, rondleiding om 8.55 uur, tot 10.30 uur bezoek in Melk; van Melk naar Pannonhalma (231 km); bezoek aan Pannonhalma van 13.00-15.30 uur; van Pannonhalma naar Esztergom (109 km).

Stift Melk is een benedictijnenklooster, gelegen op een berg met zicht op de Donau. In 976 kwamen de Babenbergers aan de macht en zij vestigden zich in Melk. Toen deze vorsten hun residentie verplaatsten, schonken ze hun kasteel in Melk aan de benedictijnen uit Lambach die er in 1089 een abdij stichtten. Sindsdien leven en werken hier ononderbroken benedictijer monniken. Reeds sedert de 12e eeuw is er een school aan het klooster verbonden. Van 1702 tot 1736 kwam onder leiding van bouwmeester Jakob Prandtauer en zijn leerling Franz Muggenast het barokcomplex tot stand. In de 19e eeuw vond een eerste grote restauratie en uitbreiding plaats. Een volgende grote restauratie vond plaats tussen 1978 en 2000. De van marmer en goud blinkende Stiftskirche heeft een 65 m hoge koepel. Daarin heeft Michael Rottmayr de Drie-eenheid geschilderd tussen kerkleraren en evangelisten, en de intocht van Benedictus in de hemel. De centrale beeldengroep van het hoogaltaar stelt Petrus en Paulus voor, die afscheid van elkaar nemen vóór hun marteldood.

Grootvorst Géza maakte in 996 een begin met de bouw van de abdij voor de benedictijnen die door hem vanuit Tsjechië naar Pannonhalma waren gehaald. In de loop der eeuwen is de abdij verschillende malen verwoest, weer opgebouwd, aangepast en uitgebreid. Het huidige gebouw vertoont dan ook verschillende stijlen. De bibliotheek bevat meer dan 360.000 boeken. Bovendien bevat het archief de oudste in het Hongaars geschreven teksten. In de abdij bevindt zich een gymnasium met internaat. In de crypte van de abdij ligt de Belgische prinses Stefanie begraven, dochter van koning Leopold II. Zij was gehuwd met Rudolf, de oudste zoon van keizer Franz Joseph en keizerin Sissi. Bij het duizendjarig bestaan in 1996 werd de abdij op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.

Maandag 6 oktober 2008: Esztergom - Vác - Máriagyüd

Esztergom: om 8.30 uur H.Mis, waarna tot 10.00 uur bezoek aan St. Stephans Basiliek, crypte met tombe van kardinaal Mindszenty en schatkamer; van Esztergom naar Vác (42 km); in Vác bezoek aan het zgn. Hétkápolna van 11.00-11.30 uur; van Vác naar Máriagyüd/Siklos (305 km); evt. avondwandeling in Máriagyüd.

Esztergom ligt aan de Donau; vanaf de burchtheuvel kan men zowel de rivier als het er tegenover gelegen Slowaakse laagland overzien. Het is de zetel van de primaat van Hongarije. De bouw van de burcht van Esztergom werd in het jaar 972 voltooid en in 975 werd hier de eerste Hongaarse koning geboren, de heilige István (Stephanus). István was de stichter van de Hongaarse staat met Esztergom als hoofdstad en hij regeerde van 1000 tot 1038. Hij stichtte het aartsbisdom Esztergom en liet een kathedraal bouwen. In 1256 verloor Esztergom zijn politieke status en nam de aartsbisschop de gehele citadel van de koning over. De Turken hadden weinig oog voor al het schoons binnen de citadel. De burcht verviel tot een ruïne en de Dom werd, op één kapel na, een bouwval. Daarvoor in de plaats kwam de tussen 1822 en 1856 in classicistische stijl gebouwde basiliek. Het is de grootste kerk van het land (het grondplan is 118 x 40 m en de koepel 71,5 m hoog). Kenmerkend voor de basiliek is de met rood marmer bedekte Bakócz-kapel uit 1506/1507. De bisschoppelijke schatkamer bevat de grootste religieuze collectie van het land: o.a. de Suky-kelk (een meesterwerk van gotiek) alsmede de gouden monstrans van koning Matthias (1458-1490).
In de crypte bevindt zich tegenwoordig de laatste rustplaats van aartsbisschop József Mindszenty (1892-1975), die tijdens de opstand in 1956 onderdak vond in de Amerikaanse ambassade en daar tot 1971 verbleef. In 1975 stierf hij in ballingschap, maar werd in 1991 in de basiliek herbegraven.
Sedert 1815 gaat men op bedevaart naar de Hétkápolna (Zeven kapellen) te Vác. De kapel is gebouwd in 1734 en gerenoveerd in 1780. De zeven kapellen die de zeven smarten van Maria uitbeelden, zijn pas in de 20e eeuw voltooid. Het belangrijkste in de kerk is een schilderij van Maria boven het hoofdaltaar, een exacte kopie van het Mariabeeld in Máriavölgy (Marianka). De bron achter de kerk zou genezende werking hebben.

Dinsdag 7 oktober 2008: Máriagyüd – Boedapest

Máriagyüd: H. Mis + bezoek van 8.30-11.30 uur; van Máriagyüd naar Boedapest (4½ uur); avondwandeling in Boedapest.

Máriagyud is de oudste bedevaartsplaats van Hongarije. De geschiedenis gaat terug tot de Romeinse tijd. Een drukke weg liep ter plaatse langs de heuvel en de aanwezige bron diende als rustplaats voor de reizigers. Vlakbij de bron was een Mariabeeld neergezet en een tijd later plaatsten de christelijke Slaven er een Maria-altaar. De plaats werd genoemd naar Gyöd, leider van een Hongaarse stam, die zich hier vestigde in de 10e eeuw. In 1006 bouwden de benedictijnen er een kapel. In 1148 bouwde koning Géza II er een kerk. In de 15e eeuw werd deze in gotische stijl herbouwd en tijdens de 18e eeuw in barokstijl. In 1687 verscheen Maria er aan enige mensen. Het huidige beeld is uit 1711. Tussen 1723 en 1799 vonden er 302 wonderen plaats. In 1805 verhief paus Pius VII Máriagyüd tot een officieel bedevaartsoord. Ten oosten van de kerk bevindt zich nog steeds de heilige bron (Szentkút).

Boedapest, de hoofdstad van Hongarije, telt ongeveer 2 miljoen inwoners. De stad bestaat eigenlijk uit twee delen, namelijk Boeda en Pest. Die twee delen zijn gescheiden door de rivier de Donau. Tussen de twee stadsdelen liggen 9 bruggen, waarvan twee spoorwegbruggen. De stad is ontstaan in het jaar 100 na Christus. De Romeinen gingen er toen wonen. In 1872 werden de plaatsen Boeda en Pest samengevoegd tot Boedapest. De stad heeft een oppervlakte van 525 km2 (van noord naar zuid ongeveer 25 km, van west naar oost ongeveer 29 km). Boeda is heuvelachtig, Pest is vlak.

Woensdag 8 oktober 2008: Bezoek aan Boedapest

H. Mis in de St. Matthiaskerk (Buda) om 11.00 uur; bezoek aan het ‘Huis van de Terreur’.

Burchtkwartier en Burchtheuvel: Onderdeel van het Werelderfgoed. Vanwege de gunstige omstandigheden was deze plek al in de 13e eeuw bewoond. Na de Mongoolse inval liet koning Béla IV (1235-1270) hier een burcht bouwen en verplaatste hij zijn zetel hierheen. Het Burchtkwartier ligt op de Burchtheuvel, 180 m boven de zeespiegel. Deze is anderhalve kilometer lang en op sommige plaatsen een halve kilometer breed.

Matthiaskerk: De mooiste en beroemdste katholieke kerk van Boedapest, die, gezien vanuit Pest, dankzij zijn uitstekende ligging, grotendeels bepalend is voor de aanblik van het Burchtkwartier. De koninklijke dom, gewijd aan Onze Lieve Vrouw, is in verschillende perioden tussen de 13e en 15e eeuw gebouwd. De huidige neogotische vorm verkreeg hij tijdens de grote verbouwing o.l.v. Frigyes Schulek in 1896. De fresco’s en ramen zijn van de hand van de beroemdste kunstenaars uit die tijd. Van de rijke religieuze collectie kunnen het lapidarium (verzameling stenen), de collectie relikwieën, de kroningsstukken en in de schatkamer edelsmeedkunst en liturgische gewaden bezichtigd worden.

Koninklijk paleis: Een van de symbolen van het land, dat van de 13e tot en met de 20e eeuw in het kruisvuur van oorlogen en veroveringen stond. Het werd bewoond door Turken en Habsburgers, het werd drie keer verwoest en weer opgebouwd, steeds in de heersende stijl van die tijd. Het verkreeg zijn huidige classicistische vorm na de Tweede Wereldoorlog. In het gebouw bevinden zich de Hongaarse Nationale Galerie, het Historisch Museum van Boedapest, de Landelijke Bibliotheek Széchenyi.
Vissersbastion: Vrij jong bouwsel naast de Matthiaskerk. Met de bouw ervan werd in 1895 begonnen naar ontwerp van Frigyes Schulek op de plaats van een Middeleeuwse vismarkt, vandaar de naam. Het bouwwerk in neoromaanse stijl heeft slechts een decoratieve functie en wordt bezocht vanwege het uitzicht op Pest. Het ruiterstandbeeld stelt de H. Stephanus voor.
Parlementsgebouw: Het grootste gebouw van het land rijst op aan de oever van de Donau. Het neogotische complex werd tussen 1884 en 1904 gebouwd aan de hand van de ontwerpen van Imre Steindl.
Het bouwwerk heeft 691 vertrekken, de lengte is 268 m, de hoogte van de koepel bedraagt 96 m. De muurschilderingen van Károly Lotz en de beelden van György Kiss versieren het staatsietrappenhuis. De Munkácsy-zaal die vanuit de vertrekken van de premier te bereiken is, biedt onderdak aan het belangrijkste kunstwerk van het gebouw, nl. aan het schilderij „Landname” van Mihály Munkácsy. Sinds 2000 kan het publiek hier de Hongaarse kroningsinsignes bekijken: de kroon van St. Stephanus, de scepter, de rijksappel en het zwaard uit de renaissance.
Hongaarse Staatsopera: Deze opende zijn deuren in 1884. Zijn classicistische en neorenaissancistische vormen zijn van de hand van de meest prominente Hongaarse architect van de 19e eeuw, Miklós Ybl. De pompeuze entree, het elegante trappenhuis en de hoefijzervormige zaal behoren tot de toeristische bezienswaardigheden.

„Huis van de Terreur”: Het voormalige gebouw van de Hongaarse binnenlandse veiligheidsdienst, met een vaste tentoonstelling over de verschrikkingen van het bewind van de Pijlkruisers (Hongaarse nazi′s) en communisten.

Synagoge in de Dohány utca: Het pompeuze gebouw in Byzantijns-Moorse stijl is de grootste synagoge van Europa en werd door architect Ludwig Förster aan het eind van de 19e eeuw gebouwd. Het gebouw van witte en rode bakstenen met rijke keramiekornamenten en uivormige torenkoepels is een van de meest imposante gebouwen van Boedapest. In het museum is een ongeëvenaarde collectie judaïca van de Romeinse tijd tot en met de 20e eeuw te vinden.

Kettingbrug: De eerste monumentale brug in de hoofdstad, gebouwd tussen 1839 en 1849.

Elisabethbrug: Gold in zijn bouwjaar (1903) als de langste hangbrug ter wereld en was tot 1926 houder van dit record. De brug werd genoemd naar de gemalin van keizer Franz Jozeph, de bij de Hongaren populaire keizerin Elisabeth (Sissi).

Donderdag 9 oktober 2008: Bezoek aan Boedapest en Máriaremete

H. Mis in een kapel van de St. Stephans Dom (Pest) om 8.30 uur; Bezoek aan Basiliek Máriaremete; stadstoer en avondtoer.

Sint Stephanusbasiliek: Met de bouw van de grootste kerk van Boedapest, waarvan de koepel met een hoogte van 96 m bijna vanaf elk punt in de stad te zien is, werd in 1851 begonnen. De bouw werd in 1867 door Miklós Ybl overgenomen en in 1905 door József Kauser afgerond. Het gebouw, in classicistische stijl, herbergt de belangrijkste relikwie van de Hongaren: de gemummificeerde hand van de H. Stephanus.

Heldenplein: Aan de ingang van het Stadspark ligt het meest attractieve plein van de hoofdstad. Reeds van verre, vanuit de Andrássy-straat, is de 36 m hoge zuil van het Millennium-monument te zien, waarop de aartsengel Gabriël de Heilige Kroon en het Apostolische Dubbelkruis vasthoudt. Aan weerszijden van de zuil staan colonnades in de vorm van een halve boog. Tussen de zuilen staan de groten uit de Hongaarse geschiedenis; de hoekstenen zijn versierd met symbolische beeldengroepen (werk, welvaart, kennis, glorie, vrede). Bij het Graf van de Onbekende Soldaat kan de bezoeker zijn respect betuigen. Aan de linker- en rechterkant van het plein staan de imposante gebouwen van de Kunsthal en het Museum voor Schone Kunsten.

Vrijheidsbeeld op de Gellért-berg: Het beeld van 14 m hoog werd in 1947 opgericht ter nagedachtenis aan de bevrijding. Zowel na de Tweede Wereldoorlog, toen de periode van de sovjetoverheersing begon, als na de politieke omwenteling in 1989 werd het beeld niet afgebroken, omdat het zo met het stadsbeeld versmolten is. Aan de voet van de vrouwenfiguur met de palmtak in haar hand staan twee andere beelden: het ene is de allegorie van de vooruitgang, het andere van de strijd met het Kwaad.

St. Gellért-beeld: Aan de zuidkant van de Gellért-berg verheft zich recht tegenover de Elisabethbrug het standbeeld van bisschop Gellért, adviseur van koning Stephanus I. Opstandige Hongaren smeten hem in 1046 in een dichtgespijkerde ton van de rotsen in de Donau. De zuilenrij in een halve boog en de uit de bergwand ontspringende natuurlijke bron, die onder het beeld tot een waterval verwordt, accentueren de schoonheid van het beeld.

Máriaremete: Na de Turkse overheersing waren in Hongarije hele streken ontvolkt; uit de buurlanden liet men toen families overkomen, ook uit Zwitserland. In Zwitserland, te Einsiedeln, bevond zich een bekend bedevaartsoord van Maria. Zo belandde in het begin van de 18e eeuw een pentekening van het beeld te Einsiedeln in Hidegkút in de buurt van Buda. Deze kopie werd eerst aan een eik bevestigd, kwam vervolgens in een houten kapel en later in een stenen kerkje terecht. In 1898 begon men met de bouw van een grotere kerk. Achter het hoofdaltaar werd plaats ingeruimd voor het genadebeeld dat bevestigd werd aan een boomstam van bijna 2,5 meter hoogte. De afbeelding van Maria met Kind (68 x 53 cm) hing in een vergulde lijst. De namen van de gulle gevers en de geschonken bedragen kan men terugvinden op marmeren bordjes tegen de achterwanden. In 1899 werd de kerk ingewijd. De Servietenorde nam de zielzorg op zich. Zij vestigden zich in een nieuw klooster, dat nabij de kerk werd gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk gespaard. De machtsovername door de communisten heeft het bedevaartsoord geen goed gedaan. Eigendommen vervielen aan de staat en de monniken werden verdreven. Het bisdom nam de zielzorg over en dank zij de inzet van uitstekende priesters bloeide het geestelijke leven weer op, ondanks de vele tegenwerking. De kerk van Máriaremete werd in latere jaren steeds meer verfraaid. Het beeld van Maria werd in de kerk op een prominente plaats neergezet. Rond 1989 kon de katholieke kerk in Hongarije opgelucht ademhalen, toen aan de onderdrukking onder het communistische regime een einde kwam. Ook Máriaremete profiteerde daarvan. Door Paus Paulus II werd aan de kerk de eretitel van basilica minor verleend om de belangrijke rol die dit oord in de Hongaarse kerk heeft aan te geven.

Vrijdag 10 oktober 2008: Bezoek aan Petöfiszállás en de Poesta

Bezoek aan de poesta, 95 km t.z.v. Boedapest; van de poesta naar Petöfiszállás (133 km); H. Mis om 16.00 uur in Petöfiszállás.

Franciscanenkerk van de binnenstad: Al in de 13e eeuw stond hier een klooster en een kerk, de huidige barokke vorm stamt uit de 18e eeuw. De muurschilderingen zijn van de hand van Károly Lotz en Vilmos Tardos Krenner. Het bijzondere pronkstuk is het barokke hoofdaltaar en de altaarbeelden.
Parochiekerk van de binnenstad: De oudste kerk in Pest werd in de 12e eeuw gebouwd in Romaanse stijl op de plek van het graf van de als martelaar gestorven bisschop Gellért. Van de oorspronkelijke kerk is niets meer overgebleven. Gedurende de afgelopen eeuwen heeft de kerk ook gotische kenmerken gehad en in de 17e eeuw is hij door de Turken als moskee gebruikt. Na de brand in 1723 werd de kerk in barokstijl gerenoveerd, maar in het interieur zijn er ook classicistische stijlkenmerken te zien. Belangrijkste bezienswaardigheden: gotische kapel, neogotische uit hout gesneden preekstoel, Italiaans fresco uit de 15e eeuw en het hoofdaltaar uit de 20e eeuw.

Petöfiszállás-Pálosszentkút: Behalve een kerk en kapel is er in deze bedevaartsplaats een bron. De legende verhaalt dat uit deze bron in 1795 een straal van licht verscheen, waaruit Maria tevoorschijn kwam. Sindsdien heeft het water uit die bron een helende werking en veranderde het plaatsje in een bedevaartsoord. Op het terrein bevindt zich ook een kastje, waarin een beeld van het kindje Jezus staat, geschonken door een Tsjechisch koningspaar, dat hun kind verloren had. Via de schenking van dit beeld (waarvan het origineel zich in Praag bevindt) wilde dit echtpaar het kind symbolisch bij Maria terugbrengen.

Poesta: In het uitgestrekte laagland van Hongarije stromen de twee grote rivieren Donau en Tisza. Daartussen ligt de poesta. De echte gras- en zandvlaktes zijn alleen nog te vinden in een aantal reservaten, waar de oude kunsten van de ruitervolken gecultiveerd worden voor de toeristen.

Zaterdag 11 oktober 2008:     Boedapest - Mátraverebély-Szentkút - Matragebergte - Eger

Van Boedapest naar Mátraverebély-Szentkút; H.Mis om 9.30 uur in Mátraverebély-Szentkút; bezoek aan Matragebergte, koetsen en grotwoningen; vervolgens naar Eger; in de namiddag wijnproeverij. Totaal 180 km; evt. avondwandeling in Eger.

Mátraverebély: Op de plaats van de tegenwoordige kerk stond in de 13e eeuw al een kerkje. In de 14e eeuw bouwde de edelman Péter Verebi er een gotische kerk. Verebi werd in 1403 in de kerk begraven. Rond 1540 werd de kerk door de Turken verwoest. In de 18e eeuw werden de resten van het gotische heiligdom ′ter ere van de Grote Moeder′, zoals de inscriptie in de kerk luidt, omgebouwd tot een barokke kerk. In 1709 kon dit gebouw worden ingewijd.

Szentkút: De ′bron van Vereb′, waaraan genezende kracht wordt toegeschreven, wordt al in een document uit 1290 genoemd. Toen de Turken niet veel hadden overgelaten van de kerk in Vereb, zorgden de franciscanen er voor dat Szentkút ook officieel de positie van Mátraverebély als bedevaartplaats overnam. In het bij de bron in 1705 gebouwde kapelletje, dat in de plaats kwam van een houten kapel, stond het barokke Mariabeeld dat nu boven het hoofdaltaar van de in 1763 gebouwde grote kerk staat. Naast de kerk kwam een kloostertje. Na vele moeilijkheden hebben sinds 1989 de franciscanen weer de leiding in Szentkút. Achter de kerk begint een pad, dat naar de kluizenaarsgrotten leidt, waar mogelijk al in de 13e eeuw kluizenaars leefden. Ook in de 17e en de 18e  eeuw waren de grotten bewoond. In de rots zijn twee kapellen uitgehakt met aan weerskanten een woninkje.

Mátragebergte: Echt hoge bergen kent Hongarije niet. De hoogste toppen zijn die van de Mátra, die tot 1014 m reiken. De streek is een geliefd weekendverblijf voor de Boedapesters. Zij komen er schone lucht inademen, kuren en wandelen, en ′s winters skiën.
 
Eger: De stad dankt haar bijnaam, stad van de vaderlandsliefde, aan de historische gebeurtenis in 1552, toen burchtkapitein István Dobó zich met zo′n 2000 soldaten veertig dagen verzette tegen een Turks leger van tegen de 100.000 man. Ook de vrouwen van Eger droegen hun steentje bij: zij begoten de vijand met kokende soep en pek. Het verhaal gaat dat de vrouwen de wijn van hun mannen stiekem met het bloed van stieren aanlengden. Ze hoopten dat de wijn met stierenbloed de mannen de kracht van stieren zou geven. In 1596 viel de burcht toch in Turkse handen. Tot 1687 bleef Eger – net als de rest van Hongarije – binnen de Turkse invloedssfeer. Op het terrein van de burcht hebben archeologen de resten van de 13e eeuwse kathedraal blootgelegd en de ruïne van het gotische bisschoppelijke paleis uit de 15e eeuw gerestaureerd. De minaret is een herinnering aan de Turkse tijd.
De classicistische aartsbisschoppelijke basiliek, gebouwd tussen 1831 en 1837, is de op een na grootste kerk van Hongarije. Tegenover de basiliek vindt u het Lyceum, een prachtig voorbeeld van barok, voltooid in 1795.
Het centrum van het stadje is het Dobó István tér. Het motto op de sluitsteen van de in 1758 gebouwde barokke minorietenkerk, de Sint Antonius van Paduakerk, luidt: Voor God is niets voldoende.

Zondag 12 oktober 2008: Bezoek aan Máriapócs

Van Eger naar Máriapocs v.v. (2x180 km); H. Mis in Máriapocs.

De naam Máriapócs komt voor het eerst voor in documenten uit 1280. De kerk met het beeld van Maria is gebouwd in de 15e eeuw. Oorspronkelijk was het een houten kerkje. De bouw van een stenen, barokke kerk werd voltooid in 1756. Het wonderbare beeld van Maria is in 1676 gemaakt in opdracht van de burgemeester van Máriapócs uit dankbaarheid dat hij bevrijd was uit Turkse gevangenschap. Uiteindelijk kon hij de icoon niet betalen en werd deze aangekocht door een rijke burger die hem aan de kerk geschonken heeft.
Op 4 november 1696 ontdekte een boer, dat het beeld uit beide ogen aan het tranen was. De tranen liepen gedurende twee weken zonder ophouden, en uiteindelijk duurde dat, met kleine tussenpauzes, tot 8 december 1696. Op de laatste dag was het zo koud, dat alles bevroor, maar de tranen van Maria liepen gewoon door. De hoofdcommandant van de keizerlijke troepen verrichtte een onderzoek. Hij droogde de tranen van Maria met zijn eigen zakdoek en liet het verder onderzoeken in aanwezigheid van 300 mensen, onder hen lutheranen en calvinisten. Het kerkelijk onderzoek werd verricht door de bisschop van Eger, die de echtheid van het Mariawonder bevestigde. Het bericht van de wonderbare icoon was voor de Oostenrijkse keizer reden om het beeld naar Wenen te verplaatsen. Dit gebeurde op 1 maart 1697. Het werd op 11 september 1697 definitief in de St. Stephansdom geplaatst.
In de tijd dat het beeld zich in Wenen bevond, zijn er diverse kopieën van gemaakt. Geen van die beelden heeft ooit getraand, behalve het beeld dat op 1 augustus 1715 naar Máriapócs is teruggebracht. Het beeld heeft op 1, 2 en 5 augustus 1715 gedurende meerdere uren getraand. Op basis van getuigenverklaringen is dat definitief als waar gebeurd erkend.
Een derde geval van tranen vond plaats op 3 december 1905 in het bijzijn van bedevaartgangers. Hun leider opende de lijst van het beeld en merkte dat het gezicht van Maria ongebruikelijk donker was en uit haar rechteroog een stroom tranen vloeide. Dit duurde zonder ophouden tot 19 december 1905. Tot slot herhaalde het zich tijdens de twee laatste dagen van december 1905. Het werd door een kerkelijk en wereldlijk comité onderzocht en als waar gekenmerkt.

Maandag 13 oktober 2008: Eger - Máriabesnyõ -  Györ - Bratislava

Van Eger naar Máriabesnyõ (bij Gödöllö); bezoek aan Máriabesnyo van 10.00-12.00 uur; van Máriabesnyõ naar Györ; H. Mis in O.L. Vrouwebasiliek te Györ om 15.00 uur; van Györ naar Bratislava. Totaal 340 km.

Máriabesnyõ: De kerk van Onze Lieve Vrouw van Loreto werd gebouwd in 1759 op de ruïne van een oud klooster. Op 19 april van dat jaar had een arbeider, Márton Tóth, in een droom de volgende woorden gehoord: "Als je bij de ruïne, op de plaats waar vroeger het hoofdaltaar stond, gaat graven, zul je iets moois vinden." Op die plek werd inderdaad een klein, ivoren Mariabeeldje gevonden, dat uit de 11e of 12e eeuw stamde. Maria reikt haar hart aan haar Kind. De omstandigheden waaronder dit beeldje gevonden werd, liet bisschop Jozsef Migazzi opschrijven aan de achterkant van het zilveren kastje waarin het beeldje zit. Wegens de grote toestroom van de pelgrims en de gebedsverhoringen werd al gauw een grotere kerk en een kapucijnenklooster gebouwd. Naast de kerk was het Mater Salvatorisklooster, dat nu een pelgrimshuis is.

De oude kern van de stad Györ ligt bij de Káptalan-heuvel aan de monding van drie rivieren: de Mosoni-Duna (een zijarm van de Donau), de Rába en de Rábca. Aan de afgeknotte toren is de bisschopsresidentie van veraf herkenbaar. De oudste gebouwen zijn de 13e eeuwse woontoren en de 15e eeuwse gotische Dóczy-kapel. Het bisdom Györ werd door koning Stephanus van Hongarije in het begin van de 11e eeuw gesticht. Ook de fundamenten van de basiliek stammen uit die tijd. Aan het einde van de 14e eeuw liet bisschop Héderváry een gotische kapel aanbouwen, waar zich nu de reliekschrijn van de H. Ladislaus en het graf van de zalige Bisschop Apor bevinden. - Ladislaus was in de 11e eeuw koning van Hongarije. Hij verspreidde het christendom verder in Hongarije en werd in 1192 door paus Coelestinus III heilig verklaard. Bisschop Apor is in 1945 vermoord door Russische militairen, toen hij vrouwen trachtte te beschermen die zij wilden verkrachten. - Door de eeuwen heen heeft de kathedraal het zwaar te verduren gehad. Na de Turkse tijd kwam de huidige, overwegend barokke kerk tot stand. Het Mariabeeld op het altaar van een van de zijschepen maakt de kerk tot een van de belangrijkste bedevaartsoorden van Hongarije. Op het door de Ierse bisschop Walter Lynch in 1655 uit Ierland naar Györ gebrachte beeld verschenen op 17 maart 1697, het feest van de H. Patrick, tranen van bloed.

Dinsdag 14 oktober 2008: Bratislava – Marianka - Praag

H. Mis in de St. Martinuskathedraal te Bratislava om 8.30 uur; van Bratislava via Marianka naar Praag (333 km).
Bratislava, de hoofdstad van Slowakije, ligt aan de Donau. Van de burcht van Bratislava wordt voor het eerst melding gemaakt in een document uit 907. Omstreeks het jaar 1000 stichtten Duitse immigranten in haar nabijheid de nederzetting Presburg, sedert 1848 Bratislava genoemd. De stad heeft thans ongeveer 450.000 inwoners. Eén van de mooiste gebouwen in de stad is 14e eeuwse St. Martinuskathedraal. Opmerkelijk aan deze hallenkerk zijn het ondiepe schip en het grote koor. Tussen 1563 en 1830 werden er de Hongaarse koningen en koninginnen gekroond. De Oostenrijker Donner vervaardigde het in lood gegoten beeld van de H. Martinus, dat achter in de kerk staat. Eigenlijk had dat bij het hoofdaltaar geplaatst moeten worden, maar de kerkelijke gezagsdragers vonden de uitdossing van de heilige te werelds. De houding van de bedelaar is ontleend aan de Adamfiguur van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel te Rome. Donner is ook verantwoordelijk voor de Kapel van de H. Johannes de Weldoener (± 550-619). Na de dood van zijn vrouw en kinderen verdeelde Johannes zijn vermogen onder de armen. In 606 werd hij patriarch van Alexandrië. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Constantinopel gebracht. Nadat die stad in 1453 door de Turken ingenomen was, gaf Sultan Mehmed II de relikwieën als geschenk aan de Hongaarse koning Matthias Corvinus, die ze naar Boeda bracht. De voet van de heilige wordt nog altijd in de Matthiaskerk in Boedapest bewaard. Zijn lichaam werd in 1530 naar Toll in de buurt van Bratislava, en tenslotte in 1632 naar de kathedraal van Bratislava gebracht. Het ligt nu in een glazen kist bij het altaar.

Marianka: Volgens de legende heeft een hier levende kluizenaar in het jaar 1030 uit hout een Mariabeeld gesneden en dit vanwege de oorlogssituatie in een holle boom verstopt. In het jaar 1300 zou een blinde bedelaar met behulp van een stem uit de hemel een bron gevonden hebben en de belofte gekregen hebben, dat hij weer zou kunnen zien als hij zijn ogen met het water uit de bron waste. Hij deed dat, werd ziende en zag op hetzelfde moment een Mariabeeld dat bij de bron lag. Hij zette het beeld op een houten zuil. Weldra kwamen bedevaarten naar het Mariabeeld en de wonderdadige bron. In 1367 werd een begin gemaakt met de bouw van de Maria Geboortekerk en het klooster.

Woensdag 15 oktober 2008: Bezoek aan Praag

H. Mis in de Kerk van Maria de Victoria om 10.00 uur.

Praag, de hoofdstad van Tsjechië, heeft een oppervlakte van 496 km², er wonen ongeveer 1,2 miljoen mensen en door de stad stroomt de Moldau. Het jaar 870, waarin de Praagse burcht werd gesticht, wordt beschouwd als het begin van de stad. De ware bloei is begonnen in de eerste helft van de 14e eeuw. De Tsjechische koning en Duitse keizer Karel IV (1347-1378) heeft van Praag zijn representatief keizerlijk verblijf en de hoofdstad van zijn rijk gemaakt. De laatste jaren van de 16e eeuw zijn een volgende gewichtige periode geweest in de geschiedenis van Praag. Onder het bewind van de vooraanstaande Tsjechische vorst, de Duitse keizer Rudolf II von Habsburg (1576-1611), is Praag het centrum van het politieke, maatschappelijke en culturele leven van Centraal Europa geworden. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, in 1918, is Praag de hoofdstad geworden van een nieuw land, de Tsjechoslowaakse Republiek. Vanaf 1993 is het de hoofdstad van de Tsjechische Republiek.

Kerk van Maria de Victoria: Na de slag op de Witte Berg (1620) kwam deze oudste barokkerk van Praag op de plaats van een lutherse kerk. Het woord ′Victoria′ in de naam duidt op de overwinning van de keizerlijke strijdmacht in deze veldslag, en daarmee op de zege van de katholieke Kerk. De aandacht van de bedevaartgangers wordt getrokken door het beeldje van het Praagse Jezuskindje dat over de hele wereld bekend staat als Bambino di Praga. Dit beeldje is 47 cm hoog en in de 16e eeuw in Spanje gemaakt. Het staat al vanaf 1628 op het rechter zijaltaar. Het is aan de karmelieten geschonken door mevrouw Polyxena von Lobkowitz. Een belangrijke gebeurtenis uit de geschiedenis van de kerk was de kroning van het Praagse Jezuskindje die in 1655 heeft plaatsgevonden. Het beeldje bevindt zich in een zilveren kistje en er hoort een ′garderobe′ van kostbare geborduurde en versierde manteltjes bij, van verschillende kleuren. Het meest waardevolle is eigenhandig geborduurd door de Oostenrijkse keizerin Maria Teresia (1717-1780).

Sint-Nicolaaskerk: Deze barokke jezuïetenkerk in Malá Strana is halverwege de 18e eeuw voltooid op de plaats van een gotische kerk uit de 13e eeuw. Binnen vindt u een groot altaar waar precies het licht op valt dat door de koepel naar binnen schijnt. Dit zorgt ervoor dat de bezoekers als het ware naar deze plaats toegetrokken worden.

Het Loreta: De naam is afgeleid van de Italiaanse bedevaartplaats Loreto waar het Casa Santa – Heilig Huisje - staat. De kapucijners hebben er in de 17e eeuw een soortgelijk heiligdom aangelegd als in Loreto in Italië. Het Heilig Huisje staat op de binnenplaats en is door zes kapellen en de Christus-Geboortekerk omgeven. In de klokkentoren hangt een 17e eeuws Amsterdams carillon. De schatkamer bevat fraaie kerkelijke gebruiksvoorwerpen, waarvan de bekendste een monstrans van 12 kg, met 6222 diamanten versierd, is.

Het klooster op Strahov is in 1143 gesticht door koning Vladislav II en door hem aan de premonstratenzer orde geschonken. Onder de huidige barokke gestalte, uit de tweede helft van de 17e eeuw, verschuilt zich een van de oudste Romaanse bouwcomplexen in Europa. Het meest dominante van het geheel is de Maria-Hemelvaart abdijkathedraal. In het klooster bevindt zich het graf van de heilige Norbertus, de stichter van de premonstratenzer orde ofwel de norbertijnen of witheren. Norbertus werd omstreeks 1080 te Gennep geboren. Hij leidde aanvankelijk een werelds leven, maar bekeerde zich in 1115. In dat jaar werd hij ook priester gewijd. In 1126 werd hij aartsbisschop van Maagdenburg. Hij stierf op 6 juni 1134 in Maagdenburg. In 1582 werd hij heilig verklaard. In 1627 tijdens de Dertigjarige Oorlog brachten de norbertijnen het gebeente van de heilige over naar hun abdij Strahov in Praag, omdat ze bang waren dat de protestanten de relieken zouden vernietigen.

Het Oude Stadsplein is het belangrijkste plein van Praag en stamt uit de 11e eeuw. De belangrijkste bezienswaardigheden aan het plein zijn de Týnkerk, het Oude Stadhuis en de Astronomische klok.
De Týnkerk is een 14e eeuwse kerk met twee tachtig meter hoge torens. Oorspronkelijk stond er een Romaanse kerk, die in 1256 werd vervangen door een vroeggotische kerk. De bouw van de huidige kerk begon in 1365 in laatgotische stijl. Aan het begin van de 15e eeuw was de bouw bijna gereed, alleen de torens, het front en het dak misten nog. Rond 1450 was het dak van de kerk klaar, enige tijd later waren ook het front en de noordelijke toren gebouwd. De zuidelijke toren werd pas in 1511 opgeleverd.
Het Oude Stadhuis is een gotisch gebouw en heeft een klokkentoren van 66 meter hoog. Het gebouw bestaat uit een aantal verschillende huizen die door de eeuwen heen zijn opgekocht. Het oudste huis is uit 1296.
De Astronomische Klok uit de 15e eeuw is een van de meest waardevolle en best bekende Praagse monumenten. Hij bevindt zich aan de toren van het Oude Stadhuis. Ieder uur tussen 9.00 en 21.00 verschijnen beeldjes van de 12 apostelen in twee venstertjes. Aan de zijkanten van het uurwerk gaan tegelijkertijd de figuren bewegen van Magere Hein, de Turk, de Vrek en de IJdeltuit. Nadat alle apostelen verschenen zijn, gaat de Haan kraaien en begint de klok te slaan. Het uurwerk wijst vier soorten tijden aan.

Donderdag 16 oktober 2008: Praag – Schnaittenbach

H. Mis in St. Vituskathedraal te Praag; Van Praag (13.00-15.00 uur per boot) naar Schnaittenbach (214 km).
De Praagse Burcht stamt uit 880 en is gesticht door de oudst bekende vorst van de Premyslyden, Boriwoj I (845-895). In dit complex van paleizen en kerken hebben door de eeuwen heen vele koningen hun residentie gehad. Tegenwoordig huist hier de president van Tsjechië.

Binnen de burcht vindt u onderstaande bezienswaardigheden:

De Sint-Vitus, Wenceslaus (Václav) en Adalbert (Vojtěch) kathedraal is de grootste en belangrijkste kerk van Praag. De huidige gotische kathedraal is al de derde kerk op dezelfde plaats. Aanvankelijk stond er een Romaanse rotonde, later een driebeukenbasiliek. De bouw van de gotische kathedraal is door Karel IV in 1344 aangevangen. Het duurde bijna 600 jaar voordat de kerk in 1929 feestelijk is ingewijd. In de Sint-Václavkapel bevindt zich het graf van de heilige Wenceslaus.

Het Oude Koninklijke Paleis was oorspronkelijk een houten constructie, maar is in 1142 door een stenen bouwwerk vervangen. Het meest opvallend is de Vladislavsky sal. Deze werd in 1502 voltooid.

De Sint-Jorisbasiliek en het St. Jorisklooster werden in 921 gesticht door Wratislaw I. Het Sint-Jorisklooster was het eerste klooster in Bohemen voor benedictijnen. Vanwege verschillende branden is de kerk diverse malen gerestaureerd en kent een mix van bouwstijlen. De H. Ludmila, de grootmoeder van de H. Wenceslaus, ligt hier begraven.

Het Gouden Straatje, een smal straatje binnen de Praagse Burcht met kleine, gekleurde huisjes, bestaat sinds de 16e eeuw. Toen vestigden zich hier arme winkeliers en handwerklui die een brand in de stad ontvluchtten.
De naam is ontstaan dankzij de alchemisten die er hebben gewoond. Van hen werd gedacht dat ze goud konden maken. Maar er hebben ook daadwerkelijk goudsmeden gezeten. De stenen huisjes die u nu ziet, stammen uit de 18e eeuw.

Vrijdag 17oktober 2008: Schnaittenbach – Utrecht

H.Mis in Schnaittenbach; van Schnaittenbach naar Heerlen (18.30 uur) / Roggel (19.30 uur) / Molenhoek (20.30 uur) / Utrecht (22.00 uur). Totaal tot Utrecht 795 km.

Verslag van de deelnemers
Vrijdag 3 oktober: Molenhoek - Velburg
Om 9.15 uur kwam de bus van Maaskant met onze chauffeur Johan in Molen-hoek aan.
Om 7.30 uur stapten de eerste pelgrims in Utrecht in, toen naar Molenhoek, vervolgens naar Roggel en Neer en tenslotte voegden de laatste pelgrims zich in Heerlen bij ons gezelschap.
Na een eerste begroeting door pastoor Franken, hadden we om 11.30 uur de H. Mis in Wittem. Hier worden de Moeder van Altijddurende Bijstand en de H. Gerardus Majella vereerd.
De H. Gerardus Majella is in 1726 in Zuid-Italie geboren. Hij trad in 1752 in bij de Congregatie van de Redemptoristen. In 1755 stierf hij in de leeftijd van 29 jaar. In 1904 werd hij door Paus Pius X heilig verklaard.
Van Wittem gingen we via Keulen en Würzburg door het Frankenland, dat bekend is door z’n wijnvelden. Je kunt hier wijn kopen voor 4 euro de fles maar ook wijnen van 90 euro de fles zijn hier te koop.
Tussendoor vertelt Johan ons het een en ander en verblijdt hij ons weer met z’n slangenleren tasjes, die bedoeld zijn voor het afval. Hij meldt ook nog even dat alle chauffeurs van Maaskant lui zijn, maar dat hij de luiste is. Dus m.a.w.: geen troep in de bus maken.
Na deze huishoudelijke mededelingen rijden we vervolgens via Erlangen naar Velburg.
De stad Erlangen is een belangrijke universiteitsstad, met name de medische faculteit staat goed bekend. Velburg is bekend door de druipsteengrotten.
In hotel Zur Post in Velburg brengen we de eerste nacht van onze bedevaart naar Hongarije door.
 
Zaterdag 4 oktober: van Velburg via Regensburg en Passau  naar Melk
Na een goede overnachting in hotel Zur Post te Velburg staan we om 6.30 uur op en beginnen de dag om 7.00 uur met een heerlijk ontbijt. Om 8.00 uur vertrek naar Regensburg. Na 20 van de 50 km te hebben afgelegd moet het ochtendgebed worden afgebroken. Mietje ontdekt dat ze haar portefeuille zo veilig in het hotel had opgeborgen, dat ze hem is vergeten mee te nemen! Na wat heen en weer getelefoneer door pastoor Rudo en chauffeur Johan wordt overeengekomen dat het hotel het kleinood per taxi naar de Bismarckplatz, waar onze bus is geparkeerd, zal laten brengen. Dit blijkt een uitvoerbare op-lossing. Na een flinke wandeling vanaf de Bismarckplatz naar de St. Peters Dom vieren we om 9.15 uur de Eucharistie in de St. Johann Stiftskirche. Curi-eus is het om te weten dat de broer van de paus hier iedere morgen om 7.00 uur de Eucharistie viert! Een prachtig gedecoreerde kaars met de beeltenis van paus Benedictus als herinnering aan zijn bezoek aan Regensburg in 2006 en een prachtig schilderij van Johannes de Doper achter het hoofdaltaar trekken de aandacht.
 
Na de zegen meldt Rudo: Gaan jullie vanwege het opgelopen tijdverlies (de bus heeft afslag naar centrum Regensburg gemist) maar alvast snel richting bus, dan haal ik jullie wel in. We moesten immers uiterlijk om 12.00 uur bij het orgelconcert in de Dom te Passau zijn. Er zijn echter altijd mensen in zo’n groep die dan toch nog even snel iets willen bekijken (de dom) en dan uitein-delijk ook nog de weg niet meer terug weten en verkeerd teruglopen! Gelukkig had speurneus Rudo met een kwartier vertraging de verdwaalde schapen weer gevonden. Ook had Gisela in de kerk nog een plastic tas gevonden waarvan zij dacht dat die van ons was. In de bus in de zak gekeken, bleken er echter oude en nieuwe kleren van andere mensen in te zitten! Misschien iets voor een Kerkenveiling? De chauffeur vertelt ons onderweg naar Passau over de historie van Regensburg (overslag van trein naar haven aan de rivier de Donau richting Boedapest), Ingolstadt, het ontspringen van de Donau in het Zwarte Woud, en het in 1830 in de bergen gebouwde Walhalla door Lodewijk van Beieren.
 
Met een flinke file in het centrum van Passau arriveren we 11.57 uur aan de Donau. En nu rennen naar het orgelconcert. Immers na 12.00 uur sluiten de deuren! We halen het ternauwernood! Maar de moeite wordt beloond. Het ½ uur durende concert op het twee na grootste kerkorgel ter wereld is imposant. De grootste orgelpijp is 11 meter hoog en de kleinste pijp met een frequentie van 1000 Herz is voor het menselijk oor niet waarneembaar. In het plafond zijn maar liefst 4 carillons verborgen. Vooral als de Fuga Cromatica van com-ponist Rheinberger wordt ingezet waarbij alle orgelpijpen die achterin en voor-in zijn geplaatst alsmede de carillons in het dak van de dom tegelijkertijd aan bod komen. Een meesterlijk geluid in full stereo! Aansluitend is er een rond-leiding door de kerk met een Nederlands sprekende gids. Op een plezierige manier duidt zij op het barokke en rococo karakter van het interieur. Omhoog kijkend steeds meer engelen in de versieringen en schilderingen. Zo breng je de hemel op aarde! Er zijn geen gekleurde (en/of gebrandschilderde) ramen aangebracht. Immers dan kun je de hemel op aarde niet waarnemen. Om kos-ten en het gewicht op de fundering te sparen wordt in kolommen en togen veel in marmerlook uitgevoerd. Dit is beschilderd gips of hout in de kleuren van marmer. Zij vertelt ook over de historie van de kerk. De eerste zoon van de keizer of koning werd opvolger en de tweede zoon werd vorstbisschop. Sedert 1803 hebben de kerkelijke leiders geen wereldse macht meer. Het is het begin van de scheiding tussen kerk en staat.
 
Voor het bezochte klooster Niedernburg met de relieken van de zalige Gisela verwijs ik de lezer naar het pelgrimsboekje. Interessant zijn de 321 trappen die leiden naar de bedevaartskerk Mariahilf. Een aantal pelgrims waaronder uw verslaggever durft de trappen te beklimmen. Om 15.00 uur richting Melk (nog 255 km rijden). We logeren in Grein (38 km voor Melk) aan de Donau (Oos-tenrijk) in hotel Goldenes Kreuz. Hier een keuzemenu: vis of gevogelte. De mergballensoep smaakt heerlijk. Toos heeft voor de groep een uitnodiging op zak om na het eten in het Antoniushuis (een voormalig klooster) te komen lofprijzen en het allerheiligste te aanbidden. Een aantal pelgrims gaat samen met Rudo daar naartoe. Na afloop is er napraten met een drankje. De verlei-ding om naar een museumnachtvoorstelling te gaan moest worden weerstaan of je moest een taaie zijn om met weinig nachtrust te kunnen volstaan. Een enkeling die dit heeft meegemaakt! Immers 06.15 uur zou de wekker alweer gaan! Het was een afwisselende en interessante dag!
 
Zondag 5 oktober: van Melk via Pannonhalma naar Esztergom
Het schilderachtige plaatsje Grein a/d Donau had ons goed gedaan. Het vormde een goede start voor onze pelgrimstocht naar Hongarije. Deze dag, in alle vroegte opgestaan en ontbeten, begon stralend. Wat hadden we een inte-ressant programma voor de boeg.
De eerste stop vormde het Stift Melk. Onze weg naar Melk lag langs de Do-nau. Een prachtige route met in het oosten de opkomende zon. Het beloofde een mooie dag te worden.
Om acht uur waren we in Melk en vierden hier de H. Mis in de kapel van het Stift.
Mijn gedachten gingen terug naar de tijd van Keizer Frans Josef. Misschien vierde hij hier ook ooit de H. Mis op zo’n prachtige zondagmorgen. De Bene-dictijnen zijn immers het gastheerschap blijven houden voor de keizerlijke familie. Tegenwoordig vinden hier ook meetings plaats van intellectuelen van over de wereld. Na de H. Mis hadden we een rondleiding door dit immense complex door een Nederlands sprekende gids. We probeerden de informatie samen met de pracht van de barok in ons op te nemen. Veel indruk maakten de geweldige bibliotheek en het uitzicht vanaf het boventerras. De tijd drong echter en om half elf waren we weer terug bij de bus. Nog 231 kilometer naar Hongarije…
 
Pannonhalma
We kwamen om 13.00 aan in het klooster Pannonhalma. Het was zeer moeilijk bij het restaurant waar we werden afgezet een kop thee of iets anders te be-machtigen. Uiteindelijk lukte het gelukkig wel. De rondleiding in en rond dit Benedictijnenklooster werd verzorgd door een Duits sprekende gids.
Dit oude klooster was niet te vergelijken met de barok van het Stift Melk. Het bestond uit verschillende stijlen ten gevolge van de wederopbouw, na verschillende verwoestingen in afgelopen eeuwen. Zoals in Melk was ook hier een prachtige bibliotheek.
Tevens is hier een gymnasium met internaat gevestigd waar tegenwoordig ook leken lesgeven. In de crypte van de abdij ligt het stoffelijk overschot van prin-ses Stephanie van België, de vrouw van prins Rudolf van Oostenrijk. Deze vrouw van koninklijke bloede heeft veel moeten incasseren in haar leven. Zo maakte haar echtgenoot een einde aan zijn leven en aan dat van zijn geheime geliefde, een barones. Later hertrouwde de prinses met een adellijke Hongaar. In 1943 kwam ze in Pannonhalma terecht, op de vlucht voor de Russen. Haar vader Leopold II onterfde haar ook nog eens omdat ze haar gescheiden zus steunde. Dezelfde reden veroorzaakte ook een conflict met haar schoonvader Franz-Jozef. Een waar koninklijk drama dus.
In de late namiddag rijden we naar ons hotel in Esztergom, dat een ware Sta-lintempel is. In Nederland heb ik talloze keren Hongaars gegeten. Ik vroeg me toch af of het eten dat we hier kregen ook Hongaars was… Later in de lounge drinken we nog een glaasje en gaan dan moe en tevreden naar bed. Morgen zou (voor mij persoonlijk) het hoogtepunt van onze reis volgen; een bezoek aan het graf van kardinaal Mindszenty.

Lees hier verder>>